Hongarije twijfelt over pact met Roemenië

BOEDAPEST, 28 SEPT. Een week nadat Hongarije en Roemenië het historische “basisverdrag” sloten dat hun bilaterale relaties regelt, is in Boedapest een politieke controverse ontstaan over de vraag wat premier Gyula Horn nu precies heeft ondertekend. Oppositiepartijen in het Hongaarse parlement, dat het verdrag nog moet ratificeren, verwijten de regering-Horn dat in de slotfase van de onderhandelingen de positie van de 1,7 miljoen Hongaren in Roemenië ernstig is verzwakt.

De uiteindelijke versie van het verdrag, dat vorige week in de Roemeense stad Timisoara door de premiers Gyula Horn en Nicolae Vacaroiu werd getekend, wijkt volgens de oppositie belangrijk af van het concept-verdrag dat het parlement eind augustus vertrouwelijk onder ogen kreeg. De rechten van individuen die tot een minderheidsgroep behoren zijn nog meer beperkt en de verplichting van de twee staten om minderheidsrechten te beschermen is verder afgezwakt, menen Horns tegenstanders.

De kritiek staat in schrille tegenstelling tot de lof die de beide landen in het buitenland voor hun toenadering hebben gekregen. De Amerikaanse ambassadeurs in Boedapest en Boekarest prezen in een artikel in de International Herald Tribune de landen voor de verzoening, “die voor Centraal-Europa de betekenis heeft die de Frans-Duitse verzoening had voor West-Europa”. De Amerikaanse diplomatie heeft met druk achter de schermen ertoe bijgedragen dat Hongarije en Roemenië hun eeuwenoude geschillen in ieder geval op papier hebben bijgelegd. Het verdrag is volgens de ambassadeurs voor beide landen zeven jaar na de val van het communisme “een laatste bevrijding, dit keer van de onopgeloste erfenissen van hun eigen tragische en pijnlijke verleden”.

Maar binnenslands is niet iedereen onder de indruk. De positie van de Hongaarse minderheid in vooral de provincie Transsylvanië, dat na de Eerste Wereldoorlog aan Roemenië toeviel, is het meest omstreden gedeelte van het verdrag. De partij van Hongaren in Roemenië, de RMDSz, meent dat de regering-Horn de minderheid heeft opgeofferd aan het politieke doel om lid te worden van de Europese Unie en de NAVO. De EU eist van kandidaat-leden dat zij eerst hun onderlinge geschillen oplossen. Het Hongaars-Roemeense verdrag biedt geen garantie voor collectieve rechten of lokaal zelfbestuur voor minderheden. De rechtse oppositiepartijen in het Hongaarse parlement, zoals de Partij van Kleine Boeren en het Hongaars Democratisch Forum, wijzen het verdrag om die reden af.

Het Hongaarse ministerie van buitenlandse zaken had eerder verzekerd dat de verschillen tussen de Engelstalige ontwerptekst en de finale Hongaarse en Roemeense tekst niet meer dan “stilistisch” waren. Daarmee leek de discussie gereduceerd tot een taalkwestie. Maar vice-premier Gábor Kuncze gaf dinsdag toe dat de veranderingen verder gingen. Kuncze noemde het volgens de krant Magyar Hirlap “ongelukkig” dat sommige veranderingen die in de laatste fase van de onderhandelingen zijn aangebracht “uiteindelijk kunnen worden geïnterpreteerd als meer dan simpele stilistische aanpassingen”.

Gezien de machtsverhoudingen in de Hongaarse politiek - Horns coalitie steunt op 277 van de 386 zetels in het parlement - zal de nieuwe ophef de ratificatie van het verdrag niet in gevaar brengen. Het debat geeft vooral de onmacht weer van Hongarije om de positie van Hongaren in andere Centraaleuropese landen daadwerkelijk te beschermen. Het basisverdrag beschermt in beginsel de culturele identiteit van minderheden. Het garandeert de Hongaren onderwijs in hun moedertaal - zij het dat de meeste scholen slechts tweetalig onderwijs bieden - en in gebieden waar Hongaren in de meerderheid zijn mogen zij hun eigen taal in het ambtelijk en juridisch verkeer gebruiken. Of er werkelijk een eind komt aan de discriminatie van de Hongaarse minderheid, waar de RMDSz tegen strijdt, hangt af van de uitvoering van het verdrag. En daarvoor is de Roemeense regering verantwoordelijk.

De Hongaren hebben een slecht voorbeeld in een ander buurland, Slowakije. Met dit land sloot Hongarije anderhalf jaar geleden eveneens een basisverdrag, maar de Hongaarse minderheid in Slowakije is er allerminst op vooruit gegaan. De interpretaties van het verdrag in Boedapest en Bratislava lopen uiteen als het gaat om onderwerpen als onderwijs en taal, waarover de Hongaren in Roemenië nu klagen. Het nieuwste geschilpunt is het verbod dat het Slowaakse parlement onlangs afkondigde op het zingen van buitenlandse volksliederen in het openbaar. De coalitiepartner in de regering-Horn, de Alliantie van Vrije Democraten, noemde het verbod deze week een schending van het basisverdrag. De Hongaarse regering heeft inmiddels geprotesteerd in Bratislava.

    • Peter ter Horst