GROENE HART (2)

Het artikel 'Zeegras in het Groene Hart', met als ondertitel 'Ondertunneling Hogesnelheidslijn kan tot verzilting leiden' in de Wetenschapsbijlage van 14 september bevat verschillende opmerkingen, waarbij veronderstellingen tot waarheden worden verheven. Het verschijnsel van het optreden van kwel en brak water in westelijk Nederland treedt al eeuwen op en is niets nieuws. De inhoud van het artikel is dan ook een oneigenlijk element in de discussie over de noodzaak en de plaats voor de HSL.

Westelijk Nederland heeft van oudsher een wankel evenwicht tussen ontwatering en de daarmee samenhangende mogelijkheid tot het optreden van zoute kwel. Het betreft nu eenmaal een gebied dat in zijn geologische verleden door opvulling van delen van de Noordzee is ontstaan. Daarbij is plaatselijk zout water in de ondergrond achtergebleven. Als gevolg van het optreden van richtingsveranderingen in de natuurlijke grondwaterstroming door variaties in de hoogte van het zeewater en de vorming van het Hollandse natuurlijke landschap (duinen, veengroei en dergelijke) gedurende de laatste twee miljoen jaar, is de toestand extra ingewikkeld geworden.

Alle menselijke ingrepen in een gebied kunnen gevolgen hebben voor het patroon van de grondwaterstroming; zo ook in westelijke Nederland. Dit speelt al sedert de kunstmatige ingrepen in de waterhuishouding in het gebied plaats hebben en men spreekt dan over een periode van meer dan duizend jaar. Vooral de intensivering van de ontwatering en de winning van grondwater voor de drinkwatervoorziening gedurende de laatste eeuw hebben grote verandering in het grondwaterstromingspatroon teweeggebracht. Het gaat om maatregelen die de bewoonbaarheid van dit dichtbevolkte gebied mogelijk hebben gemaakt. Verschijnselen die daarbij kunnen optreden zijn onder andere veranderingen in het patroon van het voorkomen van kwel: het naar boven stromen van grondwater naar de oppervlakte. Dat water - zoet en zout, al of niet vervuild - wordt daarna via een inmiddels ingewikkeld stelsel van ontwateringsmiddelen netjes naar zee afgevoerd.

Afhankelijk van de aard van de situatie kan al of niet brak water naar de oppervlakte stromen. Elke menselijke ingreep kan daarbij een verandering teweeg brengen, of het nu een verandering in de ontwatering is, de bouw van gebouwen waarover diep geheid moet worden en nu dus weer de HSL-lijn. Het effect van een dergelijke ingreep op de aard van de kwel - zoet of brak dus - is wisselend, en het optreden van kwel van brak water is van oudsher aanwezig in het gebied; niets nieuws dus en zeker niet zonder intensieve berekeningen te voorspellen. De suggestie dat de aanleg van de HSL zelfs meetbare effecten op de situatie bij de Nieuwkoopse Plassen zal hebben, lijkt mij overigens onwaarschijnlijk.