In Tanzania stimuleert corruptie de economie

DAR ES SALAAM/ZANZIBAR, 28 SEPT. De bankier moet zelf lachen om zijn opmerking. “Sinds de nieuwe regering van president Benjamin Mkapa aan een anti-corruptiecampagne begon, is de economische activiteit afgenomen. Dit leidt tot de wrange conclusie: in Tanzania stimuleert corruptie economische activiteiten”.

Handelaren in de straten van Dar es Salaam vertellen hetzelfde verhaal: nu ze hun goederen niet meer illegaal belastingvrij kunnen importeren, zijn de prijzen te hoog geworden voor de consument.

Lagen op dit tijdstip vorig jaar 12 schepen in de haven van Zanzibar, nu dobbert er slechts één containerschip. Zanzibar verliest maandelijks een geschatte 10 miljoen dollar aan inkomsten door de teruggelopen handel. De oorzaak? Het autonome Zanzibar kent veel lagere importbelasting dan het vasteland van Tanzania, waarmee het een politieke unie vormt. Grote hoeveelheden goederen werden eerst officieel ingeklaard in Zanzibar en vervolgens doorgezonden naar de haven van Dar es Salam, waar corrupte ambtenaren tegen betaling van smeergeld de vracht zonder belasting te heffen lieten passeren.

De Tanzaniaanse regering verloor op deze wijze miljoenen dollars aan inkomsten. Een Japans elektronicabedrijf op het vasteland moest zijn deuren sluiten, want het kon niet concurreren tegen de absurd lage prijzen van de goederen die binnenkwamen via de zogenaamde 'Zanzibar-route'. Westerse donoren zetten in 1994 een aanzienlijk deel van hun ontwikkelingshulp uit protest stop.

“Ik kon niet de belasting, betaald door de Zweedse bevolking aanwenden voor ontwikkelingshulp als de Tanzanianen zelf belasting ontduiken”, verdedigde de Zweedse ambassadeur dit besluit. “De kwestie van de Zanzibar-route is van groot belang voor de donoren, om te zien of de Tanzaniaanse regerig oprecht is bij de bestrijding van corruptie”, verklaart een andere Westerse diplomaat. Officieel is de Zanzibar-route nu gesloten. In de haven van Dar es Salaam ontsloeg de regering corrupte ambtenaren. Op beperkte schaal, nu in kleine bootjes, vindt er nog wel steeds smokkel plaats vanuit Zanzibar.

Met Benjamin Mkapa is een nieuw tijdperk aangebroken in Tanzania. “Mister Clean” begint de bezem door de corrupte zwijnenstal te halen. De verkiezingscampagnes eind vorig jaar gingen vrijwel exclusief over curruptie. De nieuwe president Mkapa werd deze week geconfronteerd met de eerste grote uitdaging voor zijn anti-corruptiecampagne. Een speciale parlementscommissie vond sterke aanwijzingen voor corrupte praktijken van de minister van financiën, prof. Simon Mbilinyi. De minister zou zakenlui toestemming hebben verleend een grote hoeveelheid bakolie te importeren tegen te lage heffingen. “Hij ontving daarvoor vermoedelijk een tegenprestatie”, drukt Iddi Simba, voorzitter van de parlementscommissie, het heel diplomatiek uit.

“De minister moet ontslag nemen, of de president moet hem ter verantwoording roepen”, vervolgt hij, “anders komt er verzet onder de bevolking en in het parlement. Wij beloofden de kiezers schoonschip te maken. Dit is de eerste grote test voor Mkapa”. Het betreft een moeilijke beslissing voor Mkapa. In Afrikaanse landen is na de president de minister van financiën meestal de meest invloedrijke minister. Hij voet het cruciale overleg met de oppermachtige donoren. In Tanzania zijn de afgelopen jaren herhaaldelijk ministers van financiën beschuldigd van corruptie.

Hoe groot is de corruptie in het eens zo idealistische Tanzania? Ex-premier Joseph Warioba leidt in opdracht van Mkapa een speciale onderzoekscommissie naar corruptie. Over een maand komt zijn rapport uit. “Corruptie is wijd verspreid in alle lagen van de samenleving”, concludeert hij. “Voor iedere overheidsdienst, of het nu scholen, ziekenhuizen of rechtbanken betreft, moet tegenwoordig smeergeld worden neergeteld. Nergens ben ik een uitzondering tegengekomen, zelfs niet bij de pers.”

Warioba maakt een onderscheid tussen 'kleine' en 'grote' corruptie. “Behalve de onderbetaalde leraar, dokter of ambtenaar die smeergeld vraagt om te kunnen overleven, verrijken hoge politici en zakenlui zich. Dat is grote corruptie. Het gaat dan om grote bedragen. Door het geld dat zij opstrijken, verliest Tanzania heel veel aan inkomsten.” Warioba pleit er voor een nieuwe leiderschapscode - die uit de socialistische tijden werd in 1990 afgechaft - in te voeren voor politici.

Corruptie is een relatief recent verschijnsel in Tanzania en heeft volgens waarnemers niet de vorm aangenomen van bijvoorbeeld in Zaïre of Kenia. Onder de moreel bevlogen ex-president Julius Nyerere was de 'grote' corruptie uitgesloten. Indirect droeg zijn mislukte socialistische beleid echter bij aan de grote opkomst van corruptie na zijn vertrek in 1985. De salarisen waren zo waardeloos geworden dat iedereen wel moést 'bijverdienen'. Grote tekorten aan consumptiegoederen werkten smokkel en zwarte handel in de hand. “Als je alles volgens de regels deed, bleven je kinderen analfabeet en stierf je door gebrek aan medicijnen”, zegt een Tanzaniaanse journalist.

Een uitgebreid en ingewikkeld belastingsysteem om het socialisme te bekostigen, werkte ieder privé-initiatief tegen. Aan dit belastingstelsel is nog weinig veranderd. De directeur van een bierfabriek vertelt hoe hij 19 verschillende belastingen voor zijn bedrijf moet betalen, een andere zakenman betaalt 31 keer belastingen. “Zo'n systeem nodigt de zakenman uit smeergeld te betalen om belasting te kunnen ontduiken”, zegt Iddi Simba. “De hele politieke cultuur uit de dagen van het socialisme moet op de helling. Dáár gaat het om, niet zozeer om de corruptie zelf”.

Augustine Mrema was de belangrijkste tegenkandidaat van Mkapa bij de presidentsverkiezingen vorig jaar. Zijn verkiezingsleuzen richtten zich tegen de corruptie in de regeringspartij de CCM (Partij van de Revolutie). Mrema twijfelt aan de kansen van de president de corruptie effectief te bestrijden. “Misschien is hij zelf Mister Clean, maar de werkelijke test is of hij de corrupte politici in zijn CCM kan aanpakken. Zijn positie in de partij is daarvoor te zwak”. De populist Mrema peit voor berechting van hoge politici. “Gewone burgers worden veroordeeld voor het stelen van twee bananen, terwijl de corrupte zakenlui en politici vrijuit gaan”. In de afgelopen tien jaar werd geen enkele corrupte politicus berecht. De bevolking wil koppen zien rollen. Die uitdaging heeft Nkapa nog niet durven aangaan.