Gouden kalf voor muziek van Henny Vrienten

Vanavond gaat in Rembrandt 3 'De wachtkamer' van Jos Stelling in première; zondag houdt Alan J. Pakula om 15u. de Cinema Militans-lezing in de Pieterskerk.

UTRECHT, 28 SEPT. 'Ik ben een voorstander van zo min mogelijk noten. Stilte is ook muziek.' Henny Vrienten, net winnaar geworden van de Vakprijs Filmmuziek en een bijbehorend Gouden kalf, kwam gisteravond in de dagelijkse talkshow van het Nederlands Film Festival nauwelijks boven het lawaai van de cafégasten uit. De altijd bescheiden filmcomponist, die bij de meeste Nederlanders nog steeds in de eerste plaats bekend is als de blonde zanger van Doe Maar, praatte met Philip Freriks over zijn 'scores' voor onder mee de documentaires van Hans Keller en de zwijgende film 'Het geheim van Delft' (Maurits Binger, 1917), die vorig jaar en dit jaar op het NFF gedraaid is en eind deze maand even in de bioscoop te zien zal zijn.

''Het geheim van Delft' beschouwde ik als een speelvijver,' zei Vrienten; 'er was geen regisseur die mij kon beletten om ordinair te zijn.' En op de vraag wie zijn grote voorbeelden waren, verklaarde hij dat vooral de Italiaanse filmcomponisten, met hun melancholie en hun volkse thema's, hem aanspraken ('Amerika is me te ver weg'). Om dat laatste antwoord kon hij niet heen, want naast hem zat de Fellini- en Tavianicomponist Nicola Piovani, uit wiens handen hij een uur eerder zijn Gouden Kalf had gekregen. Piovani werd door Freriks ook om commentaar gevraagd, maar ergerde zich merkbaar aan het luidruchtige publiek en zei dat dit soort gesprekken beter vóór het diner gehouden konden worden.

De Winkel van Sinkel, het onlangs verbouwde en in Pompejaans rood geschilderde negentiendeeeuwse warenhuis op de Oude Gracht, is het epicentrum van het Utrechtse festival. Hier hebben iedere avond de gesprekken met filmcoryfeeën plaats, net als gala-diners met de prijswinnaars van de dag en andere activiteiten. Vannacht werd er opgetreden door de jazz-zangeres Denise Jannah, kort nadat in de aanpalende bioscoop een aanstekelijke televisiedocumentaire van Hans Hylkema over haar loopbaan in première was gegaan: 'Jannah, New Lady in Jazz'. De Surinaams-Utrechtse bleek live niet alleen moeiteloos de vocale hoogstandjes uit de film te kunnen reproduceren, maar verraste het publiek ook met plat-Utrechts parlando.

Bij ontstentenis van speelfilm-premières - daarvan zijn er maar drie op het hele NFF - waren het gisteren vooral televisieprogramma's die in het oog sprongen. De VPRO presenteerde Pieter Verhoeffs ontvoeringsdrama 'De langste reis' (woensdag besproken op de filmpagina, aanstaande zondag al op televisie); in andere bioscopen gingen twee korte documentaires in première die genomineerd zijn voor een dinsdag uit te reiken Gouden Kalf.

'Stalin had een brug beloofd' van Gerard Jacobs is een portret van een streek in Siberiè, die ooit floreerde door de olieindustrie, maar na de teloorgang van het communisme in verval is geraakt; en waarvan de oudere bewoners nog steeds lijden onder de herinnering aan de massa-executies van Stalins geheime dienst. Jacobs' film is een documentaire in de beste 'Diogenes'-stijl - rustig en diepgaand, mooi gefilmd, af en toe schokkend, maar niet zo spectaculair dat je hem per se in de bioscoop moet zien.

Hetzelfde geldt voor Gerard d'Olivats 'Kroniek van een getto', maar die heeft wat minder cinematografische pretentie. D'Olivat volgde een half jaar lang de bewoners van een flat in de Rotterdamse afbraakwijk Hoogvliet en bracht zo zowel de verloedering in beeld als de aandoenlijke strijd van sommige bewoners daartegen. Hoewel het een deprimerend verhaal is - met geen van de personages loopt het echt goed af - maakt de sprankelende en humanistische manier waarop D'Olivat het vertelt de documentaires tot een van de aardigste uit het aanbod op het NFF.