Misbruikte jongen worstelt met slachtofferrol

UTRECHT, 28 SEPT. “Toen ik twaalf was en mijn eerste orgasme kreeg, stopte het. Ik denk dat ze bang was om zwanger te worden.” Hans (26) is van zijn derde tot zijn twaalfde door zijn moeder seksueel misbruikt. Daarna vluchtte hij in excessief drank- en softdruggebruik, had nachtmerries, ondervond problemen in relaties en ondernam een aantal zelfmoordpogingen. Toen hij naar het Riagg stapte voor hulp, kon hij weer vertrekken met wat foldertjes.

Hans is een van de slachtoffers die de Utrechtse psychologe S. Dijkstra beschrijft in haar deze week verschenen studie Bij stukjes en beetjes. De laatste jaren wordt langzaam maar zeker duidelijk dat jongens niet alleen daders, maar ook slachtoffer van seksueel geweld kunnen zijn. Uit cijfers blijkt dat ongeveer een kwart van de misbruikte kinderen van het mannelijk geslacht is. Bij de plegers is tussen de 5 en de 15 procent vrouw. Net als bij misbruik van meisjes is de dader vaak familie of een bekende. Zo'n 3 tot 4 procent van de Nederlandse mannelijke bevolking krijgt met seksueel misbruik te maken.

Sinds begin jaren negentig is duidelijk dat er behoefte bestaat aan opvangmogelijkheden voor seksueel misbruikte jongens. De hulpverlening heeft echter nog een hoop te leren: hoe jongens seksueel misbruik beleven, welke gevolgen ze hiervan ondervinden en hoe zij hun ervaringen verwerken. Dijkstra, verbonden aan de Utrechtse Universiteit, deed hier onderzoek naar. In haar boek bespreekt ze de ervaringen van vijftien slachtoffers en achttien hulpverleners. Hulporganisaties als Korrelatie, Riagg, Bureau Vertrouwensartsen en de Ambulante Fiom reageerden tevreden: met de informatie in het boek kan de hulpverlening methodes voor sekse-specifieke behandeling ontwikkelen.

Uit het onderzoek van Dijkstra blijkt dat het voor mannen moeilijk is om zichzelf als slachtoffer te zien. Ze voelen zich vaak medeplichtig aan het misbruik en vinden het slachtofferschap niet passen bij hun mannelijkheid. Dit uit zich in schuldgevoel, seksuele problemen en onzekerheid over identiteit.

Jelle (36), een ander door Dijkstra beschreven slachtoffer, werd thuis niet verwaarloosd, maar zijn vader was altijd aan het werk. De buurman speelde in op zijn hang naar 'vaderaandacht' en misbruikte Jelle van zijn zevende tot zijn elfde. De weduwnaar begon met een band te kweken ('dit is ons geheimpje') en gaf hem geld maar eindigde met dreiging en manipulatie. Pas op het moment dat de buurman Jelle dwong achter hem te gaan staan met het doel hem anaal te penetreren, ontsnapte de jongen aan de dwingende blik van de dader en sloeg op de vlucht.

Na die ervaringen veranderde Jelle in een agressieve, criminele en ongehoorzame puber. Pas jaren later, toen een zoon van goede vrienden door een sportleraar bleek te zijn misbruikt, vertelde hij zijn verhaal. Hij zocht hulp bij een natuurgenezer. “Ik heb het twintig jaar zo druk met mezelf gehad. Nu pas kan ik bewust leven en genieten.”