Sejfo wacht net zolang totdat hij naar huis kan

SARAJEVO/PALE, 28 SEPT. De moslim Sejfo Efendic (45) kon niet in Pale, het hoofdkwartier van de Bosnische Serviërs, blijven. Dat besefte hij op de avond van 11 juni 1992 toen zijn huis vanaf de straat voor de zoveelste keer werd beschoten.

Janko Radovic, een Serviër die een paar maanden eerder was gevlucht uit Sarajevo naar Pale, was wel eens bij Sejfo langs geweest en had hem gevraagd of hij niet naar Sarajevo wilde gaan, waar de moslims de dienst uitmaakten. Dan kon hij daar in Janko's appartement gaan wonen.

Die ochtend zocht Sejfo hem op. Er zou een konvooi met moslims naar Sarajevo vertrekken, maar alleen de moslims die een bewijs lieten zien dat zij afstand deden van hun huis, mochten mee. Sejfo en Janko tekenden een contract waarin zij een huizen-ruil overeenkwamen. Op het gemeentehuis van Pale werd het contract voorzien van een stempel, Sejfo kon vertrekken.

Maar toen Sejfo in Sarajevo aankwam, was het huis van Janko al bezet door een andere familie. Het contract, zo werd hem door de autoriteiten in Sarajevo verteld, was ongeldig omdat het was gesloten onder het gezag van de 'Servische Republiek' en die bestond niet volgens de moslims.

“Ik heb pech gehad”, verzucht Sejfo nu. Nog steeds heeft hij maar één wens: teruggaan naar zijn huis in Pale. Maar daar woont Janko nu. In de kleine flat in een sombere, kapotgeschoten buitenwijk van Sarajevo die Sejfo na talloze omzwervingen voorlopig heeft toegewezen gekregen, is het moeilijk wennen. Maar terugkeer naar Pale is vooralsnog onmogelijk. In theorie is Bosnië één land, maar moslims die de grens met de 'Servische Republiek' oversteken, zijn hun leven niet zeker. De verkiezingen van twee weken geleden, waarbij dezelfde partijen hebben gewonnen die de oorlog in Bosnië in 1992 zijn begonnen, hebben de terugkeer van de ongeveer 850.000 vluchtelingen in Bosnië niet dichterbij gebracht.

Twintig kilometer verderop in Pale, doet mevrouw Radovic de deur open. Het huis is inderdaad zo groot als Sejfo zei. De tuin staat in bloei. Dat zij als Serviërs wonen in het huis van een moslim, is geen 'etnische zuivering', onderstreept eenmaal binnen, Janko Radovic.

“Het was een afspraak tussen mij en Sejfo. Hij wilde het zelf. Als hij op een dag tegen mij zegt dat hij terug wil komen, zal ik zeggen: o.k.” Uit een la haalt Janko het contract. Met blauwe ballpoint staat er: 'Ik, Sejfo Efendic, bevestig dat Janko Radovic in mijn huis woont totdat de situatie is opgelost. De andere partij bevestigt dat Sejfo Efendic gaat wonen in zijn huis in Sarajevo, Zavnobiha-straat 34.' “Ik vind het heel vervelend voor Sejfo dat hij niet in mijn huis terecht kon”, zegt Radovi'c. “Maar het is ook vervelend voor mij want ik had er al mijn meubels en mijn geld achtergelaten.”

Mevrouw Radovic : “Het was verschrikkelijk. We zijn met niets vertrokken. De politie kwam ons huis doorzoeken, onze buren wilden ons niet meer kennen.” Janko: “We hebben besloten niet meer terug te gaan naar Sarajevo. We zouden niet overleven. Hoe zou dat moeten als daar bijna iedere dag iemand wordt vermoord? Eergisteren is ook weer een Servische familie vermoord in Zenica. Wij kunnen daar niet leven.”

Janko en Sejfo hebben elkaar afgelopen augustus voor het eerst sinds de oorlog weer ontmoet in Vrace (bij de grens tussen de 'Servische Republiek' en de moslim-Kroatische federatie, red.) Janko: “Ik had foto's en schoenen van hem bij me. Maar hij had niets voor mij bij zich. Hij vertelde me dat ze hem niet in mijn huis hadden gelaten. Ik zei: 'wat nu? Ik heb zoveel geld in dat huis achtergelaten. Daarmee had ik jouw huis kunnen kopen.”' Janko had het geld, waarmee hij “ten minste twee Yugo-auto's kon kopen” verstopt onder zijn matras, zegt hij. “Sejfo zegt dat hij in het huis nooit is binnengelaten, ik geloof hem.”

Janko wil het huis van Sejfo nog steeds kopen. Zijn zoon is arts in Duitsland, die zou het geld kunnen betalen. “Maar dan moet er eerst een gerechtelijke instantie zijn waar we dat kunnen regelen.”

“Ik wacht net zo lang, totdat ik terug kan naar mijn huis”, zegt Sejfo in Sarajevo. Hij heeft uit de slaapkamer een fotoboek gehaald. Een knappe man met donker haar zit voor het grote witte huis. “Mijn haar is tijdens de oorlog grijs geworden”, zegt hij. Op een andere foto zit hij in de zon op het terras voor hetzelfde huis met op zijn schoot een kat. “Toen ik wegging, heeft mijn kat gehuild. Toen ik dat zag, moest ik ook huilen. En mijn buurvrouw heeft, toen ze ons zag, ook gehuild.”

Janko was geen eigenaar van het appartement in Sarajevo, vertelt Sejfo. “Het was van het bedrijf waar hij werkte. Tegenwoordig woont er een collega van hem.” Maar hoe kon Janko een huis ruilen dat niet van hem was? “Dat weet ik niet”, zegt Sejfo. “Maar het kon mij ook niets schelen. Ik wilde destijds alleen mijn leven redden, weg uit Pale.”

Janko is een eerlijke man, zegt Sejfo. “Hij heeft mij niet uit mijn huis gezet. Hij heeft gewacht en toen ik zelf wegging, is hij gekomen. Hij beseft dat mijn huis niet zijn eigendom is. Dat is belangrijk.”

Omdat de gemeente van Sarajevo wil dat moslims die zijn gevlucht, terugkeren naar hun oorspronkelijke huizen, krijgt Sejfo in de stad geen permanente woning. “Ze zeggen: 'u heeft al een huis, dus u kunt hier alleen tijdelijk een huis krijgen.”' “Er moet een manier zijn om dit op te lossen”, zegt Sejfo.

“Het is mischien niet mogelijk om iedereen te laten terugkeren. Maar er moeten ten minste de voorwaarden worden geschapen zodat ik mijn eigen beslissing kan nemen. Wij moeten de 'Servische Republiek' respecteren, zij moeten ons accepteren. Dat is hoe wij onze staat moeten maken.”

“Hoe kunnen moslims en Serviërs nog samenleven?”, zegt Janko aan de andere kant van de heuvel. “De oorlog is begonnen om religie. Alija Izetbegovic (president van Bosnië en leider van de moslims, red.) wilde in het hart van de Balkan een islamitische staat. Wij wilden dat niet. De internationale gemeenschap moet Bosnië niet onder druk zetten om één te worden. Laat ons eerst een tijdje gescheiden leven. Mischien als het economisch beter gaat, kunnen we daarna weer samenwerken.”

De publiciteit in de hele wereld was tegen de Serviërs, zegt Janko. “De moslims hadden de oorlog nooit gewonnen als ze niet door de internationale gemeenschap waren geholpen. Wij Serviërs konden niet in ons eentje tegen de hele wereld. Wij hebben 500 jaar onder het bewind van de Turken geleefd. Ik wil mij niet bemoeien met politiek. Maar dit komt uit mijn hart.” Dacht hij wel eens aan Sejfo als Sarajevo werd gebombardeerd? “Ik dacht wel eens aan hem maar ik kon niets doen. Ze hebben Pale ook gebombardeerd.”

Janko wil graag in het huis van Sejfo blijven, het is groter dan zijn appartement in Sarajevo. Maar hij ziet geen toekomst in het huis van Sejfo als de zaak niet juridisch wordt geregeld, zegt hij. De illegale status van het huis brengt allerlei ongemakken met zich mee. Neem de Servische vluchtelingen die er onlangs door de gemeente van Pale zonder toestemming van Janko zijn ondergebracht. Verbitterd laat hij de houten scheidingswand zien die hij heeft getimmerd om het huis in tweeën te delen. “Dit huis is niet gemaakt voor twee families”, zegt hij.

Janko wacht op de instelling van een gezamenlijke commissie die eigendomskwesties gaat regelen, zegt hij. Dan kan hij Sejfo betalen en is de zaak voor eens en altijd geregeld. Wil Sejfo zijn huis aan Janko verkopen? “Mischien, waarom niet”, zegt hij. Maar dan moet er eerst een gerechtshof komen waar we dat kunnen regelen.” Hij denkt even na en zegt: “Maar als dat gerechtshof er toch eenmaal is, ga ik liever terug naar mijn eigen huis.”