Schizofrenen scheren zich vaak kaal voor aanval van psychose

Het kaalscheren van het hoofd, het ingrijpend veranderen van een kapsel, of het knippen van happen uit het hoofdhaar door mensen die voor een acute psychiatrische ziekte op een gesloten afdeling worden opgenomen, is waarschijnlijk een voorspellende factor voor schizofrenie.

Dit concludeert psychiater J. à Campo, verbonden aan het psychiatrisch centrum Welterhof in Heerlen, na een onderzoek onder alle 286 in een jaar tijd opgenomen patiënten (Tijdschrift voor Psychiatrie, sept. '96).

Het was à Campo in zijn werk als psychiater verbonden aan afdelingen met acute opnamen opgevallen dat behalve waarnemings-, denk- en stemmingsstoornissen, mensen bij een opname vaak drastische veranderingen in hun haardracht aanbrachten. Hij had het idee dat vooral patiënten die op het punt stonden een schizofrene psychose te krijgen zich vaak kaal schoren. Buiten incidentele meldingen in de Amerikaanse literatuur vond hij echter geen epidemiologische gegevens.

Een jaar lang volgde hij daarom de in de Welterhof opgenomen patiënten. Hij registreerde veranderingen in haardracht en noteerde de diagnose die na verloop van tijd bij de patiënten werd gesteld.

Van de 286 opgenomen patiënten hadden er vijftien zich kaal geschoren en wijzigden twee hun kapsel ingrijpend vlak voor de opname. Twee andere patiënten leden aan waanvorming rond hun haar. Een man waste zijn haar meermalen per dag met verschillende shampoos om haaruitval te voorkomen. Een andere man meende dat hij geen wenkbrauwen had. Van deze 19 mensen kreeg uiteindelijk 68% de diagnose schizofrenie of schizofreniforme stoornis. Van de patiënten die niets ingrijpends aan hun haar hadden veranderd werd de diagnose schizofrenie bij 25% gesteld. Het betekent dat op grond van dit beperkte onderzoek opgenomen patiënten een zestien maal zo grote kans op de diagnose schizofrenie hebben als ze zich kaal hebben geschoren. Kaalscheren is wellicht een onderdeel van de symptomen van schizofrenie, opperen à Campo en de aan de Universiteit van Maastricht verbonden hoogleraar H. Merckelbach, waarnaar zij verder onderzoek zullen doen. Het lijkt een uiting van een gebrekkige ik-afgrenzing of een voorbode van verder destructiuef gedrag.