Popa Falls

IN OOSTELIJKE richting rijdend over een splinternieuwe doodstille asfaltweg in de zon onder een blauwe hemel moet je voor de brug over de Okavango, daar waar de enige winkel in een straal van wel tien kilometer staat, waar ook twee benzinestations zonder benzine zijn, waar jonge wereldreizigers met rugzakken komend van de Victoria-watervallen (de Vicfalls zeggen ze hier en die schijnen de moeite waard te zijn), waar dus die jonge stellen met hun duim omhoog staan voor een lift terug naar onze wereld, voor die brug moet je rechtsaf de brede steenslagweg op.

Tien minuten verder zie je links een bordje Popa Falls. Dat is de ingang van een camping waar je ook een kaal huisje kunt huren.

Als je alleen de watervallen wilt zien, mag je voor niets naar binnen. Parkeer de auto en loop het hellende pad af naar het mooie grasveldje. Ik zag er wat Italianen rondlopen met videocamera's op hun nek. En aan de andere kant van het hek rond de camping stoven jongetjes op me af voor een pen. Ja ja, al die ontwikkelingskinderen willen pennen. Ga via een van de bruggetjes over het beekje en loop tussen hoog gras en dorre struiken tot je weer bij water komt. Kijk, daar zijn de Popa Falls. Inderdaad, niks aan, deze zijn de moeite niet waard.

Maar mijn ochtend was al geslaagd voor ik bij Popa Falls aankwam. Halverwege de afslag bij de brug en Popa Falls zag ik links op een kaal gewelfd terrein een klein bouwsel en er om heen in een brede kring onder kale bomen: schoolklassen. Ik zat heerlijk in een hoogbenige knalrode pickup truck met airconditioning maar vanwege het prachtige weer met de raampjes open, een bandje met heerlijke Congolese muziek aan. Ik draaide het terrein op, parkeerde de auto en stapte uit. Van onder de dichtstbijzijnde klassenboom stapte een keurige oudere heer, een Afrikaan natuurlijk, op me af en reikte me de hand. De school had 397 leerlingen, vertelde hij. En zeker, als ik een les bij wilde wonen, dan kon ik misschien het beste ... en hij wees naar een boom even verder.

Of ik er bij mag komen zitten, vraag ik. De juffrouw, een meisje nog, is verbaasd. Maar geen probleem natuurlijk. Bijna onmiddellijk komt een van de kinderen de stoel van de juffrouw aandragen.

Men dient zich dit zo goed mogelijk voor te stellen. De blauwe lucht en de zon dus, gefilterd door de boom. Een wijde kring stenen in stoffig grijs zand met een onderbreking: de deur. Daarbinnen een hoopje kinderen in niet veel meer dan vuile rafels gekleed, gehurkt op de grond of op stenen zittend, dicht tegen elkaar. Daar tegenover, een keurige juf in blouse en rok, in haar ene hand een boek, in de andere een aanwijsstok. Achter haar een klein schoolbord en een tafeltje. Verder weg andere bomen met klassen, een zonovergoten zandvlakte, de glinsterende rivier. O ja, en nog wat prachtige koeien met van die lange horens.

Nee, ze leerden er niet veel, die kindertjes. Ze hadden niet eens pen en papier. Maar het was er zo ... hoe zal ik het zeggen ... zo prettig, met dat licht en de rivier, de kindertjes in het zand en dat toegewijde meisje. Ik heb er een foto van gemaakt en die zal ik haar toesturen. Die gaat naar Patricia K. Katembo - Kanorombwe Jp School - Private Bag 2112 - Rundu - Namibia. O, ze zal het geweldig vinden. U wilt haar toch ook een kaart sturen? Doen! Vindt ze leuk!