Recht op een reisje

IN DE JAREN TACHTIG zou, zo gaat een apocrief verhaal, een conglomeraat van Amerikaanse reisorganisaties een aanlokkelijk aanbod hebben gedaan aan de marionettenregering van een klein, niet met name genoemd, ontwikkelingsland in Afrika. Het voorstel was om het land als geheel op te kopen en om er een uitgestrekte luxe vakantiekolonie te stichten, Tarzania geheten.

Daar zou de vermogende Amerikaanse toerist van alle gemakken voorzien de jungle kunnen beleven: boottochtjes tussen getemde, uit Florida geïmporteerde krokodillen op het lagunemeer waren al gepland, en in nagebouwde koloniale villa's zouden airconditioning en natuurlijk de onvermijdelijke gokautomaten aangelegd worden. Het plan is nooit uitgevoerd, omdat de regering in kwestie al snel ten val kwam.

De zucht van opluchting die deze ontknoping teweeg brengt, is echter voorbarig. Alles wijst er op dat een groot deel van de wereld aan het veranderen is in een ononderbroken Tarzania, een aanschakeling van pretparken voor de meutes op zoek naar vergetelheid van het type Triple S (Sun, Sea and Sex) of Triple B (Bars, Bazars and Buddhas). Meer dan ooit tevoren gaat het om een wereldomvattend proces: in de jaren tachtig vond slechts 13 procent van het toerisme plaats in de minst ontwikkelde landen, maar dit percentage zal naar schatting in dit decennium wellicht oplopen tot het dubbele, terwijl ook het aantal toeristen lijkt te verdubbelen. Toerisme wordt ook steeds minder een westerse aangelegenheid, of beter: steeds minder een Europese (want de gemiddelde Amerikaan die niet meer dan twee, hoogstens drie weken vakantie heeft, besteedt die voornamelijk in eigen land). Het aantal reizigers uit landen als Japan, Korea en Hong Kong neemt hand over hand toe. En wat zij wensen is exact hetzelfde als westerse toeristen: luxe hotels, entertainment, koopjes en wellicht een vleugje avontuur.

In de luwte tussen de zomer en de snel aanstormende herfstvakantie, nu de wintersport al is geboekt, kunnen we ons wel permitteren om heel eventjes stil te staan bij de wereldwijde effecten van grootscheepse recreatie. Ondanks een toenemend aantal studies, waarvan sommige al vijfentwintig jaar oud zijn, bestaat er bij mijn weten geen volledig overzicht waarin naast economische effecten ook de moeilijk te kwantificeren ecologische gevolgen zijn meegeteld. Sociaal-economisch gesproken valt er zowel veel positiefs (werkgelegenheid, infrastructurele ontwikkeling) en negatiefs (verdringing van lokale producten, toename van de prostitutie) te melden. Ecologische effecten zijn complexer. Het begint al met geluidshinder door vliegtuigen en de aanleg van vliegvelden, hotels, wegen en andere voorzieningen. Dit neemt niet alleen vaak landbouwgrond in beslag, maar verstoort ecosystemen op een veel grotere oppervlakte. Daarnaast bestaan er minder zichtbare en fnuikender veranderingen. Zo worden rondom steden als Jakarta rijstvelden in snel tempo omgezet in golfbanen, met bijbehorende verstoring van het microreliëf en de hydrologie. Aan de kust van De Gambia worden mangrovebossen gekapt om het zandstrand te verbreden. Kwetsbare duingebieden die afhankelijk zijn van de natuurlijke toevoer van zand worden in hun ontwikkeling gestoord. Kustwateren vervuilen en eutrofiëren, mede als gevolg van afvalwaterlozingen.

De toestroom van de toeristen en hun behoeften schept een tal van problemen: het excessief gebruik van het veelal schaarse water voor zwembaden en douches dwingt tot het oppompen van grondwater wat in kustgebieden snel verzouting door intrusie van zeewater tot gevolg heeft. Afvalverwerking is bijna altijd een veronachtzaamd probleem, en kan leiden tot veranderingen in habitats door verdroging en vervuiling. De intensieve teelt van groenten zoals sla en tomaten ten behoeve van het standaardmenu van de westers georiënteerde toerist kan leiden tot een onverantwoord gebruik van pesticiden. Maar ook de teelt van grote garnalen, een gewild luxe voedsel bij westerse en Aziatische toeristen, resulteert soms in schade aan lokale visgronden. En dan zwijg ik nog over de directe invloed van grootschalige recreatie op emissies van broeikasgassen door vliegtuigen, auto's, buitenboordmotoren.

De schade kan evengoed optreden in gematigde en berg- of arctische klimaten: skiën en gemotoriseerd vervoer door de sneeuw leiden tot compactie van de sneeuw waardoor de isolerende bescherming van mossen en planten vermindert. Weinig menselijke handelingen bevorderen de erosie zo effectief als de aanleg en het intensief gebruik van skipistes. Onder de indirecte effecten, met name in de tropen, valt ook de jacht op beschermde diersoorten en niet te vergeten schelpen ten behoeve van souvenirs (die in Azië ook 'geneesmiddelen' omvatten). Het tegenovergestelde komt ook voor: plotselinge mensenconcentraties in voordien dunbevolkte gebieden trekken 'cultuurvolgers' zoals honden en vlooien aan, die mogelijk zelf weer dragers zijn van pathogenen.

Hèt afschrikwekkende voorbeeld van de verwording van een populaire vakantiebestemming voor Oost en West is Thailand. De landschapsvernietiging van badplaatsen zoals het Thaise Pattaya doet op geen enkele manier onder voor de hoogbouw in het spreekwoordelijke Torremolinos. De bars zijn er even afschrikwekkend, de prostituées vele jaren jonger, de prijzen lager en de koopwaar even lelijk. Maar juist daar lijkt het tij enigszins te keren. Op Ko Samui en andere eilandjes in de Golf van Thailand voert de overheid sinds kort een ander regime. Langs de kuststrook is hoogbouw verboden. De voormalige kokosplantages worden bij de aanleg van nieuwe hotels en wegen zorgvuldig gespaard. Steeds vaker wordt in een mengeling van moderne en traditionele stijl gebouwd, met gebruik van lokale materialen zoals rotan.

Ook elders ontluikt een nieuwe vorm van toerisme, en worden aantallen bezoekers aan banden gelegd, zoals bijvoorbeeld in het centrum van Venetië. Maar wie denkt dat ecotoerisme het antwoord is, vergist zich. Ook het beter gereguleerde toerisme in natuurparken kan schrikbarende gevolgen hebben, zoals blijkt uit een onderzoek in Yellowstone park: verdichting van de bodem door wandelaars, erosie langs de hellingen, afbrokkeling van gesteente, schade aan het wortelstelsel van bomen, of vernietiging van bijzondere plantensoorten door plukken (dat uiteraard verboden is). Eieren rapen, fossielen lospeuteren, namen kerven in boombast, lege bierblikjes verstoppen in dassenburchten, het moedwillig vertrappen van koraalriffen - je kunt het zo gek niet bedenken op de toerist doet het, ondanks honderden waarschuwingsborden en parkwachten. Met als direct zichtbaar gevolg dat dieren schuw worden en hun gedragspatronen veranderen en zich niet meer of in mindere mate voortplanten. In Yosemite Park zijn zomerse smogniveaus gemeten die niet onderdeden voor die van grote Californische steden.

De paradox van het moderne toerisme is dat je noch alleen noch in den vreemde bent. Naarmate we meer en verder reizen, wordt de wereld overspoeld met vertrouwde elementen, winkels en producten die je thuis ook zou kunnen kopen. Massarecreatie is de grote gelijkmaker, de cultuurwals die zorgt voor de 'coca-colaïsering' van de plaatselijke gemeenschap. Het gevolg van deze uniformisering is dat de teleurgestelde reiziger het daarop volgende jaar een nog exotischer bestemming moet kiezen. Ondanks meer regelgeving en meer aandacht voor de desastreuze effecten van toerisme, blijft het probleem van de groeiende aantallen recreanten bestaan. Alles wijst erop dat het nog zal toenemen, aangezien werknemers overal vrije tijd steeds meer gaan waarderen en de economische groei deze bestedingen ook mogelijk maakt. Reizen verruimt de geest, zonder twijfel. Maar de seizoensgebonden volksverhuizingen die we in de volgende eeuw moeten verwachten zijn een schrikbeeld waarbij Tarzania verbleekt.

Het dilemma zit in de vanzelfsprekendheid. Of zoals een jonge medewerker mij laatst meldde: “In januari gaan we naar Birma. Daar zijn we nog niet geweest en we hebben wel recht op een reisje.” Tja, wie ben ik om hierbij vraagtekens te plaatsen? Wie zou hem zijn ontdekking van de wereld misgunnen? Groots en meeslepend reizen dat willen we allemaal, en dat is nu juist het probleem in een tijdsgewricht waarin we ervan uitgaan dat de markt de ongebreidelde ontwikkeling van het toerisme wel zal reguleren. Dat lijkt me even illusoir als erop hopen dat Nederlanders met enthousiasme zich in de trein zullen storten omdat het beter voor het milieu is. Vrijwillige zelfbeperking op gebied van reizen zou een wereldwijde mentaliteitsverandering vragen die op dit moment onvoorstelbaar is. Wat dan wel? Laat de internationale gemeenschap daar maar eens een conferentie aan wijden. Misschien moet er, naar analogie van het Klimaatsverdrag van Montreal maar een Internationaal Reisverdrag komen. Ooit hebben we, al lang geleden, iets vergelijkbaars besloten toen we vrijwillig afzagen van een hoger individueel inkomen ten gunste van collectieve voorzieningen. Wellicht is het denkbaar dat in de toekomst iedere wereldburger beschikt over een beperkt aantal, eventueel gesubsidieerde 'reiskilometers' ten behoeve van zijn eigen ontplooiing. Voor de rest moet hij of zij het dan maar doen met Tarzania op het Internet.