Isolatoren

Een paar maanden geleden heeft er een foto van in de krant gestaan: een rij lange houten palen in een vlak landschap in het noorden van Friesland. Meestal worden ze telegraafpalen genoemd; deze dienden om de kabels voor de elektriciteitsvoorziening aan op te hangen. Een ouderwetse manier van transport die zich daar blijkbaar wat langer had kunnen handhaven omdat er in die buurt nog weinig elektriciteit werd gebruikt.

Maar geleidelijk was het stroomverbruik dusdanig toegenomen dat de kabels aan de palen het niet meer aankonden. Toen heeft de provincie het besluit genomen, dit geheel toch te laten staan, als monument van industriële archeologie. Een jaar geleden ongeveer had het ergens in de Alblasserwaard ook gekund (herinner ik me ook van een krantenfoto) maar daar zijn die palen met toebehoren intussen tegen de vlakte gegaan.

Tegenwoordig wordt er veel geschreven over 'horizonvervuiling', meestal door degenen die tegen de bouw van een wolkenkrabber zijn. Toen de eerste bovengrondse leidingen werden aangelegd waren over het algemeen de kerktorens de hoogste constructies. Heeft men toen gevonden dat deze telegraafpalen het uitzicht of het landschap bedierven? Als je ermee bent opgegroeid vind je het jammer als er weer zo'n leiding wordt gesloopt. Een rij palen met draden eraan accentueert op een bijzondere manier het perspectief; het doet je beseffen dat er een verte is, moedigt de neiging aan om het hoognodige bijelkaar te pakken en te vertrekken. Easy Rider, On the Road, Route 66. Amerika is nog altijd beplant met miljoenen van die palen. Je rijdt een gemiddeld gehucht binnen, een verzameling schoenendozen en een motel, en de palen met draden zijn de voornaamste straatversiering. Als je vroeger in Nederland in de trein zat en je keek strak naar buiten, je ogen op de draden gericht, was het alsof je regelmatig op en neer golvende punten zag die in dezelfde snelheid met je mee golfden. In de Randstad is dat allemaal allang verdwenen. Misschien dat er langs de lijn Zutphen - Zwolle nog iets van over is. Ik zie het voor me.

Bovenaan de telegraaf- of elektriciteitspalen zit een aantal dwarslatten en daarop zijn weer dingen aangebracht die er van veraf uitzien als dikke cylindertjes met een knop erop. Dat zijn de isolatoren, de bevestigingspunten van de kabels. Zo'n isolator is een soort porseleinen pot, hard gebakken en geglazuurd, en een van de mooiste voorwerpen die de industriële revolutie heeft voortgebracht. Je hebt ze in honderden kleuren en vormen, solide cylindervormige van dik en zwaar baksel, diep donkerbruin, tot elegante kegeltjes van bijna doorschijnend violet, en donkergroene dubbele diabolo's. Overal waar elektriciteit is en porselein wordt gebakken zijn ze gemaakt. Ze komen uit Bulgarije, China, Polen, Pennsylvania, Nieuw Zeeland. Iedere periode in de elektriciteitsvoorziening heeft nieuwe behoeften gehad, iedere behoefte werd beantwoord met een nieuw model, en iedere isolatorenfabriek heeft haar eigen merkteken. Waar zich door de jaren heen een zo grote verscheidenheid aan mooie dingen heeft ontwikkeld, verschijnen de verzamelaars.

Overal verdwijnen de isolatoren maar in het ene land en de ene streek gaat het sneller dan ergens anders. In een buurt waar de oerisolator in grote verscheidenheid nog betrekkelijk onaangetast voortbestaat, kwam ik een oude vriend tegen. We informeerden naar elkaars gezondheid - totdusver ging het goed - maar terwijl we verder over de toestand in de wereld praatten zag ik dat hem iets anders bezighield, en dat hij popelde om het me te vertellen. “Kom mee”, zei hij. “Ik wil je iets laten zien.” We gingen naar zijn huis, een wandeling van ongeveer een kwartier. Terwijl we liepen viel het me op dat hij bijna voortdurend naar boven keek. Ik vroeg niets.

Het inwendige van zijn huis was onherkenbaar geworden. Langs alle muren had hij planken getimmerd en op alle planken stonden isolatoren. Honderden, zeer kleine, niet groter dan een muis, tot giganten met de omvang van een literfles. Hij wees op een sector van een plank: 'Bulgarije 1915 tot 1925!' Maakte een breed gebaar naar een andere plank: 'China, jaren dertig!' En zo ging de rondleiding nog wel een kwartier verder.

“En wat is dat?” vroeg ik, op een machientje in een hoek wijzend.

Hij keek wat verlegen. “Dat is gereedschap van eigen ontwerp. Kijk, het zijn eigenlijk drie stevige stokken die ik in het verlengde aan elkaar kan bevestigen, als een hengel. Hier, aan het eind zie je een krachtig elektromotortje met een kleine cirkelzaag, en daaronder het vangnet en op de stok het schijnwerpertje. Aan de muur van sommige huizen zitten nog oude isolatoren die niet meer worden gebruikt. Daar ga ik 's nachts heen, zaag de staak van de isolator door, die valt in het net, dat duurt bijelkaar niet langer dan drie minuten en voor de mensen weten wat er aan de hand is, ben ik alweer weg! Snap je?”

Ik zei dat ik het gevaarlijk vond en dat ik het niet achter hem, kalme, verstandige man, had gezocht.

Hij zei: “Ik ben een ander mens geworden. Ik ben nu verzamelaar.”

Hierover later meer.