Koopman-politicus

ALS HET REISSCHEMA niet tegenzit, eindigt de week zoals deze is begonnen: met Bolkestein. Omstuwd door mee terugreizende journalisten die hem op Cyprus niet te spreken kregen, en opgewacht door journalisten die er vanuit gaan dat hij bij aankomst wel zal praten, zou de voorzitter van de Tweede-Kamerfractie van de VVD vandaag op Schiphol landen.

Het belooft de voorlopige apotheose te worden van een week waarin het politieke nieuws nu eens niet werd beheerst door Bolkestein, maar waarin het nieuws vooral ging over Bolkestein.

De zaak begon afgelopen zondag met de onthulling in het televisie-programma Netwerk dat Bolkestein vorig jaar in zijn hoedanigheid van commissaris van de farmaceutische onderneming Merck, Sharp en Dohme (MSD) een brief aan minister Borst van Volksgezondheid heeft gestuurd om de opname van een bepaald geneesmiddel in het Geneesmiddelenvergoedingssysteem te bepleiten. De cruciale vraag is of Bolkestein zich door deze handelwijze heeft bezondigd aan belangenverstrengeling. Maar het nationale debat dat is ontstaan, gaat inmiddels over alles: van de 'verderfelijke rol' die de media in het geheel spelen tot en met de politieke complottheorie. Het valt te hopen dat met de terugkeer van Bolkestein het debat ook wordt teruggebracht tot normale proporties. Want de enige vraag die nu aan de orde is, is of Bolkestein al dan niet juist heeft gehandeld.

De verdediging die deze week vooral bij de VVD veel gehoord werd - dat Bolkestein de brief aan minister Borst heeft geschreven als commissaris - is niet afdoende. Hoewel het strikte onderscheid tussen politicus en commissaris formeel wel kan worden gemaakt, is de praktische uitwerking van de dubbelfunctie een andere. Dat geldt voor zowel Bolkesteins opereren als politicus als zijn opereren als commissaris. Wat dit laatste betreft: een commissaris is primair aangesteld om toezicht te houden op de directie van een onderneming. Lobbyen voor dat bedrijf, zoals Bolkestein meerdere malen heeft gedaan, behoort zeker niet tot de allereerste werkzaamheden van een commissaris. In dit geval leek het gevoel voor de juiste verhoudingen dan ook vergeten.

UIT ANTWOORDEN van minister Borst op vragen uit de Tweede Kamer blijkt dat de politicus Bolkestein vorig jaar op haar verzoek een gesprek heeft gehad met de directeur-generaal Volksgezondheid over het wetsvoorstel Geneesmiddelenprijzen waar de VVD als enige coalitiepartij aarzelingen bij had. Volgens Borst heeft de fractievoorzitter “en marge” van dit gesprek het geneesmiddel Zocor van MSD ter sprake gebracht; hetzelfde produkt waarover hij de minister reeds eerder benaderde. Dat de minister in haar antwoorden nadrukkelijk spreekt over 'de fractievoorzitter' is typerend. Op het departement van Volksgezondheid is het gesprek “en marge” blijkbaar niet opgevat als een interventie van commissaris Bolkestein. De scheidslijnen waren dus niet helder. Daarmee zijn degenen die door de politicus/commissaris werden benaderd in een ongemakkelijke positie gebracht. Wederom lijken hier de juiste verhoudingen uit het oog verloren.

Tot de bijna natuurlijke reactie op dit soort kwesties behoort de roep om een gedragscode. Dit is een kunstgreep die aardig oogt, maar voor het overige overbodig zou dienen te zijn. De politicus met gevoel voor verhoudingen heeft namelijk geen gedragscode nodig. Hetzelfde geldt voor het afkondigen van een verbod voor politici om commissariaten te bekleden. Ook hier is het de politicus zelf - of zijn partij - die de afweging dient te maken.

DIT NEEMT NIET weg dat een kritische kijk naar de combinatie politicus-commissaris dringend noodzakelijk is. Elke keer weer blijkt het te wringen. Bedrijfsbelang en algemeen belang gaan nu eenmaal niet altijd samen. Te gemakkelijk wordt gezegd dat Tweede-Kamerleden met behulp van commissariaten hun blikveld (dat nu vaak niet veel verder komt dan de departementen rondom het Binnenhof) kunnen verruimen. Hiermee wordt het probleem van de verkeerde kant benaderd. Een Tweede Kamer die als volksvertegenwoordiging wil functioneren is niet zozeer gebaat bij mensen die via een commissariaat banden hebben dan wel aangaan met het bedrijfsleven. De Kamer is dan meer gebaat bij mensen die een achtergrond in het bedrijfsleven hebben.