Thuys: 'Er zijn te weinig goede atletiektrainers'

Trainer Frans Thuys vormde acht jaar lang een hecht koppel met atlete Ellen van Langen. Die periode leverde olympisch goud op, maar werd ook gekenmerkt door veel blessureleed. Van Langen gaat toch door, Thuys niet.

ZEIST, 28 SEPT. Frans Thuys heeft Ellen van Langen na de langdurige misère met haar lijf geadviseerd een jaar afstand te nemen van de atletiek. “Even helemaal de blik er vanaf. Andere dingen doen en niet meer dan twee à drie keer per week een half uurtje lopen.” De olympische 800-meterkampioene vond dat te ver gaan. Thuys heeft daar begrip voor. “Ik denk dat het kan om een jaar over te slaan. Maar dat is mentaal wel loodzwaar.” Zelf stopt hij wel. En of hij ooit in de atletiek zal terugkeren, is nog maar de vraag. “Die kans is eerder klein dan groot.”

De voormalige trainer uit Maartensdijk acht het zeker niet onmogelijk dat Van Langen ook zonder hem topprestaties gaat leveren. “Ze heeft nog steeds ongekende mogelijkheden. Voor haar blessure heeft ze dit jaar ook weer fantastische trainingen gedraaid.” Maar voor de zoveelste keer liet haar broze lichaam de atlete in de steek. Thuys knikt gelaten, het is een gegeven. “Daarom wordt het moeilijk, dat weet Ellen zelf ook. Wie haar gaat trainen, moet zich realiseren dat ze geen gewone atlete is.”

Het zal voor Van Langen niet eenvoudig zijn een goede opvolger van Thuys te vinden in Nederland. De 41-jarige projectmanager heeft geen hoge pet op van zijn collega's. “Talent is hier zat, het druipt er vanaf, maar er zijn absoluut niet genoeg goede trainers om het eruit te halen. Er wordt toch wel gezegd dat een atleet niet beter kan zijn dan zijn trainer?”

Het heeft Thuys altijd verbaasd dat na het olympische succes van Van Langen in 1992 geen vertegenwoordiger van de atletiekunie of privétrainer ooit bij hem om advies is komen vragen. “Ze hadden gewoon niet het idee dat ik meer wist. Als mensen denken dat ze goed zijn, gaan ze niet op zoek naar verbetering. Bij veel trainers heerste de gedachte, dat ik een geweldige mazzelaar was dat Ellen bij mij terecht was gekomen.”

Thuys weet ook dat er achter zijn rug werd beweerd dat de blessures van Van Langen werden veroorzaakt door zijn manier van trainen. “De mensen weten niet waarover ze praten”, reageert Thuys. “We zijn met elkaar altijd zeer secuur bezig geweest. Alles gebeurde in overleg. Zo accepteerden Ellen en ik ook van elkaar dat we soms stomme dingen deden. Natuurlijk zijn er fouten gemaakt. Want een blessure wil altijd zeggen dat er iets is misgegaan. Maar dat hoeft niet bij de training te zijn.”

Thuys was altijd bezig trainingen te analyseren en voor te bereiden. “Ik was hele dagen aan het denken. Het liet me nooit los. Ik was eigenlijk 24 uur per dag met atletiek bezig. Mensen realiseren zich dat niet. Daarom begrijpen ze niet waarom dit zo'n zwaar vak is.” Nu Thuys sinds twee maanden geen training meer geeft, voelt hij dat aan zijn lichaam. “Ik heb me sinds lange tijd niet zo goed gevoeld. Ik verveel me soms zelfs, geweldig!” Maar spijt heeft hij toch niet van die loodzware tijd. “O nee, ik heb er met volle teugen van genoten.”

Hij deed de atletiek er maar bij, naast zijn werk en de zorg voor zijn gezin. Thuys zou graag fulltime-trainer zijn geworden, maar die mogelijkheid werd hem niet geboden. Zijn plannen voor het samenstellen van een ploeg van zo'n tien topatleten op de middenafstand liep stuk op de financiering. “Zo is de atletiek in Nederland. Het leeft niet in de hoofden. Hier denken ze ook dat iemand die vijf keer per week zijn loopschoenen aandoet en een stukje hobbelt zomaar olympisch kampioen wordt.”

Thuys keert zich niet helemaal van de atletiek af. Hij gaat zich verdiepen in de aspecten doping en voeding. “Als je het woord doping laat vallen, raakt iedereen meteen in paniek. Ojé, hij gebruikt. Voor de duidelijkheid: ik ben tegen doping en zal altijd tegen doping zijn. Maar ik wil op basis van feiten en kennis weten waarover ik praat. Is dat zo vreemd? Als een monteur alles over nieuwe technieken wil weten, dan is hij goed met zijn vak bezig. Als ik alles over sport wil weten en dus ook over voeding en doping, dan ben ik ineens een crimineel.”

Het is, weet Thuys bij voorbaat, uitgesloten dat hij na bestudering van alle informatie op andere gedachten zal worden gebracht over doping. “Zo zit het spelletje niet in elkaar. Sport is het uitbuiten van al je menselijke mogelijkheden. Daar horen geen trucjes bij.” Met die instelling behoort Thuys binnen de topatletiek waarschijnlijk tot een minderheid. “Ik ben blij dat ik als trainer mijn brood niet in de sport hoefde te verdienen. Daarom kon ik mijn ogen open houden.” Dat ligt volgens hem anders bij de verantwoordelijke mensen in de atletiek. “Die willen helemaal niet dat het stopt met het dopinggebruik. Want mindere prestaties zijn commercieel toch niet interessant? Niemand zit te wachten op een winnende tijd op de 100 meter van 10,2. Nee, het moet steeds harder en steeds gekker.”

Gevleugeld is de uitspraak van Thuys dat Van Langen in Barcelona op “een boterham met kaas” olympisch goud heeft gewonnen. De atlete en haar trainer overwogen nooit om naar verboden middelen te grijpen. “Het enige dat bespreekbaar was, was dat het niet bespreekbaar was.”

Thuys en Van Langen stoorden zich ook niet aan concurrenten waarvan ze het vermoeden hadden dat ze doping gebruikten. Ze maakten er tegen elkaar weleens een opmerking over, maar dat was alles. “Wij waren ervan overtuigd dat het ook zonder kon. Dat is ook gebleken. Maar vijf jaar lang lukt dat dus niet.”

Thuys zegt te weten dat veel atleten doping gebruiken. Maar het heeft, vindt hij, geen zin om namen te noemen van mogelijke zondaars. Want bewijzen kan Thuys niets. Hij geeft wel toe verrast te zijn door de overwinning van Masterkova in Atlanta op de olympische 800 meter “Het was verbluffend om te zien hoe matig het niveau was”, blikt de ex-trainer terug. “Natuurlijk heb ik toen aan Ellen gedacht. Die race in Atlanta was er een waar zij doorgaans van smult!”