Therapeuten

Met stijgende verbazing en groeiende ergernis heb ik het artikel 'Gij zult niet aanraken' (Z 14 september) gelezen. Zo'n twintig jaar geleden zocht ik hulp bij psychiater W. Corsmit. Binnen zeer korte tijd was ik ondermeer zijn stagiaire, secretaris, vriend, cliënt en minnaar. De rol die ik speelde werd steeds door hem gedicteerd, al naar gelang zijn behoefte. Ik had zwijgplicht over de aard van onze relatie. Na acht maanden van verwarring had ik de moed bij hem weg te gaan.

De affaire-Corsmit laat mijns inziens een tekort zien:

- aan een theoretische onderbouwing van de psychiatrie-psychotherapie, die de verschillende richtingen overstijgt. Wat werkt? Bij wie? Wanneer? Bij welke therapeut? Hoe werkt het? Waarom? Welke randvoorwaarden zijn nodig? De affaire-Corsmit laat zien dat het niet zozeer gaat om het wel of niet aanraken. Seks is verboden op De Boeckhorst (mijn contact met hem stamt van voor die tijd), maar blijkbaar is de geestelijke verkrachting gewoon doorgegaan.

- aan een controle-systeem dat psychiaters-therapeuten bij de les houdt. Ook zij zijn mensen en daarom feilbaar. Helaas zijn hun cliënten extra kwetsbaar. Daarbij kan een aanraakverbod voor sommigen zinvol zijn, maar niet als dogma.

- aan het functioneren van het Medisch tuchtcollege: hoeveel schade mag iemand berokkenen voordat hij uit zijn doktersambt wordt gezet, enthousiaste cliënten ten spijt. De affaire-Corsmit speelt al een kleine 25 jaar. Hij vertelde mij al over advocaten van ex-cliënten die hem aanklaagden. Enkele jaren later was er sprake van dat hij het Riagg zou worden uitgezet.

- aan spanwijdte van de psychiatrie: de psychiatrie is er door eigen beperktheid debet aan dat de zogenaamde hopelozen hun heil elders zoeken en dus wellicht ook in handen vallen van mensen als Corsmit.

Zonder gemeenschappelijk kader is geen zinvolle discussie mogelijk over de affaire-Corsmit, zoals ook het artikel laat zien. Tot dan toe zal Lucieer het aanraken tot taboe kunnen verklaren, zal Van Aalderen de ernst van de zaak Corsmit niet inzien en het tuchtcollege kunnen afrekenen met de 'jaren-zeventig nieuwlichterij'. Tot dan toe zal de heer Corsmit begeesterd kunnen praten over de verworvenheden van de jaren zeventig en de heilige onschuld kunnen uithangen.