Geen scholen, wel ruimtevaart; Het onderwijs in India wordt al decennia verwaarloosd

In India is het volksonderwijs verbijsterend marginaal. Leerlingen houden vurige demonstraties als ze niet langer mogen spieken. Maar de elitescholen zijn uitstekend.

BEZORGD KIJKEN de onderwijzeressen van de gemeenteschool in Kishangarh aan de zuidrand van de Indiase hoofdstad New Delhi naar de hemel. Er dreigt een moessonbui, met onaangename gevolgen voor hun lessen. Het dak van het kazerne-achtige gebouw is zo lek als een mandje. De kinderen, zoons en dochters van minvermogende ouders, zitten in blauwe uniformen in rijen op de betonnen grond. Bankjes zijn er niet. Door het donkere weer valt achterin nauwelijks te lezen wat er voor op het bord staat. Na lang aandringen door het schoolhoofd is een WC aangelegd, maar die heeft geen spoeling en is daardoor waardeloos.

Ondanks de gebrekkige faciliteiten is het aantal leerlingen van de school in Kishangarh nu opgelopen tot 480. Dit jaar meldden zich maar liefst 215 nieuwkomers. Voor hen zijn drie leerkrachten beschikbaar en lokaalruimte is er niet. Een deel van de kinderen ontvangt de eerste lessen onder een boom buiten de school. Soms schrikken de jonge leerlingen van opdringerige koeien, paarden en ezels, die rond de school grazen. “Ik werk hier al tien jaar”, zegt een van de onderwijzeressen, “en er is nog nooit iets verbeterd.”

Van de kinderen die een jaar geleden binnenkwamen is nog maar 60 procent over. Het grootste deel van de rest heeft het onderwijs al weer vaarwel gezegd: een gebruikelijk fenomeen in India. De gemiddelde openbare school in New Delhi is er wellicht iets beter aan toe dan die in Kishangarh, maar vergeleken bij de rest van India is het er nog niet eens zo kwaad. Zeker de helft van alle lagere scholen in het land beschikt niet over een fatsoenlijk schoolgebouw. In zeven van de tien scholen zijn er maar één of twee leerkrachten, 55 procent van de scholen heeft geen drinkwater, 60 procent geen speelplaats en 80 procent geen toiletten. Gemiddeld is er één onderwijzer op elke 58 leerlingen in India.

Legio zijn de scholen, vooral in de dorpen, waar de enige onderwijzer zelfs nooit op komt dagen. “Ik was net in een afgelegen gebied bij de rivier de Narmada in het westen van India”, vertelt Krishna Kumar, hoogleraar onderwijskunde aan de universiteit van Delhi. “Daar waren dorpsscholen waar de onderwijzers zich al in jaren niet hadden vertoond. Ze haalden hun salaris wel steeds op in de districtshoofdplaatsen. In ruil voor een aandeel hierin lieten de lokale ambtenaren hen ongemoeid, zodat de onderwijzers zelfs nooit een voet in de afgelegen dorpen hoefden te zetten.”

AUTO MET CHAUFFEUR

Op slechts enkele kilometers van Kishangarh bevindt zich het andere uiterste van het onderwijsspectrum in India: de Delhi Public School, een van de meest gewilde elite-scholen van de hoofdstad, gelegen in de aangename villawijk Vasant Vihar. Buiten de muren van het uitstekend geoutilleerde complex wordt menig jongetje en meisje opgewacht door een auto met chauffeur. De rest wordt door een vloot van schoolbussen netjes aan huis afgeleverd.

Voor de 125 plaatsen voor het eerste jaar waren er dit jaar 3.500 aanmeldingen. Alleen de besten maken een kans, maar men wil nog wel eens een oogje toeknijpen als de vader een forse som voor het 'bouwfonds' van de school stort of een invloedrijk man is. De kinderen krijgen al op zeer jonge leeftijd Engels voorgeschoteld, waardoor ze onmiddellijk een voorsprong op andere kinderen opbouwen. En het feit alleen al dat een leerling naar de Delhi Public School is geweest, is in het statusbewuste India een garantie dat hij of zij serieuzer wordt genomen dan kinderen van de meeste andere scholen. In het kielzog van de Delhi Public School is er een lange rij goedkopere navolgers opgekomen. Maar op het platteland, waar bijna driekwart van de Indiërs leeft, ontbreekt het particuliere onderwijs bijna geheel.

Volgens de census van 1991 konden zo'n 400 miljoen Indiërs van boven de 7 jaar niet lezen of schrijven, waarmee India op dit terrein wereldrecordhouder was. De laatste jaren is daarin enige verbetering gekomen, maar de toestand blijft somber: op elke twee analfabeten in de wereld, komt er een uit India. 'Analfabetisme rust als een vloek op ons land', wist Mahatma Gandhi al. Maar de regeringen, die India sinds de onafhankelijkheid in 1947 hebben bestuurd, hebben er onthutsend weinig aan gedaan om zich aan deze vloek te ontworstelen.

India kent als een van de weinige landen ter wereld nog altijd geen leerplicht. In de grondwet van 1950 werd slechts verklaard dat de regering er naar moest streven binnen tien jaar alle kinderen beneden de 14 jaar op school te krijgen. Van dit streven is nooit iets terecht gekomen. Ter rechtvaardiging van de pijnlijke omissie voeren de Indiase autoriteiten meestal aan dat het geen zin heeft een leerplicht in te voeren, zolang er niet voldoende scholen en onderwijzers zijn om alle leerplichtige kinderen op te vangen. Bovendien kunnen miljoenen straatarme ouders het niet stellen zonder de inkomsten van de arbeid van hun kinderen. Deze argumenten worden al bijna vijftig jaar gehanteerd.

De Indiase regeringen hebben door de jaren heen gegrossierd in goede voornemens, fraaie beleidsnotities en geflatteerde statistieken, maar de werkelijke resultaten blijven hierbij altijd ver achter. Vorig jaar nog werd er met veel fanfare een programma gelanceerd dat de schoolkinderen een gratis lunch op school moest verstrekken - als nuttige prikkel om naar school te komen. Op de school in Kishangarh kreeg men inderdaad enige lunches geleverd, maar spoedig kwam er de klad in. De vrachtautochauffeur, die de maaltijden moest bezorgen, vond het lastig om steeds naar de verre buitenwijk te rijden en gaf er al gauw de brui aan. “We hebben nu alweer in geen maanden een gratis lunch ontvangen”, zegt een onderwijzeres.

De geringe prioriteit die India's politieke leiders aan onderwijs toekennen, blijkt ook uit de begroting. Op het ogenblik schommelen de onderwijsuitgaven zo rond de 3 procent van het Bruto Nationaal Produkt. Daarvan gaat een naar verhouding groot deel naar het hoger onderwijs, waarvan vooral de zoons en dochters van de welgestelden profiteren. Hierdoor is het hoger onderwijs over het algemeen van een aanvaardbaar niveau. Vooral op het terrein van de wiskunde en de technische wetenschappen kunnen Indiase instituten zich meten met de beste in de wereld. Dat veel van de meest talentvollen na afronding van hun studie vervolgens naar de Verenigde Staten emigreren, stoort de machthebbers niet.

VLUCHTIG

“Voor onze regering”, klaagt professor Kumar, “was het kennelijk een hogere prioriteit om een nucleair programma te ontwikkelen en mee te tellen in het ruimtevaartonderzoek dan om alle kinderen op school te krijgen.” Hij wijst er op dat ook tijdens parlementaire debatten onderwijs doorgaans slechts vluchtig wordt behandeld als betrof het een kwestie van triviaal belang. Politieke partijen, vakbonden en andere maatschappelijke organisaties tonen zich over het algemeen evenmin geestdriftig.

De Indiase deelstaten met de meeste analfabeten zijn tevens die met de snelst groeiende bevolking. Daarover kunnen Uttar Pradesh (160 miljoen inwoners), Bihar (95 miljoen), Madhya Pradesh (70 miljoen) en Rajasthan (50 miljoen) meepraten. Ook economisch gezien zijn speciaal deze deelstaten de zorgenkinderen van India. Vooral het analfabetisme onder vrouwen is nog enorm, terwijl deskundigen hebben vastgesteld dat een samenleving nu juist het meeste gebaat is bij geschoolde vrouwen, omdat die nieuwe elementaire kennis makkelijker op de kinderen overdragen dan hun vaders. In sommige afgelegen districten van de woestijnstaat Rajasthan is maar 2 procent van de vrouwen het lezen en schrijven machtig.

Veel arme ouders hoeven er niet over na te denken of ze hun kinderen naar school zullen sturen. Er is gewoon geen school in de buurt, of de onderwijzer komt nooit of bijna nooit opdagen. En als er wel een schooltje open is, is het daar meestal zo vervelend dat de kinderen de school na een tijdje weer blij de rug toekeren.

Uit een onderzoek in de deelstaat West-Bengalen bleek dat gemiddeld van elke honderd jongens die vanaf hun zesde naar school gingen er na vijf jaar nog 26 overwaren. In deelstaten als Bihar en Rajasthan waren die cijfers nog ongunstiger. Bihar is een schoolvoorbeeld van wanbestuur op onderwijsgebied. Hier is bedrog de regel. Leerlingen houden vurige demonstraties wanneer ze niet mogen spieken. Hier kan men voor omgerekend vijftig gulden een schooldiploma kopen. Er zijn bovendien 25.000 onderwijs-vacatures, die niet vervuld worden omdat bureaucraten een te hoge prijs vragen voor toewijzing van een post.

De povere Indiase prestaties op onderwijsgebied sinds het verkrijgen van het onafhankelijkheid steken pijnlijk af bij die van China, dat eind jaren veertig ruwweg evenveel mensen telde en evenveel armoede kende. Daar is het aantal analfabete kinderen van boven de zeven thans nog slechts een fractie van dat in India. In China zijn volwassenen van boven de 25 gemiddeld vijf jaar naar school geweest, in India maar 2,5 jaar.

Een veel gehoorde verklaring, hoewel zelden van de Indiërs zelf, voor de lethargie van de Indiase regering is dat de politieke en bureaucratische elite, die zelf goeddeels voortkwam uit de hogere kasten, vond dat onderwijs voor de minder bedeelden onnodig was. Het kastendenken werkt ook andersom: veel analfabete armen vinden onderwijs niets voor hen, hun kinderen kunnen beter op jonge leeftijd aan het werk. De onverschilligheid jegens het lager onderwijs vloeit ook voort uit het feit dat de honderden miljoenen analfabeten lange tijd politiek onmondig waren. Lokale potentaten vertelden hun op wie ze moesten stemmen, onder invloed van dreigementen of kleine douceurtjes.

Pas de laatste jaren komt hierin een kentering. Er bestaan nu politieke partijen die zich vooral op de lagere kasten en kastelozen richten. Een van hun voornaamste eisen is een vast aantal plaatsen voor hun kaste op openbare scholen en universiteiten. De emancipatie van de armen gaat vooralsnog echter beduidend sneller in de steden dan in de dorpen.

ALGEMENE TREND

Intussen schrijdt door de onstuitbare opkomst van de particuliere scholen in de steden in tegengestelde richting de ongelijkheid voort. Volgens professor Kumar past dit in een algemene trend. “De middenklasse, die het meest heeft geprofiteerd van de economische liberalisering van de laatste jaren, wantrouwt de regering. Hun opvatting is: we kunnen beter op onszelf vertrouwen. Daarom zorgen ze voor hun eigen particuliere ziekenhuizen, eigen elektriciteitsvoorziening, drinkwater en kabeltelevisie.”

De meeste aanhangers van goed algemeen openbaar onderwijs bepleiten drastische hervormingen. Het is hun een doorn in het oog dat het enige extra geld dat de laatste jaren beschikbaar is gesteld voor lager onderwijs afkomstig was van buitenlandse donoren. Thans gaat zo'n 90 procent van de begroting op aan de salarissen van de onderwijzers. Extra gelden zullen veeleer aan betere gebouwen, beter cursusmateriaal en een betere opleiding voor de onderwijzers moeten worden gespendeerd. Voorts moet de rol van de corrupte bureaucratie worden gereduceerd. Belangrijk is om de ouders bij de scholen te betrekken en om de kinderen lol in het schoolgaan te geven. Ook moet de status van het onderwijzersvak worden opgekrikt, bijvoorbeeld door hun een goede woning aan te bieden.

De regering heeft zich intussen bereid verklaard de uitgaven voor onderwijs tot 6 procent van het Bruto Nationaal Produkt te verhogen. Dit moet gebeuren wanneer het nieuwe economische vijfjarenplan voor de jaren 1997-2002 in werking treedt. Is het nu werkelijk menens? “We hopen dat het er deze keer van komt”, zegt een onderwijsdeskundige van Unicef. “Wat kan ik er anders over zeggen?”