Inspectie: trek 55 mln uit voor Den Haag

DEN HAAG, 28 SEPT. De gemeente Den Haag moet volgend jaar 55 miljoen gulden extra steun krijgen in verband met de artikel 12-status. Dit adviseert de rijksinpectie voor de financiën van lagere overheden. Het ambtelijke advies wordt vermoedelijk overgenomen.

Het college van B en W vindt de bijdrage te laag om de stad perspectief op een financieel gezonde toekomst te kunnen bieden. “Wil Den Haag duurzaam op eigen benen kunnen staan, dan is een aanvullende oplossing vereist”, aldus het college, dat zich nu tot het kabinet zal wenden. “Als het advies wordt overgenomen blijft Den Haag tot ver in de volgende eeuw met een hoge schuld zitten, is er onvoldoende ruimte voor investeringen en blijven de tarieven voor onroerende-zaakbelasting in Den Haag zeer hoog.”

De onroerende-zaakbelasting gaat in Den Haag vanaf volgend jaar wel omlaag. Over vier jaar moeten de tarieven ruim vijftien procent lager zijn dan nu, zo staat in de gisteren gepubliceerde begroting voor volgend jaar. De verlaging wordt betaald uit de extra bijdragen in het kader van de artikel 12-status en door de herverdeling van het Gemeentefonds, als gevolg waarvan Den Haag eveneens meer rijksbijdragen ontvangt. Het college stelt de gemeenteraad een verlaging van 5,2 procent voor woningen en één procent voor niet-woningen voor. Het Haagse tarief is voor volgend jaar 27,72 gulden per vijfduizend gulden waarde voor woningen en 28,95 gulden voor bedrijven.

Het college heeft inmiddels toestemming van het Rijk voor het wegwerken van achterstallig onderhoud aan het Gemeentemuseum (51 miljoen gulden), de Koninklijke Schouwburg (dertig miljoen gulden), wegen (38 miljoen gulden) en waterbodems (65 miljoen gulden), alsmede voor regulier onderhoud aan wegen (11,8 miljoen gulden) en waterbodems (7,6 miljoen gulden).

Staatssecretaris Vermeend (Financiën) laat onderzoek verrichten naar de hoge onroerende-zaakbelasting in Den Haag, zo schrijft hij naar aanleiding van vragen van het Tweede-Kamerlid H. Kamp (VVD). Volgens Kamp brengt Den Haag bijna vijf keer zoveel kosten in rekening als de buurgemeente Monster. Vermeend erkent dat er tussen de duurste en de goedkoopste gemeente een “aanzienlijk verschil” bestaat. Volgens Vermeend is het denkbaar dat grote steden hogere kosten hebben dan kleine en middelgrote gemeenten door het mogelijk complexere objectenbestand. Hij sluit evenwel niet uit dat er ook sprake kan zijn van een ondoelmatige manier van werken.