Taalkunde

Jammer dat Liesbeth Koenens taalkundebetoog ('Mooi, slim en nuttig', 21 september) wordt ontsierd door enkele fraaie simplificaties. Zo is, onder het tussenkopje Gemak, de stelling onjuist dat in onze taal 'alleen bij ja/nee-vragen ... het [verbogen] werkwoord voorop' komt. Dit geldt namelijk ook voor de gebiedende en aanvoegende wijs: Geef mij het zout even. Ga jij maar een eindje lopen.

Het is ook niet waar dat met uitzondering van de gevallen hierboven de eerste constituent van de zin altijd direct door het verbogen werkwoord wordt gevolgd. Er kunnen bijzinnen tussen komen, zie Koenens eigen voorbeeld later in het artikel: De man, die de vrouw, die de hond aaide, liefhad, lachte. Ook bijstellingen en bepalingen zijn heel gewone tussenvoegsels: Napoleons zoon, het Adelaarsjong, zou nooit de troon beklimmen. Andreas, uit de Kavelstraat in Didam, werd knecht bij een smid. En dan praat ik nog niet over problematischer zinnen, zoals die welke een voorafgaande zin echoën en helemaal geen verbogen werkwoord hebben: Ik taalkunde in mijn pakket nemen? Mooi niet!

Tenslotte klopt de waarneming niet dat in het Engels het verbogen werkwoord altijd achter het onderwerp komt te staan. Vaak is dat wel zo, maar er zijn tal van uitzonderingen. Voor de vuist weg kan ik er vier noemen. (1) Alle vraagzinnen, met uitzondering van die waarvan het onderwerp een vraagwoord is: Do you like her? What did you see? maar Who goes there? (2) Zinnen die met een ontkennend woord beginnen: Never had he experienced such joy! (3) Zinnen die met een bepaling van plaats beginnen en een werkwoord hebben met ruwweg de betekenis van 'zich bevinden': Beyond the town rose a range of snow-capped mountains. (4) Directe rede gevolgd door 'to say' of soortgelijk werkwoord + onderwerp: 'Rain tomorrow', said the weatherman.

Verder zijn er bepaalde bijwoorden die in bepaalde gevallen tussen onderwerp en verbogen vorm staan (It always rains in England), om maar niet te spreken van informele constructies zoals 'I kind of like the idea' en 'She sort of gets on my nerves'. Kortom, taal is ingewikkelder en minder ordelijk dan Koenen zou willen. Laten we het daarbij houden en onze scholieren sparen.