'Rijkswachter hielp Nederlandse drugshandelaren'

AMSTERDAM, 28 SEPT. Justitie in Amsterdam zegt ernstige vermoedens te hebben dat Nederlandse groothandelaren in hasj jarenlang hulp hebben gehad van hooggeplaatste Belgische justitiële autoriteiten.

Aanwijzingen over samenwerking tussen de Nederlandse onderwereld en Belgische gezagsdragers zijn naar boven gekomen bij het onderzoek naar de liquidatie van de 43-jarige Belg Martin Swennen in maart in Amsterdam. De Amsterdamse politie beschikt onder meer over belastend materiaal over de rol van een diplomaat van de Belgische ambassade in Den Haag, een invloedrijke magistraat en een hooggeplaatste rijkswachter.

Swennen blijkt de maanden voor zijn dood uitvoerige verklaringen te hebben afgelegd tegenover drie agenten van de Criminele Inlichtingendienst (CID) in Rotterdam. Hij heeft uit de doeken gedaan hoe Nederlandse hasjhandelaren voor de import van drugscontainers via de Antwerpse haven konden vertrouwen op hulp van de hooggeplaatste rijkswachter in Antwerpen, W. van Mechelen.

Swennen, die was ondergedoken in Nederland, heeft ook belastende verklaringen afgelegd over de drugsliaison-officier van België in Den Haag, kolonel H. Luijten. Van Mechelen heeft Swennen naar eigen zeggen laten weten aan Luijten 35.000 gulden te hebben betaald. De diplomaat beloofde voor dit geld te regelen dat een internationaal opsporingsbevel tegen Swennen niet in Nederland zou worden verspreid. Swennen werd gezocht omdat hij in november 1995 in Brussel bij verstek was veroordeeld voor drugshandel.

Over de Belgisch-Nederlandse samenwerking bij het onderzoek is in juni vertrouwelijk overleg gevoerd tussen de nationaal magistraat van België, Vandoren, en de Amsterdamse hoofdofficier van justitie Vrakking. In dit overleg is naar verluidt ook gesproken over het handelen van de Antwerpse magistraat W. de Smet. Hij heeft zitting in het uit vijf rechters bestaande zogeheten Comité-P, dat in België toezicht houdt op de politie en betrokken is bij het onderzoek naar de zaak-Dutroux. De Smet heeft, zo is de verdenking van justitie in België, onderzoeken naar Van Mechelen geprobeerd te frustreren. Ook Swennen heeft belastend verklaard over De Smet.

Vrakking zegt desgevraagd dat er reden is de beschuldigingen “zeer serieus” te nemen. “Goede samenwerking tussen Nederland en België is dringend geboden”, aldus Vrakking, die “in het belang van het onderzoek” geen commentaar op de inhoud van het opsporingswerk wil geven.

Onderzoek van de Amsterdamse politie heeft inmiddels uitgewezen dat het arrestatiebevel tegen Swennen inderdaad een half jaar zoek is geweest bij de Centrale Recherche-Informatiedienst. De CRI geeft hiervoor “administratieve onvolkomenheden” op.