'Geweld jongeren op straat wordt grover'

Het geweld dat jongeren op straat plegen neemt niet toe, maar wordt wel grover. Een toenemende groep geeft geen blijk van normbesef, zegt de kinderrechter. Doodgestoken wegens verbale bemoeienis.

AMSTERDAM, 28 SEPT.In Berkhout stak een 15-jarige jongen vorig weekeinde de Engelsman Mark White (25) dood. White had zijn ergernis getoond over het gedrag van een groepje dronken jongens. In Alphen aan den Rijn legden vijf jongens tussen de 12 en 17 jaar vorige week een bekentenis af: in één weekeinde hadden ze met een grote groep zeven passanten 'afgetuigd'. In Amsterdam schopte een jongen vorige maand de 26-jarige student J. Kloppenburg dood. De student was iemand te hulp geschoten.

Straatgeweld neemt de afgelopen paar jaar niet toe. In zowel 1994 als 1995 werd volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) 31.300 keer aangifte bij de politie gedaan van geweldsmisdrijven. En slechts één op de zes verdachten is minderjarig. Maar politie, justitie en jeugdhulpverleners zien wel dat de uitingsvormen van straatgeweld van jongeren extremer worden.

Steeds vaker ziet de Utrechtse kinderrechter J. Nieuwenhuijsen dat ook jongeren van vijftien, zestien jaar onherstelbaar letsel veroorzaken bij hun slachtoffers door het gebruik van messen, spuitbussen en groepsgeweld. Soms, zoals onlangs in Berkhout en Amsterdam, vindt het slachtoffer de dood. Onderzoek is er niet naar gedaan, maar 'zinloos' geweld van jongeren ziet de Amsterdamse strafrechter B. de Poorter, die tot begin dit jaar kinderrechter was, ook relatief stijgen. “Passanten worden bewusteloos getrapt, al valt er niets te stelen.”

Van gewelddadige bendes, zoals bekend uit Amerika, is in Nederland geen sprake, zegt kinderrechter Nieuwenhuijsen. Eerder van 'gelegenheidsgeweld' dat uit de hand loopt: groepjes jongeren die zich vervelen, zich onderling willen bewijzen, een mes op zak hebben, ruzie uitlokken en vervolgens met zijn allen één slachtoffer te grazen nemen.

De excessen doen zich niet alleen in grote steden voor. Ook gaat het niet alleen om 'kansarme' jongeren. Het zijn allochtone en autochtone jongeren, die al dan niet onder invloed van alcohol of drugs elkaar opjutten en agressief worden. Als ze eenmaal een slachtoffer aanvallen, weten sommigen niet van ophouden.

“Hedendaagse jongeren zijn niet slechter dan de jeugd vroeger”, vindt Nieuwenhuijsen. “Maar een aantal heeft tegenwoordig meer problemen. Bovendien zijn wapens en verdovende middelen gemakkelijker te krijgen en daarmee kun je je afreageren.”

De huidige 'jongerenmode' om een mes op zak te dragen, ziet strafrechter De Poorter als het eerste kwaad. “Wie een mes bij zich heeft, kan hem ook gebruiken. Het letsel is dan meteen ernstiger dan als iemand klappen krijgt.” Tegenover de rechter verklaren jonge daders steevast het mes te dragen om zich eventueel te verdedigen. “En dat geloof ik ook. Je ziet ook dat jongens het mes gebruiken als ze zich in het nauw gedreven voelen.”

In een Utrechtse legerdumpzaak hangen talloze messen aan de muur tussen pilotenjacks en veldflessen. Van zakmessen en stiletto's tot zwaarden. Volgens de bedrijfsleider verkoopt hij geen messen aan jongeren van onder de zestien jaar, ook al is dat wettelijk wel toegestaan. “Veel messen verkoop ik überhaupt alleen aan vakmensen, zoals soldaten en uitpakkers die op het postkantoor werken.” Hij wijst erop dat “iemand die kwaad wil” ook met een broodmes of auto op pad kan gaan.

Dat er in de Wet Wapens en Munitie geen onderscheid wordt gemaakt tussen minderjarigen en meerderjarigen is per 1 januari 1997 verleden tijd. De wet wordt gewijzigd, zodat minderjarigen behalve zakmessen geen messen meer mogen kopen. Maar volgens L. Dijkman, adjunct-directeur van de zwaarbewaakte Amsterdamse jeugdgevangenis het Nieuwe Lloyd, kunnen jongeren die willen in cafés altijd wel aan messen komen. “En zelfs aan vuurwapens.”

Over de kleine, maar groeiende groep jongeren die geen blijk geeft van normbesef, maakt zowel kinderrechter Nieuwenhuijsen als adjunct-directeur Dijkman zich zorgen. Nieuwenhuijsen: “Ze zijn om uiteenlopende redenen ontworteld, waardoor ze onverschillig worden over het welzijn van iedereen behalve over dat van zichzelf en hun vrienden. Ze zijn impulsief, vinden ze dat ze het recht hebben agressief te reageren.”

Het zijn jongeren, vertelt Dijkman, die nagenoeg dezelfde gedragsstoornissen vertonen als de klassiek psychopaat die zich niet kan inleven in een ander. “Toch zijn dit 'gewone' jongens, die niet ziek zijn, maar ontspoord. Dàt is het verontrustende.”

Dijkman, die in het detentiecentrum jongeren met de meest extreme problemen opvangt, signaleert een spiraal van angst. “De jongens zeggen: 'als ik niet als eerste had gestoken, dan had hij mij gepakt, dus ik moest wel'.” Bovendien zouden veel jongens met niemand een emotionele binding hebben. “De meesten hebben niets en niemand te verliezen, dus is het gemakkelijk morele grenzen te overschrijden.”

Bestaan deze verschijnselen pas sinds de afgelopen paar jaar? De Poorter: “De sociale controle afgenomen. Er zijn ouders die niet weten waar hun kinderen 's avonds zijn. Bovendien is de 'kom-voor-jezelf-op-cultuur' te ver doorgeschoten. Jongeren nemen snel een brutale, verontwaardigde houding aan die kan ontaarden in agressie.”

    • Frederiek Weeda