Links en rechts Israel blijven vechten

JERUZALEM, 28 SEPT. Gideon, 37 jaar en reserve-kapitein in het Israelische leger, weet zeker dat vrede mogelijk is met de Arabische wereld, en natuurlijk ook met de Palestijnen. Vrede moet - en zal er dus komen. Want Gideon, die tijdens de oorlog van 1982 tegen de PLO in Libanon vocht, wil niet dat zijn zoontje van anderhalf ooit hetzelfde meemaakt.

Woensdagmiddag, toen de eerste berichten binnendruppelden over grootscheepse schietpartijen tussen het Israelische leger en de Palestijnse politie, had Gideon er geen enkele aandacht voor. Velen, die vroeger elk uur van de dag aan de nieuwsbulletins van de radio waren gekluisterd, reageren tegenwoordig net zo. Alsof de gebeurtenissen zich ver weg, in een héél ander land afspelen. Daarmee kun je je angsten en frustraties op afstand houden. Gideon zette het nieuws af en zei kortweg: “Bibi (Netanyahu) saboteert het vredesproces en brengt onze toekomst in gevaar. Hij wil niets, omdat hij Shamir (de vroegere Likud-premier) in vermomming is. Met dien verstande dat Shamir altijd zweeg en Bibi altijd praat.”

Een dag later was hij een stuk vrolijker. “Op het Rabin-plein in Tel Aviv, vlakbij mijn woning wordt nu een vredesdemonstratie gehouden.” Op de vraag hoeveel mensen er waren, aarzelde hij even, en zei toen: “Een stuk of twintig. Maar een heleboel mensen wisten er niets van. En het is natuurlijk een werkdag. Anders waren er veel meer gekomen.” Kort daarna belde hij opnieuw: “Ik zag net op de televisie hoe een wat oudere Palestijnse officier één van onze militairen die in Nablus bij het Graf van Jozef (een joodse heilige plaats) ernstig gewond werd, in een ambulance hielp. Hij zei dat hij niet bang hoefde te zijn. Het was zeer ontroerend.”

Alex en zijn vrouw zijn niet verbaasd. “De Palestijnen”, legt Alex uit, “of tenminste een deel van hen hebben grote waardering voor de Israeliërs. Omgekeerd zijn ook veel Israeliërs erg verdrietig dat zij de Palestijnse arbeiders, met wie ze goede contacten hebben opgebouwd en die óók nog eens uitstekend werken, nu moeten missen. Door die verdomde 'afsluiting' van de Palestijnse gebieden. Het is niet waar dat zij alleen maar ongeschoolde arbeiders zijn en het vuile werk uitvoerden. Velen waren voormannen in Israelische bedrijven.” Alex geeft de Palestijnen groot gelijk dat zij nu eens afrekenen met Bibi's arrogantie. “Hij heeft hen ertoe aangezet met zijn idiote politiek. Niet soms? Welke andere keus hadden zij?”

'Links' Israel ziet zijn wantrouwen jegens 'Bibi' door de gebeurtenissen van de afgelopen dagen bevestigd. Zij snakken naar vrede en aansluiting bij de rest van de wereld. En zij klampen zich vast aan elke Palestijnse strohalm. Berichten over Arafats dictatoriale en corrupte bestuur wuiven zij weg. “De startproblemen die elke nieuwe staat heeft”, zegt Aviva. “Je moet geduld hebben. Arafat heeft aangetoond dat vrede met de Palestijnen mogelijk is. We moeten gebruik maken van die historische kans.”

Dat is precies de reden waarom zij bereid zijn Arafats uitspraken en acties door de vingers te zien. Want als ze die serieus zouden nemen, zouden ze hun onbreekbaar geloof in de vrede verliezen. En dat willen ze onder geen beding.

Daarom denkt Asher, die filosofie doceert en actief is in de vredesbeweging, dat de vrede onherroepelijk is en niet meer terug te draaien. “Er zijn zoveel nieuwe ontwikkelingen. We kunnen tegenwoordig op de televisie naar het Egyptische voetbal kijken. En als mijn zoon Al Ahli ziet spelen (één van de voetbalclubs van Kairo), dan is hij blij als ze winnen. Dat was toch vroeger ondenkbaar?” Hij kan geen antwoord geven op de vraag of jonge Egyptenaren even enthousiast worden over het succes van een Israelische club. Maar hij blijft optimistisch.

Bijna alle vredesactivisten zijn ervan overtuigd dat Netanyahu het vredesproces probeert te torpederen. Openlijk, of in het geniep en op zo'n manier dat Arafat er de brui aan geeft. Maar ze weten niet of ze trots of verdrietig moeten zijn dat hun voorspellingen zo raak blijken te zijn. Netanyahu's critici van rechts daarentegen geloven steeds meer dat hij niet alleen onervaren is, maar ook de verkeerde beslissingen neemt omdat hij niet naar deskundige adviseurs wil luisteren.

Ook 'rechts' Israel ziet zijn gelijk bevestigd door de gebeurtenissen van de afgelopen dagen. Amir barstte vorige week in een scheldkanonnade uit, toen hij Shimon Peres op de televisie zag. Nu is hij nog bozer. “Peres en Rabin hebben ervoor gezorgd dat Arafat met tienduizenden manschappen naar dit land kon komen. Zij gaven hun zelfs wapens. Elke gek kon voorspellen dat zij op een gegeven ogenblik die wapens tegen ons zouden opnemen. Dat is precies wat er nu gebeurt. En wat zien en horen we op de televisie: meneer Peres, die het voor die terroristen opneemt en meneer Arafat prijst.”

Amir gelooft niet in het vredesproces. Hij heeft er nooit in geloofd. Want hij vertrouwt “die Arabieren” niet. “Je drinkt een kop koffie met ze en daarna steken ze een mes in je rug. Je weet nooit waar je met ze aan toe bent.”

Netanyahu vertelde gisteren op zijn persconferentie, waarin hij Arafat voor de vele doden en gewonden verantwoordelijk stelde, dat hij zojuist een gewonde Israelische militair had bezocht. Die was door een Palestijnse politieman, met wie hij de dag tevoren in een gemeenschappelijke patrouille had gezeten, neergeschoten.

Maar de tegenstanders van het vredesproces willen best dat Arabieren werk voor hen uitvoeren. Zoals Amir, die het vervelend vindt dat zijn aannemer uit een Arabisch dorp in Israel er niet in slaagde zijn Palestijnse gastarbeiders over de grens te smokkelen. “Ik wil mijn huis laten verbouwen. En nu gebeurt er niets.” In de vrome nederzetting Elqana, op 20 kilometer van Tel Aviv en even over de 'groene lijn' (de vroegere bestandslijn op de Westelijke Jordaanoever met Jordanië), vertellen bewoners dat zij het prima kunnen vinden met de mensen uit het Arabische dorp naast hen. “Zij doen veel bouwwerkzaamheden voor ons. En wij betalen er goed voor. Het enige vervelende is dat er de laatste tijd zo veel wordt gestolen.”

Met deze buren waren er nooit spanningen - ook niet tijdens de intifadah. “Ja, we hebben ze natuurlijk wel moeten waarschuwen toen de jongelui uit het dorp ons met stenen bekogelden. Maar toen we duidelijk maakten dat we tegenmaatregelen zouden nemen, als ze er niet mee ophielden, werd het rustig. En dat is tot vandaag de dag zo gebleven.”

Ook zij zien niets in Netanyahu. “Hij praat en praat, maar hij stelt elke beslissing uit en doet niets. Toch is hij beter dan Peres of Rabin. Want die werden door hun coalitiegenoten opgestookt - door Meretz (een links-liberale partij die zich uitspreekt voor een onafhankelijke, Palestijnse staat) en de Arabische partijen. Als Peres zijn zin had gekregen, was het afgelopen geweest met Israel als joodse staat. Zelfs als Bibi hetzelfde zou willen, zal hij dat niet kunnen. Om de eenvoudige reden dat er verder niemand in de regering zit, die hem in die richting drijft.”

'Links' en 'rechts' Israel zijn nog steeds op voet van oorlog. Na de moord vorig jaar november op premier Yitzhak Rabin nam men zich voor meer begrip voor elkaar te hebben en meer naar elkaar te luisteren. Het waren goede voornemens, die niet zijn gerealiseerd. In een gisteren in de krant Yediot Ahronot gepubliceerd opinie-onderzoek werd gevraagd of de opening van de ondergrondse tunnel in Jeruzalem een goede of slechte beslissing van Netanyahu was geweest. 'Goed' vond 54 procent, 'slecht' 44 procent van de ondervraagden. Van de aanhangers van Netanyahu was 66 procent ervoor en 32 procent ertegen. De aanhangers van Shimon Peres reageerden tegengesteld: slechts 20 procent vond het een goede beslissing, 76 procent een foute. En van alle ondervraagden was 42 procent vóór en 54 procent tegen sluiting van de tunnel.

In hetzelfde opinie-onderzoek werd gevraagd of er gevaar was voor een gewapend conflict met een van de Arabische staten. 'Ja' antwoordde 74 procent, 'nee' 24 procent. De ja-zeggers werden verdeeld in drie categorieën: 35 procent zag “een groot gevaar”, 27 procent “enig gevaar” en 24 procent “een beetje gevaar” voor oorlog.

Al die mensen willen vrede. Ze zijn het alleen niet met elkaar eens over de prijs die ze daarvoor moeten betalen. Rechts wil eigenlijk niets betalen en vertaalt dat met de leuze Vrede-in-ruil-voor-Vrede. Een groot deel van links wil iets, maar niet al te veel betalen. Slechts een minderheid van links is bereid meer neer te leggen. Zij verwachten dat dit op de lange duur voldoende is om “de rechtvaardige, permanente en alomvattende vrede” te bereiken, waartoe de Arabieren zich al sinds tientallen jaren bereid verklaren.

Zij schuiven de notie ver van zich dat de aldus geformuleerde vrede uiteindelijk ook voor hen niet acceptabel is. Want de meesten van hen willen geen afstand doen van Jeruzalem, dat door zijn heiligheid niet een prachtige stad is ter grootte van Utrecht, maar een symbool van zowel God als natie, dat men nimmer kan opgeven. Dat principe geldt in wezen ook - zij het in veel mindere mate - voor de nederzettingen in de bezette gebieden en de graftombes aldaar van de Aartsvaders en -moeders. Hoe belangrijk zijn ze voor Israel? Hoe heilig? En hoeveel veiligheid garanderen ze?

Met dat soort vragen werden Rabin en Peres al geconfronteerd. In de oktober-oorlog van 1973 bijvoorbeeld, toen de nederzettingen op de Golan moesten worden geëvacueeerd. Daarom spraken Rabin en Peres met Arafat af de vaststelling van de uiteindelijke prijs weg te schuiven naar een zo laat mogelijk datum. In de hoop dat de Heer of de omstandigheden ervoor zouden zorgen dat de prijs wat zou zakken.

De gebeurtenissen van de afgelopen dagen, door de Palestijnen nu confrontatie en niet langer intifadah genoemd, tonen aan dat Israel wel degelijk zal moeten betalen: in de vorm van voldoende land aan zijn Arabische vredespartners òf in de vorm van bloedige confrontaties dan wel oorlog. In de woorden van de Palestijnse minister van financiën, Mohammed Nashashibi: “Netanyahu is de strijd om Jeruzalem begonnen. En hij zal de gevolgen ervan moeten dragen.”

Wat die gevolgen ook mogen zijn, rechts blijft hem steunen en links valt hem aan. Dus verschijnen er, precies zoals een jaar geleden, weer advertenties in de kranten. In één prees gisteren een comité van rechtse professoren Netanyahu: “Meneer de Premier, wees sterk en moedig. Het krachtige standpunt van U en Uw regering is de manier om vrede en veiligheid te verzekeren.” Een andere advertentie van een bekende popster, die populaire talkshows voor de televisie houdt, luidde: “Bibi, je maakt me misselijk. Was getekend: Gidi Gov.”

    • Michael Stein