Lichaamstaal van Stephen Gadd

Aan zijn billen herkent men de kracht van de sumoworstelaar. In de bilspieren heeft hij de kracht verzameld voor de katachtige sprong op zijn tegenstander, voor de uitbarsting die nodig is voor het beslissende moment. Klaar om in de aanval te gaan, staat hij met zijn vuisten en de voeten op de grond. Wie als eerste zijn vuisten heft, geeft het sein tot de aanval.

Sumo is een kwestie van concentratie, strategie en techniek. Binnen een paar seconden kan het explosieve gevecht zijn beslecht. Zeg niet dat het dommekrachten zijn. Twee mastodonten die elkaar aanvliegen heeft natuurlijk wel iets dierlijks. Lichamen van billen en buiken, van spek en spieren die op elkaar botsen - meer lijkt het niet te zijn. Er zijn sumo's in diverse maten en gewichten: de dikken, de dikkeren en de diksten, respectievelijk de klasse onder 85 kilo, boven 85 kilo en boven 115 kilo. In Japan leven nog sumo's die alleen eten, slapen en oefenen. Ze brengen hun tijd door volgens de regels van tweeduizend jaar geleden, toen sumo's als lijfeigenen in een stal woonden ter voorbereiding op de gevechten die hun meester beraamde. Sinds dit jaar leven ook in Nederland sumo's - fervente liefhebbers nog. Volgens oude zedelijke normen en tradities dragen zij een doekje om hun geslacht te bedekken. Maar eigenlijk is het een naakt gevecht, een ongewapend gevecht tussen mannen met sterke billen.