Klassenstrijd

Milo Anstadt stelt in de krant van 21 september dat het de hoogste tijd is voor een hernieuwde klassenstrijd. Hij suggereert dat deze strijd een taak voor de vakbeweging zou kunnen zijn.

Mij lijkt het beter om een onafhankelijke beweging of instituut in het leven te roepen, die dus los staat van de vakbeweging. Als de vakbeweging voor deze strijd (nog) geschikt zou zijn geweest, had zij zich hier namelijk al eerder op laten voorstaan. Nederland (en heel Europa) wordt immers al jarenlang door vrij hoge werkloosheid geteisterd. De vakbeweging heeft zich zeker wel ingezet voor het verbeteren van de werkgelegenheid, maar veel te weinig.

Zij heeft hiermee laten zien zich vooral in te zetten voor de werkenden (ook wel de 'insiders' genoemd) en slechts in geringe mate voor de werkzoekenden (de 'outsiders'). De huidige 'onderklasse' of tweedeling in de maatschappij wordt mijns inziens vooral gevormd door het niet mogen participeren van een groep mensen op de reguliere arbeidsmarkt. Dit zijn niet alleen mensen met weinig of geen opleiding ('minder-getalenteerden'), maar ook mensen het veel opleiding ('getalenteerden'). Hooguit mogen zij 'meedoen' als Melkertbaner, banenpooler, werkervaringsplaatser, vrijwilliger (onbetaald!) of op een 'reguliere' plek zitten waar hun talent onvoldoende of niet tot uiting kan komen. En daar is het paarse kabinet nog trots op ook.

Als deze groep zal moeten wachten op hulp van de vakbeweging dan ben ik bang dat dit veel te lang zal duren. De belangen tussen insiders en outsiders zijn grotendeels te tegenstrijdig. Solidariteit heeft men vooral met de eigen portemonnee. Initiatieven tot strijd zullen daarom uit deze 'onderklasse' zelf moeten komen. Hierbij zullen zij wel de steun van de overheid moeten krijgen en samenwerking moeten zoeken met de vakbeweging. Maar zij zullen zelf de initiatieven moeten nemen.