Skyfie in de rekenaar; Afro-Nederlands houdt niet van Engels

Waarom zou koningin Beatrix volgende week bij haar staatsbezoek aan Zuid-Afrika geen Afrikaans spreken? Het Afrikaans slaagt er beter dan het Nederlands in om het Engels van zich af te houden.

AFRIKAANS IS een soort Nederlands met een groot aantal vooral Noord-Hollandse dialectvormen. Zo zijn bijvoorbeeld alle Afrikaanse verkleinwoorden in het Hollands terug te vinden: boompie, huisie, besie enz. En net als het Amsterdams kent het Afrikaans geen z, geen v en geen heldere aa, maar alleen een donkere ao. Een belangrijk verschil met het Hollands is, dat veel uitgangen in het Afrikaans ontbreken als gevolg van menging met Afrika-talen. Het zegt bijvoorbeeld jy kom, hulle kom, hy loop en ek het geloop.

Maar bij die vermenging ging maar heel weinig verloren van de oude Hollandse woordenschat. Wie zeventiende-eeuws Hollands wil vinden, moet niet in Amsterdam of Boskoop gaan zoeken, maar (behalve in Katwijk aan Zee) in Zuid-Afrika. Vars vleis, skip, skool, murasie (ruïne) en paaiement (afbetaling) die in Holland helemaal of zo goed als verdwenen zijn, zijn in het Afrikaans springlevend. Tegenover ons Euro-Nederlands staat dus Afro-Nederlands ofwel Afrikaans. Het zijn twee kinderen van dezelfde ouders: het Beschaafde 17e-eeuwse Hollands en de schrijftaal van die tijd.

Behalve met Afrika-talen is het Afrikaanse ook met het Engels in contact gekomen, met als gevolg het overnemen van een groot aantal Engelse leenwoorden. Maar het heeft een belangrijk deel daarvan door taalzuivering weer weten te verdrijven.

Er bestaan evenmin zuivere rassen als zuivere talen; taalzuiverheid is dan ook geen begrip waar een taalkundige mee kan werken. Die beschrijft emotieloos alle talen die hem interesseren, en soms zelfs bij voorkeur sterk gemengde talen. Taalzuiverheid is een term uit de taalpolitiek, dat wil zeggen het streven om een taal (meestal je moedertaal) te verdedigen en z'n positie tegenover andere talen te versterken.

Van Nederlands purisme was alleen in de zeventiende eeuw sprake, toen de druk van het Latijn gevoeld werd. Vondel, Hooft en de Bruggeling Simon Stevin (de vestingbouwer van de prinsen van Oranje), waren vooraanstaande puristen die veel overbodige Latijnse leenwoorden verdreven hebben: absentia werd afwezigheid, pluralis verdween voor meervoud en arithmetica voor wiskonste dat later wiskunde werd. In de bezettingstijd hebben we opnieuw een purisme gekend en dat richtte zich natuurlijk tegen überhaupt, an sich, blitzlicht en dergelijke overbodigheden. Ook dat heeft succes gehad.

Na de gewonnen strijd in de Boerenoorlogen, begin deze eeuw, probeerden de Engelsen op allerlei manieren het Nederlands van de Boeren oftewel de Afrikaners uit te roeien. Die hadden dus redenen genoeg om tegen die dodelijke bedreiging met een krachtig purisme te reageren, en om vooral hun Engelse leenwoorden energiek te lijf te gaan. Dat purisme had voor een belangrijk deel succes.

Al zijn de Engelsen sinds lang geen baas meer in Zuid-Afrika, hun houding tegenover het Afrikaans is in veel gevallen die van minachting. Omdat ze een sterke greep hebben op het zakenleven, is hun feitelijke invloed op de Afrikaans-sprekenden (blank en bruin) nog altijd erg groot. Ze dwingen hun Afrikaans sprekende personeel vaak om op het werk enkel Engels te spreken. Op de Zuidafrikaanse tv is het Afrikaans vrijwel verdwenen. Een belangrijk middel om die discriminatie van het Afrikaans krachtig te bestrijden is purisme. Een Afrikaner haalt dus na z'n werk z'n post op in de privaatsak (private bag) op het postkantoor, drinkt dan een koppie koffie in een kroeg (café) en rijdt vervolgens naar z'n woonstel (flat), waar ie de hyser (lift) neemt naar boven. Daar staat in de voorkamer z'n rekenaar (computer) met bijpassende programmatuur (software). Hij beantwoordt een brief met de e-pos (e-mail) en zet dan een skyfie (floppy) in z'n rekenaar. 's Avonds gaat ie in een sakboekie (pocketbook) lezen over de wereldwijde strijd tegen de dwelms (drugs) waarmee zo veel verslaafdes (junkies) proberen om hoog (high) te worden, ofwel kijkt ie naar een oorklankte - overgeklankte - (postsynchronized) film van een uitsaaikorporasie (broadcasting corporation). In de naweek (weekend) gaat ie na z'n inspannende werk als man van openbare betrekkings (public relations), in T-hemp (T-shirt) en kortbroek (shorts) naar een voorstelling uit de verhoogkuns (showbusiness), om z'n beeld (image) wat te verfraaien.

Als purisme in de geest van een fundamentalist valt, gebeuren er natuurlijk ongelukken, want die wil alle ontleende woorden aanpakken, om te beginnen het woord purisme zelf. Dat is dom en dwaas. Mate es t'allen spele goed, zeiden onze voorouders. Wat ingeburgerd is, moet je in het algemeen met rust laten. Zo is televisie in het Duits op tijd door Fernsehen vervangen. In Zuid-Afrika en ook bij ons is zo'n soort vervanging nu vrijwel uitgesloten. Maar juist doordat nu in het Euro-Nederlands purisme weinig kans maakt, is een vergelijking met het Afrikaans leerzaam.

    • P.C. Paardekooper