Rommelige tocht door pophistorie

Concert: Dodgy. Gehoord: 26/9 Melkweg, Amsterdam.

De zomer is nog niet voorbij, zingt de Londense groep Dodgy tegen beter weten in. Hun opgeruimde liedje Staying out for the summer behoort tot de betere zomerhits, ook al beperkt hun hitparadesucces zich vooralsnog tot Engeland. In eigen land werd Dodgy liefderijk opgenomen in de Britpop-beweging. Hoewel ze al wat langer meedraaien dan de meeste hippe jonge bands, baseren ze hun ouderwetse liedjes evengoed als Oasis en Blur op de beatmuziek van Beatles, Kinks en Small Faces.

Op het podium organiseert Dodgy aan de hand van al die invloeden een gezellig rommelige wandeltocht door de pophistorie. Fragmenten van Beatles-liedjes zijn verwerkt in eigen composities, melodielijnen werden schaamteloos afgekeken van The Who, een couplet van The Doors duikt op met een nieuwe tekst en er kan geen nummer gespeeld worden, of de vraag dringt zich op waar we dat ook alweer eerder gehoord hebben. Ook houden ze een onderlinge popquiz, waarbij het de kunst is om zo snel mogelijk het intro te raden dat door één van de groepsleden wordt gespeeld.

Heeft Dodgy dan niets van zichzelf? Toch wel, want liedjes als In a room en Good enough van het recente, derde album Free Peace Sweet nestelen zich onmiddelijk in het geheugen en onderscheiden zich van de grauwe middelmaat door hun fraaie samenzang en pakkende melodie.

Aangevuld met blazers en een toetsenman maakte het drietal er een vrolijke bende van. Krachtdadige rocksongs van drie minuten werden na verloop van tijd verdrongen door wazige hippiemuziek met dwarsfluit.

Al te serieus mocht het allemaal niet genomen worden, want daarvoor stonden Clark en Miller er te potsierlijk bij met hun onnatuurlijk geblondeerde hoofden. Pas toen ze met irritant knipperlicht een deel van het publiek de zaal uit joegen, lieten ze blijken dat ook de vervelende trekjes van jaren negentig-Britpop hen niet vreemd zijn.