Sterren ontstaan ook na plasmaschot uit ander sterrenstelsel

Sterren ontstaan - in ons melkwegstelsel en elders - in reusachtige gaswolken die onder invloed van hun eigen zwaartekracht samentrekken. De aanzet tot deze samentrekking wordt gegeven door de willekeurige, grootschalige bewegingen van het gas en misschien ook door de schokgolf van een exploderende ster in de buurt van zo'n wolk. Astronomen lijken nu echter een ander soort aanzet te hebben gevonden: een bundel plasma die uit de kern van een ander sterrenstelsel schiet.

Dat is ontdekt door Philip Best en Malcolm Longair van de universiteit van Cambridge en Huub Röttgering van de Sterrewacht Leiden.

De ontdekking werd gedaan in het kader van een onderzoek aan 28 radiosterrenstelsels op afstanden tussen ongeveer 6 en 10 miljard lichtjaar van de aarde. Deze stelsels hebben vaak als kenmerk dat aan weerszijden van hun kern een (relatief) dunne bundel of jet ontspringt. Deze bundels bestaan uit een plasma van waarschijnlijk snel bewegende deeltjes, die tot honderdduizenden lichtjaren ver de ruimte in snellen. Hoe zulke bundels ontstaan is nog niet duidelijk. Uit de benodigde hoeveelheid energie blijkt in ieder geval dat zich in de kern van zulke sterrenstelsels zeer energetische processen moeten afspelen.

Zulke bundels ziet men ook - op radiogolflengten - bij het stelsel 3C34. Toen dit stelsel onlangs werd gefotografeerd met de Hubble Space Telescope, bleek zich op een bepaald punt langs een van de twee bundels een gebied met mysterieuze blauwe straling te bevinden. In werkelijkheid gaat het om ultraviolet licht, want als gevolg van de algemene uitdijing van het heelal is de golflengte van alle straling die uit dit gebied komt ongeveer tweemaal zo lang geworden. Ultraviolette straling is karakteristiek voor de aanwezigheid van jonge, hete sterren. De onderzoekers denken daarom, mede op grond van andere waarnemingen met telescopen op aarde, dat men hier te maken heeft met een gebied waarin op grote schaal stervorming plaatsvindt.

Volgens de drie astronomen bevindt het mysterieuze gebied zich in een veel kleiner, onzichtbaar sterrenstelsel dat toevallig in de plasmabundel van zijn naburige, grote broer is geschoven. Terwijl het plasma van 3C34 door het dwergstelsel schiet, veegt het gas in dit stelsel bijeen, dat daardoor voldoende dicht wordt om onder invloed van de eigen zwaartekracht verder samen te trekken en sterren te laten ontstaan. Als dit mechanisme inderdaad blijkt te werken, zou het belangrijke consequenties kunnen hebben voor de modellen van stervorming in verre sterrenstelsels, aldus de astronomen. Het zou betekenen dat in deze verre - en dus relatief jonge - stelsels op grotere schaal stervorming plaatsvindt dan men nu berekent. Het onderzoek wordt binnenkort gepubliceerd in de Monthly Notices of the Royal Astronomical Society.