Op de kade hangt de zoete lucht van vuilnis

LA CORUÑA, 28 SEPT. De Costa de la Muerte (kust van de dood) nabij het Noordspaanse La Coruña kent zijn gevaren. De woeste zee en wind zijn van oudsher berucht bij zeelieden.

Op de scherpe rotsen voor de stad liggen de resten van de Griekse tanker Aegean Sea, als aandenken aan de olieramp die hier vier jaar geleden plaatshad. Opnieuw wordt de zee bij La Coruña, rijk aan schaal- en schelpdieren, bedreigd door een ecologische catastrofe. Alleen komt het gevaar ditmaal van het land.

Twee weken geleden, 10 september om 10 uur 's ochtends, liep Luis Mantiñan (50) van zijn hutje met vissersspullen in de kleine haven van O Portiño naar zijn auto toen hij het geluid hoorde. “Alsof een reus een enorm stuk hout over de keien sleepte”, vertelt Mantiñan, terwijl zijn hoofd van opwinding een rode kleur krijgt. “Het gebeurde in een fractie van een seconde. Ik stond met mijn sleutel in mijn hand, op het punt de autodeur te openen. Vanaf de berg kwam een enorme golf rotzooi naar beneden zetten.”

We zitten in Bar Orujo even boven O Portiño, een kleine havennederzetting net buiten La Coruña, waar zigeuners hun sloppen hebben opgetrokken en sportvissers in kleine sloepen de zee kiezen. Een misselijkmakende zuurzoete stank herinnert aan de ramp die zich beneden voltrok. De kade ligt bedolven onder een grauwe laag van puin en huishoudelijk afval. De golven van de zee verdwijnen onder een laag plasticzakken en flessen.

Honderdduizend ton afval van de afvalstort boven aan de berg rolde op die tiende september naar beneden en verpletterde alles wat het op zijn weg tegenkwam. Ruim tweehonderd inwoners van de sloppen en de huizen zagen hoe hun dorpje volstroomde met troep en werden geëvacueerd. De Seat-turbodiesel van Luis Mantiñan werd tot schroot geperst. Slechts zijn snelle reactievermogen voorkwam dat hij zelf werd bedolven. “Ik heb geluk gehad, reuze geluk”, zegt Mantiñan en neemt tevreden een slok van zijn ochtendlikeur.

Minder geluk had Joaquín Serantes (52). Mantiñan zag hoe Serantes, slecht ter been, tevergeefs in zijn auto probeerde te komen om bescherming te zoeken. Serantes werd door de stinkende brij meegesleurd en bedolven. De auto werd opgegraven, maar zijn lijk moet zich nog ergens onder het afval in de haven bevinden.

Als het aan burgemeester Francisco Vázquez van La Coruña ligt, wordt O Portiño tot nationaal rampgebied verklaard. Want deze eerste golf van huishoudelijk en industrieel afval is slechts een voorproefje van wat komen gaat, zo is de vrees. Als niet drastisch wordt ingegrepen, dreigen nog eens honderdduizenden tonnen rotzooi naar beneden te komen, via het dal het haventje in en vervolgens door naar open zee.

Pagina 7: Spaanse vuilnisbelt leidt een eigen leven

Wat La Coruña en de omliggende dorpen de afgelopen twintig jaar aan rommel hebben verzameld op de vuilnisbelt bij O Portiño, moet volgens deskundigen worden beschouwd als een organisme met een eigen leven. Het binnenste van de berg ademt methaangassen uit als gevolg van een mêlée aan schimmige fermentatieprocessen. Spontane explosies en brandjes aan de oppervlakte zijn het gevolg. Het vuilnis scheidt ook aanhoudend vloeistoffen af: een mengsel van organische afbraaksappen en chemische resten stroomt vrijelijk naar beneden om ergens in de zee te verdwijnen.

En nu blijkt de berg ook nog eens te kunnen bewegen. Of het een explosie is geweest, die de afvallawine heeft veroorzaakt, of een van de lichte aardschokken die de regio regelmatig teisteren, is niet duidelijk. Maar wie de scherpe hoeken ziet van het terrasvormig vuilgebergte - bijna honderd meter hoog, een paar honder meter breed - kan zich slechts verbazen dat de massa zo lang is blijven liggen.

Na de plotselinge instorting van twee weken geleden, schuift de berg als een gletsjer van afval langzaam het dal in. Boven op de berg is te zien hoe tientallen vrachtwagens zware rotsblokken aanvoeren om de puinstroom in te dammen. Graafmachines hebben de afgelopen week bijna 70 ton afval van de top van de berg verwijderd, in een poging het gewicht te verminderen. Technici schatten dat het werk zeker nog maanden in beslag zal nemen voor de dreiging werkelijk verdwenen is.

“Wat de gevolgen zijn van een afvalstroom in de zee?” Luis Arevalo, de bebaarde directeur van het Oceanografisch Instituut van La Coruña haalt zijn schouders op. “We weten het niet. Zo'n afvalberg in zee is iets heel bijzonders: er bestaat geen enkele ervaring mee.” Binnen de betonnen hal van het Oceanografisch instituut, gevestigd aan de haven, klinkt het gezoem van de pompen die de grote zout-wateraquaria verversen. Hier worden straks het plankton en de waterplanten onderzocht die uit de zee rond O Portiño zijn gevist.

Het vuilnis van de belt is van een complexe samenstelling. Afgezien van organische rottingsprodukten en bacteriën bevat de berg chemisch afval in de vorm van lege batterijen, verf- en olieresten. Bovendien zetten milieu-organisaties grote vraagtekens bij de bewaking van de stortplaats, zodat niet uitgesloten is dat de berg grote hoeveelheden afgewerkte olie en andere industriële afvalprodukten bevat. “Er kan van alles in zitten”, zegt Arevalo. “Wij zullen ons in het onderzoek vooral concentreren op de biologische gevolgen voor het zeemilieu. Maar met gif en zware metalen kan het nog jaren duren voordat precies duidelijk is wat de effecten zijn.”

De discussie over de verantwoordelijkheid van de dreigende ramp is in volle gang. Minister van milieu Isabel Tocino van de conservatieve Partido Popular heeft reeds verklaard dat de schuld vooral moet worden gezocht bij het socialistische gemeentebestuur van La Coruña onder leiding van burgemeester Vázquez. “Het is nu niet het moment om over verantwoordelijkheden te praten”, aldus Vázquez, die er fijntjes op wees dat de milieu-controle van de particuliere afvaldienst Ferogasa die de afvalhoop beheert geen gemeentelijke competentie is.

Het gekibbel kan de twijfel over het afgeven van de vergunningen niet verhullen. Verschillende geologen hebben verklaard dat het aanleggen van een stortplaats op een hellend granieten vlak vraagt om moeilijkheden. Bovendien ontbreekt in de vuilnisbelt iedere vorm van bescherming van de omgeving. Er is geen drainage-systeem om het afvalwater op te vangen en te zuiveren, ontgassings-buizen ontbreken en vogels en beesten kunnen naar hartelust het afval plunderen.

Milieubewegingen hebben inmiddels de officier van justitie gevraagd te onderzoeken of de gemeente aangeklaagd kan worden voor een milieudelict. De geschiedenis van de vuilnisbelt van O Portiño is volgens hen een kroniek van een aangekondigde ramp. “We hebben al tien jaar geleden met een onderzoek gewezen op de onbeheersbare situatie met het afvalwater rond deze stortplaats”, zegt Manuel Soto, voorzitter van de lokale milieu-beweging Adega en als chemisch ingenieur verbonden aan de Universiteit van La Coruña. Twee jaar geleden kwam daar nog eens een studie overheen waaruit bleek dat de zaak dreigde in te storten.

Het zekerstellen van de afvalberg en het aanleggen van drainage- en reinigingsinstallaties is het enige wat er op dit moment op zit, meent Soto. Maar helaas is de afvalberg bij La Coruña niet uniek, zo waarschuwt hij. “Alleen al hier in de regio Galicië liggen zeker twee vergelijkbare stortplaatsen aan de rand van de zee.”

We lopen over de top van de afvalberg langs een oude sofa waar de veren uitpuilen, langs lege olievaten en plastic vuilniszakken waar glas, stinkende voedselresten en plastic flessen uitpuilen. Het fundamentele probleem van het afval in Spanje is dat er geen enkele scheiding plaatsvindt, legt Soto uit. De glasbak begint in de grotere steden voorzichtig ingeburgerd te raken, maar voor batterijen, organisch vuil en papier bestaat praktisch geen aparte inzameling.

Spanje heeft een bloeiende industrie aan hergebruikte pulp-vezels, maar moet het oude papier invoeren uit andere landen. Het grootste deel van Spanjes huishoudelijk afval verdwijnt ongemengd en vaak ook ongecontroleerd op open stortplaatsen.

Spanje ligt niet direct wakker van zijn afval. De openbare ruimte is hooguit een verlengstuk van de bar en het terras, waar men achteloos zijn servetjes, peuken en etensresten op de grond kan laten vallen. Populaire pleisterplekken in de natuur veranderen in een weekeinde in een slagveld van picknick-afval. In La Coruña en omgeving wordt dan ook vooral geklaagd over het ongemak van de wee-zure stank die over de stad waait. De dreigende milieu-catastrofe wordt ondergaan met dezelfde gelatenheid waarmee een onvermijdelijke natuurramp wordt geaccepteerd.

“Nee, ik ben nooit bang geweest voor de afvalberg”, zegt een Jerardo Suarez (75), die iedere middag een wandelingetje met zijn vrouw maakt langs de haven van O Portiño. “Wie had er nou last van? Nog een geluk dat die troep niet in juli naar beneden kwam zetten. Dan laten we hier de Virgen del Carmen, bescherm-maagd van de vissers, in een boot te water. Als de lawine dan was gevallen waren er honderden doden gevallen.”