Ook tophockeyers kunnen leven van hun sport

Hockey is formeel een amateursport, maar hoe lang nog? De komst van enkele buitenlandse spelers naar de hoofdklasse heeft de discussie over betalingen aangewakkerd.

ROTTERDAM, 28 SEPT. Het verhaal over die ene Britse hockeyer die zijn diensten tegen betaling aanbood, was de laatste weken onderwerp van gesprek op de Nederlandse hockeyvelden. Wie de Engelse gelukszoeker was, wist niemand te vertellen. Maar dat hij bestond en dat hij diverse clubs had benaderd, dat stond als een paal boven water.

De komst van enkele buitenlandse spelers en speelsters naar de Nederlandse competitie heeft de geruchtenstroom aangewakkerd. De nationale bondscompetitie afschilderen als het 'Italië van de hockeysport' voert te ver, maar financiële tegemoetkomingen zijn eerder regel dan uitzondering. Deze zomer kwamen internationale coryfeeën als Shabaz Ahmed (Oranje Zwart), Russell Garcia (HDM), Paul Lewis (HGC) en Calum Giles (Laren) naar Nederland. Zij noemden hun overgang een sportieve uitdaging. Maar aantrekkelijke randvoorwaarden speelden ook een rol.

Strafcornerspecialist Giles verzorgt trainingen voor de Gooise jeugd. Van Laren krijgt de topschutter uit Portsmouth daarvoor een ruime financiële vergoeding. Landgenoot Garcia geeft eveneens trainingen tegen betaling. HDM gaf de Britse international bovendien een auto en gratis woonruimte. Met dank aan bevriende zakenrelaties van de Haagse hoofdklasser.

Landskampioen HGC treedt op als arbeidsbemiddelaar voor Paul Lewis, de Australische international die deze week in Wassenaar aankwam. “Wij zien het als onze morele plicht om hem aan een baan te helpen”, zegt HGC-coach Maurits Hendriks. “Lewis heeft zelf zijn ticket betaald. De rest is aan ons, maar aan financiële vergoedingen doen wij niet. Dat mag niet en is in ons geval ook absoluut niet nodig.”

Shabaz is bij Oranje Zwart komend seizoen naar verluidt de enige hockeyer in de hoofdklasse die direct betaald wordt voor zijn diensten binnen de lijnen. De Pakistaanse virtuoos staat op de loonlijst bij hoofdsponsor Holland Casino's uit Eindhoven en de Vespo Groep, het textielconcern van voorzitter J. Veelenturf. Over de hoogte van Shabaz' salaris laat Veelenturf zich niet uit. “Zoiets vertel je niet”, aldus voorzitter die liever spreekt van “een vergoeding”.

Oranje Zwart hanteert dit seizoen een zogenaamd 'bonus/puntensysteem'. Spelers kunnen individueel punten verdienen door bijvoorbeeld wedstrijden en trainingen te leiden. Als team verzamelen de hockeyers uit Eindhoven punten door overwinningen en strafcorners. Aan het einde van het seizoen worden de behaalde punten uitbetaald. Als Oranje Zwart de landstitel in de wacht sleept, ligt voor ieder lid van de selectie een bedrag tussen de 1.500 en 1.700 gulden klaar.

Het opmerkelijke initiatief - een noviteit in de Nederlandse competitie - maakt deel uit van een ambitieus beleidsplan. De businessclub, een kapitaalkrachtig gezelschap met 45 leden, staat garant voor de uit te betalen bedragen.

Ieder seizoen heeft Oranje Zwart te maken met een leegloop van spelers die uit studie-overwegingen naar elders vertrekken. Met het premiestelsel - een “variabele onkostenvergoeding” volgens Oranje Zwart - hoopt de club de jaarlijkse uittocht tegen te gaan en aansluiting te vinden bij de nationale top.

De Nederlandse hockeybond (KNHB) staat initiatieven als die van Oranje Zwart oogluikend toe. Zolang de verenigingen maar niet optreden als werkgevers van spelers. Onkostenvergoedingen zijn volgens de richtlijnen van de bond eveneens toegestaan, mits de spelers maar over de amateurstatus beschikken.

Hockey is formeel een amateursport, maar hoe lang nog? NOC*NSF nam in de aanloop naar de Olympische Spelen tal van kosten voor haar rekening. Onlangs keerde de sportkoepel 15.000 gulden per persoon uit aan de gouden Nederlandse mannenploeg. Als het aan de internationals ligt, krijgt dat initiatief navolging in de vorm van premies en prijzengeld bij internationale toernooien. “Als compensatie voor de hoeveelheid tijd en energie die de gemiddelde international tegenwoordig moet investeren”, zegt Marc Delissen.

De 31-jarige oud-international heeft als aanvoerder jarenlang de belangen behartigd van de nationale ploeg. Het internationale hockey vergt volgens Delissen meer en meer trainingsuren. Onder druk van de tempobeurs haken veel talentvolle spelers daarom voortijdig af en geven zij al vroeg voorrang aan hun maatschappelijke carrière.

De verzakelijking van de hockeysport zal zich volgens Delissen de komende jaren doorzetten. Ook binnen de hoofdklasse. De gouden medaille in Atlanta, het wekelijkse live-verslag van een competitieduel op SuperSport en de samenvatting bij Studio Sport staan garant voor een toeloop van sponsors.

Spelers zullen profiteren van de toenemende belangstelling, zoals sommigen nu al doen. De meeste internationals hebben een persoonlijke overeenkomst met een leverancier van hockeysticks. De bedragen die met deze zogenaamde 'stickcontracten' zijn gemoeid, schommelen tussen de 5.000 en 15.000 gulden.

Ook de vele clinics en lezingen die sommige spelers geven, dragen bij aan de verdiensten. “De marktwaarde van de hockeyer is door de gouden medaille toegenomen”, aldus international Jacques Brinkman. “In principe zou een speler van het Nederlands elftal kunnen leven van al die centen. Niet uitbundig, maar toch.”