Een café-moord zette justitie op het spoor van een geraffineerd misdaadsyndicaat; Het einde van een informant

Een uit de hand gelopen kroegruzie - daar leek de moord in het Amsterdamse café De Blauwe Druif aanvankelijk op. Maar het Belgische slachtoffer, Martin Swennen, bezat bewijsmateriaal over een geraffineerd Nederlands- Belgisch samenwerkings verband tussen drugshandelaren, politie en justitie. Swennen stierf de avond voor de finale afspraak met een Belgische onderzoeksrechter. Reconstructie van een liquidatie.

Zes schoten vullen tegen middernacht café De Blauwe Druif. Een stamgast die tussenbeide springt en de arm van de schutter probeert weg te duwen, komt te laat. Getroffen door drie kogels tuimelt Martin Swennen op de grond. “Mijn schouder, mijn schouder”, roept hij nog. Het zijn z'n laatste woorden.

Zo ontzet als de barkeepster, café-uitbaatster en de enkele gast van het Amsterdamse buurtcafé in de Haarlemmerstraat zijn, zo kalm reageert de man die zojuist iemand heeft doodgeschoten. Ton van E. steekt zijn pistool weg, klimt weer op zijn barkruk en rolt een shaggie. De politie die enkele minuten na het incident het café binnenrent, begroet hij laconiek. In de consternatie dreigen de agenten nog even de verkeerde man als verdachte op te pakken maar Van E. helpt ze. Hij draait ongevraagd zijn armen op de rug om het plaatsen van handboeien te vergemakkelijken en laat zich afvoeren.

Swennen is vrijwel onmiddellijk dood. De man die zich sinds een paar weken tot een zeer regelmatige bezoeker had ontpopt, sterft 14 maart 1996 - op 43-jarige leeftijd - op de vloer van een Amsterdamse bruine kroeg.

De getuigen van het schietincident begrijpen tot op de dag van vandaag niet hoe ze het bizarre spektakel moeten verklaren. Het was ze wel opgevallen dat Van E., die pas sinds een paar dagen in De Blauwe Druif kwam, veel ruzie maakte met Swennen. Hij had zelfs al eerder een pistool getoond en gedreigd te zullen schieten. Maar niemand verwachtte dat het dreigement ook echt zou worden uitgevoerd.

De Amsterdammers hadden Swennen leren kennen als een gemoedelijke man. Hij logeerde een paar straten verderop - bij een 33-jarige Amsterdammer die later zijn lijfwacht bleek te zijn. Swennen was iemand die door zijn Vlaamse tongval niet onopgemerkt bleef. Hij was goedlachs, charmant. Echt een Belg, herinneren ze zich in het café. Een Belg in Amsterdam.

Soms was hij sentimenteel, als Swennen vertelde 't niet lang meer te zullen maken omdat er kanker bij hem was geconstateerd. En ook bekroop de kroegbazin het vermoeden dat Swennen niet voor vakantie in Amsterdam was en zich met duistere zaken inliet. Hij gebruikte bijvoorbeeld nooit zijn zaktelefoon maar belde wel urenlang via de telefoon van het café. En dan vroeg hij vervolgens hoe hij bij een bepaald wegrestaurant moest komen. Voor besprekingen.

De wijkrechercheurs die de zaak in onderzoek krijgen, gaan er aanvankelijk van uit zich te moeten verdiepen in een uit de hand gelopen kroegruzie. De zoveelste zinloze, gewelddadige dood dit jaar in de hoofdstad. Omdat de dader te kennen geeft toch niets tegenover de politie te zullen verklaren en bovendien veilig opgeborgen zit in het huis van bewaring aan de Havenstraat wordt het onderzoek low key uitgevoerd. De drie kogels die Swennen misten - en die de café-eigenaar terugvindt in het toilet en de bierkelder - worden pas drie weken na het incident door de politie opgehaald.

Het onderzoek neemt een wending als het materiaal is geanalyseerd dat via een huiszoeking bij Ton van E. in beslag wordt genomen. De schutter, die volgens de politie geen onbekende is in kringen van drugshandelaren, blijkt in zijn agenda een soort dagboek bij te houden met cryptische notities. Hij beklaagt zich er over nu al drie maanden zijn werk niet goed te kunnen doen. Opvallender is zijn aantekening waarin hij schrijft: Swennen praat met de politie.

Elite-schutter

De agenten van het Amsterdamse bureau Houtmankade mogen dan aanvankelijk moeite hebben de dood van Swennen te verklaren, bij de Rotterdamse politie schrikt een aantal rechercheurs zich een ongeluk. Bij de criminele inlichtingendienst (CID) van dit korps hadden drie agenten - Aad, Ruud en Hans - sinds enige maanden bijkans een dagtaak aan het runnen van Martin Swennen als informant. De Belg had de CID november 1995 laten blijken fascinerende informatie te kunnen verschaffen over de manier waarop drugshandelaren in België en Nederland opereren. En hij kon het weten. Swennen had volgens politiebronnen immers zelf wel eens een containertje voor de Nederlandse drugsbaron Johan V. - alias De Hakkelaar - binnengehaald.

Swennen vertelde hoe corrupte politie- en justitiefunctionarissen en een invloedrijke magistraat royaal hulp verleenden aan handelaren in drugs. En hoe de haven van Antwerpen diende als gateway voor vele containers met drugs die Nederlandse groothandelaren bestelden. Kortom, het soort informatie waar politiemensen zeker in die dagen - de parlementaire enquête opsporingsmethoden was op haar hoogtepunt - wel raad mee wisten.

Een dubieuze hoofdrol in de verhalen die Swennen de Rotterdamse agenten gedoseerd opdient, is weggelegd voor een van de meest ervaren politiemensen van België. Het komt er in het kort op neer dat drugshandelaren ongestoord hun slag weten te slaan dank zij de hulp van de 53-jarige rijkswachter Willy van Mechelen.

Van Mechelen staat bekend als een kleurrijke boevenvanger. Alle criminelen kennen hem en hij kent alle criminelen, is zo'n beetje zijn lijfspreuk. Hij heeft de schouderpartij van een zwaargewicht en is getraind als eliteschutter. Van Mechelen heeft het geschopt tot tweede man van de Bijzondere Opsporingsbrigade (BOB) in Antwerpen. Het brengt hem veelvuldig in contact met Nederlandse politiekorpsen. In Rotterdam is hij al 25 jaar kind aan huis. Wie zijn naam bij Nederlandse collega's laat vallen, krijgt haast vanzelf een sappige anekdote opgedist over de ingenieuze oplossing van een huurmoord of ontvoering danwel de spectaculaire aanhouding van een drugscrimineel.

Maar zijn actieve contacten in het criminele milieu hebben Van Mechelen niet alleen de naam van superspeurder gegeven. Hij staat bij talrijke magistraten en collega's in een kwade reuk omdat zijn contacten met misdadigers te innig zouden zijn. Al in de jaren tachtig raakt Van Mechelen enkele malen in de problemen omdat hij wordt verdacht van dubbelspel met informanten. Steeds weet hij echter zijn vege lijf te redden.

Maar vanaf november 1995 gaat het bergafwaarts. Swennen, die jarenlang informant van Van Mechelen was, vertelt de Rotterdamse CID tot in detail over de nevenactiviteiten van Van Mechelen. De politieman zou zijn kennis en contacten gebruiken om drugshandelaren te helpen bij het ongestoord binnenhalen van containers drugs. Per transport laat Van Mechelen zich 250.000 gulden uitkeren, verklaart Swennen.

De informatie wordt uitgewisseld met de autoriteiten in Antwerpen en daar vallen enkele puzzelstukjes op hun plaats. Als tweede man van de BOB had Van Mechelen al enkele jaren geen operationele bevoegdheden meer. Van Mechelen was toegetreden tot de school van politiemanagers. Toch bleef hij intensief in contact met het criminele milieu en 'runde' hij nog altijd tipgevers. De informatie die hij vergaarde, wordt bij de Antwerpse politie en justitie gezegd, had bovendien als eigenaardige eigenschap dat het nagenoeg altijd ging om drugscontainers die al onderschept waren.

Van Mechelen wordt november 1995 aangehouden. De verklaringen van Swennen over het profijt dat Van Mechelen heeft van inkomende drugscontainers, corresponderen met die van een bij de import betrokken transporteur. In de cel, in Mechelen, ontkent de rijkswachter alles. “Laster” is het, beweert hij later in enkele interviews - Van Mechelen zegt het slachtoffer te zijn van wraakzuchtige criminelen die hij eerder in de kraag greep. Maar de leiding van de rijkswacht, die hem jarenlang door dik en dun steunde, heeft aarzelingen over zijn verklaringen. Als hij vrijkomt, krijgt Van Mechelen te horen dat hij niet meer welkom is bij de Belgische politie. Hij is geschorst.

Bandopnamen

De Rotterdamse runners en Swennen blijven elkaar opzoeken. Geïnteresseerden voor de informatie zijn er genoeg. Niet alleen justitie in Antwerpen zit op het vinkentouw. Ook de Amsterdamse officier van justitie F. Teeven, belast met de vervolging van drugskoning 'De Hakkelaar', heeft veel interesse voor de verklaringen van Swennen.

Swennen stelt de politie onthullend bewijsmateriaal in het voorzuitzicht. Hij heeft foto's, zegt hij, die bewijzen dat Van Mechelen fout is. Ook beschikt hij over zelfgemaakte belastende bandopnamen van gesprekken die hij met de Belgische rijkswachter heeft gevoerd. Het materiaal bevindt zich op een geheime locatie, vertelt Swennen. Met zijn advocaat is afgesproken dat Swennen het in bewaring zal geven omdat hij naar een ver buitenland wil vluchten.

Swennen heeft alle reden om de benen te nemen omdat hij in oktober 1995 bij verstek door het Hof van Beroep in Brussel is veroordeeld tot drie jaar cel wegens handel in drugs. Hij kan het evenwel niet laten soms zijn vaderland te bezoeken. Op 3 maart 1996, elf dagen voor zijn liquidatie, wordt hij zelfs aangehouden op een parking in de haven van Antwerpen. Hij zit in een Volkswagen Vento samen met drie lijfwachten die ieder in het bezit zijn van “een geladen pistool dat is weggestoken tussen de broeksrand”, aldus het proces-verbaal van de aanhouding opgemaakt door de rijkswacht havenbrigade.

Swennen slaapt die avond in de gevangenis van Wilrijk maar komt na een paar dagen vrij. Hij tekent verzet aan tegen het eerdere verstekvonnis, een juridische handeling die de straf opschort. Zijn vrijlating wordt bovendien bespoedigd omdat hij belooft zijn geheime kluis met bewijsmateriaal te legen. Vrijdag 15 maart zal hij in Amsterdam de Antwerpse onderzoeksrechter J. Mahieu ontmoeten die het onderzoek naar Van Mechelen leidt.

Maar minder dan twaalf uur voor deze cruciale afspraak drinkt Swennen in de Blauwe Druif in Amsterdam zijn laatste biertje. “Je praat met de kit”, horen de stamgasten. Het zijn flarden van de ruzie die pas afgelopen is als Ton van E. Swennen het zwijgen oplegt.

Het belang van de moord op Swennen dringt pas tot de buitenwereld door via een brief waarin voorzitter Van Traa van de enquêtecommissie aan de Tweede Kamer de laatste ontwikkelingen in zijn onderzoek meldt. Hij doet dat als de Kamer zich een maand na de moord over het eindrapport buigt. In twintig regels tekst brengt hij de liquidatie in verband met Van Mechelen, de omstreden Haarlemse politieman Langendoen en diens Hilversumse collega Van der Putten. Langendoen en Van der Putten staan op dat moment allebei op non-actief omdat ze ontoelaatbaar zouden hebben gehandeld bij het infiltreren in drugsbendes.

Kolonel Herman

In de brief van Van Traa valt tussen de regels de nauwelijks verholen suggestie te lezen dat de moord op Swennen een connectie heeft met de kolossale drugsimporten die Langendoen, Van der Putten en Van Mechelen de laatste jaren als politiemensen voor hun rekening namen: is er sprake van één geraffineerd misdaadsyndicaat in het hart van het Nederlandse en Belgische opsporingsapparaat? Van Mechelen reageert in interviews furieus op Van Traas brief. “Zij hebben mij verdomme neergeschreven als een mafialeider”, zegt hij. Maar de rijkswachter moet toegeven dat hij één ding niet goed kan uitleggen: waarom hij, ondanks een eerder door justitie opgelegd verbod, persoonlijk informanten bleef begeleiden. Om daarvoor toch een geloofwaardige verklaring te geven, introduceert hij een Belgische oud-collega die vanuit Nederland opereert.

Het gaat om H. Luijten, 'kolonel Herman' voor collega's, die sinds een paar jaar drugsliaison voor België is aan de ambassade in Den Haag. Een cruciale vertrouwensfunctie, die Luijten onder andere toegang geeft tot de burelen van de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) in Zoetermeer, waar alle geaccrediteerde buitenlandse drugsagenten zijn aangemeld. Luijten is een oud-rijkswachter en heeft een serie cursussen gevolgd bij de Drugs Enforcement Administration (DEA) in Amerika.

Luijten is een oude strijdmakker van Van Mechelen. Ze zijn allebei afkomstig uit de Antwerpse voorstad Kontich en hebben gezamenlijk een loopbaan bij de recherche doorlopen. Volgens een ingewijde gelden Luijten en Van Mechelen in België als de uitvinders van het later ook zo in Nederland in opspraak geraakte proactief rechercheren: geheime onderzoeken die zich onttrekken aan het toezicht van magistraten.

Van Mechelen zegt alle tips van zijn informanten te hebben doorgespeeld aan Luijten. De kolonel kon immers als diplomaat gezaghebbend de politie in België aansporen tot onderzoeken die ze anders, aldus Van Mechelen, wegens lethargie laten liggen. De samenwerking die Van Mechelen zocht met Luijten was gewoon plichtsbetrachting.

Rijksrechercheurs die het afgelopen jaar de drugshandel van de Haarlemse politie onderzochten, ontdekten dat Luijten een intrigerende rol had gespeeld in het IRT-drama. Hij was degene die in 1994 de Nederlandse justitie meldde dat Langendoen ieder moment door de onderwereld te grazen kon worden genomen als het de Haarlemse politie niet langer zou worden toegestaan met hun informanten drugs door te leveren. Dit dreigbericht werd enige maanden zo serieus genomen dat criminelen vrij spel kregen bij het met instemming van justitie importeren van grote partijen drugs. De bron van Luijten, zo bleek achteraf, was de Belgische politie, te weten Van Mechelen. Dat Langendoen werkelijk gevaar heeft gelopen, is tot op de dag van vandaag niet gebleken.

En in Amsterdam weten ze zich nog een dreigbericht te herinneren. Toen de Amsterdamse politietop het IRT-team in 1993 dreigde te moeten ontbinden, werden er twee agenten bedreigd, Van Kastel en Van Riessen. Ook toen kwam het slechte nieuws uit België.

Corruptie

In het onderzoek naar de dood van Swennen spelen op dit moment drie onheilspellende kwesties. De eerste is de vraag hoe in het Amsterdamse criminele milieu bekend kon worden dat Swennen met opsporingsambtenaren in Rotterdam en Antwerpen sprak en mogelijk op het punt stond de nekslag toe te dienen aan een crimineel samenwerkingsverband van politie en onderwereld.

Een mogelijk lek bij de Rotterdamse criminele inlichtingendienst - runners van Swennen - is een van de kwesties die op dit moment wordt onderzocht. Deze zaak wordt bekeken door de Amsterdamse centrale recherche die hulp krijgt uit Rotterdam. De CID kwam eerder dit jaar in opspraak toen bekend werd dat rechercheur Richard L., die toegang had tot bijna alle Rotterdamse politiedossiers, informatie verkocht aan het criminele milieu. Hij werd in februari op heterdaad betrapt toen hij voor 10.000 gulden dossiers verkocht.

De zaak geldt als het grootste corruptieschandaal uit de historie van het Rotterdamse korps. Om de schade die de rechercheur aanbracht in kaart te brengen, werden uit het korps extra rechercheurs geworven om alle activiteiten van de verdachte collega na te trekken. In het hele land zijn dossiers gelicht en mensen gehoord om na te gaan welke informatie de verdachte politieman allemaal te koop heeft aangeboden. Vast staat dat L. in ieder geval ook de hoofdverdachte heeft gechanteerd in een drugsonderzoek waarin hij eerder in samenwerking met Langendoen een informant in staat stelde 22.000 kilo hasj op de markt te brengen.

Het handelen van de Rotterdamse CID geniet speciale aandacht omdat het kan verklaren waarom Swennen werd geliquideerd. De Belg, die begin dit jaar woonde op het Heemraadsplein in Rotterdam, werd onder andere gerund door een Rotterdamse rechercheur die geldt als de naaste collega van Richard L., Aad. Dat Richard & Aad een duo vormden staat beschreven in een vertrouwelijk stuk van het Rotterdamse OM dat als bijlage in het rapport Van Traa zit.

Het is overigens niet de eerste keer dat het vermoeden bestaat dat weggelekte Rotterdamse politie-informatie de dood van een informant tot gevolg heeft. In december 1993 werd een informant voor zijn woning in Schiedam doodgeschoten kort nadat hij de politie uitputtend had geïnformeerd over de rol van een groothandelaar in drugs, Kobus L. Deze informant, Stewart geheten, werd gerund door de vriendin van Richard L. die ook bij de Rotterdamse politie werkt.

Bij het Rotterdamse openbaar ministerie noemen ze de zaak “een pijnlijke affaire”. Toch zegt een officier van justitie ervan uit te gaan dat de dood van Swennen niet is veroorzaakt door weggelekte CID-info. “Iedereen roept tegenwoordig dat hij door Richard L. verlinkt is, maar het is gewoon toeval dat Swennen gedood is op het moment dat L. net gepakt was wegens het verkopen van dossiers”, zegt de officier van justitie. Maar om nou officieel te verklaren dat er door de Rotterdamse politie niet is gelekt in deze zaak, dat gaat hem te ver. “Uiteindelijk weet je toch nooit precies wat je niet weet”, zegt hij. Bij de Rotterdamse politie zijn ze minder stellig. “Er zit een lek in ons bedrijf waarvan we zelf niet weten hoe groot het is”, zegt een ingewijde agent.

Het tweede nog op te lossen raadsel betreft de rol die een hooggeplaatste Belgische magistraat mogelijk heeft gespeeld. Swennen heeft namelijk verklaard dat Van Mechelen tot nu toe een paar keer zijn vege lijf heeft weten te redden omdat hij steun kreeg uit onverwachte hoek. Een voormalige Antwerpse onderzoeksrechter, die in België te boek staat als de aartsvijand van Van Mechelen, zou hem juist buitengewoon behulpzaam zijn geweest.

Swennen doelt op Walter De Smet, die sinds een paar jaar deel uitmaakt van het Comité-P in België. Dit orgaan bestaat uit vijf rechters die toezicht houden op het werk van alle politiediensten in België. Het afgelopen jaar zou De Smet hebben geprobeerd, zo wist Swennen uit te leggen, onderzoeken naar Van Mechelen te saboteren. Hij zou bovendien in eigen persoon hebben geïntervenieerd bij onderzoeksrechter Mahieu. De Smet zegt desgevraagd geen commentaar te geven op de beschuldigingen.

Een derde kwestie betreft de rol van de Belgische diplomaat Luijten. Over hem is door Swennen kort voor zijn dood een uiterst belastende verklaring afgelegd. Tegen Swennen liep een internationaal opsporingsbevel uit België na zijn veroordeling in oktober 1995. Toch wist hij naar eigen zeggen dat hij in Nederland niets te vrezen had. Van Mechelen zou Swennen namelijk hebben verzekerd dat het arrestatiebevel in Nederland geheim zou blijven. Luijten zou van Van Mechelen 35.000 gulden hebben gekregen om te zorgen dat het opsporingsbericht verdween.

Kolonel Luijten - die wegens vakantie al twee weken onbereikbaar is - heeft tegenover de Amsterdamse recherche de beschuldigingen aan zijn adres verontwaardigd van de hand gewezen. Onderzoek van de politie heeft evenwel uitgewezen dat het opsporingsbevel tegen Swennen inderdaad een half jaar zoek is geweest. De CRI die opsporingsberichten moet verspreiden heeft Amsterdam laten weten dat door “administratieve onvolkomenheden” Swennen niet gesignaleerd heeft gestaan. In hoeverre Luijten die onvolkomenheden heeft veroorzaakt, is voorwerp van onderzoek.

Het net rond Van Mechelen sluit zich intussen. Na zijn aanhouding in november vorig jaar werd hij in juli opnieuw gearresteerd wegens drugshandel. Hij heeft al tweemaal 30 dagen voorarrest gekregen. “Van Mechelen kan ons niet ontglippen”, aldus een bij het onderzoek betrokken Belgische bron. Vorige week heeft onderzoeksrechter Mahieu Zuid-Frankrijk bezocht om het onroerend goed van Van Mechelen in Monte Carlo en Nice in kaart te brengen.

Drie bij drugsimport betrokken verdachten verklaren inmiddels dat ze werkten in opdracht van Van Mechelen. De bazen van de Roemeense chauffeur van een drugscontainer - waarin onder de dekmantel van witte handdoeken uit Guinea 20 ton cannabis zat verborgen - vertellen de Antwerpse justitie dat Van Mechelen de man was in wiens opdracht ze opereerden.

Het dringt inmiddels steeds meer tot de Belgische en Nederlandse justitiële autoriteiten door dat samenwerking in de zaak-Swennen noodzakelijk is. Aanvankelijk bestond daarover van beide zijden scepsis. Maar sinds er afgelopen zomer overleg plaatsvond tussen de Amsterdamse hoofdofficier van justitie Vrakking en de Belgische nationaal magistraat Vandoren, bestaat er wederzijds het gevoel dat men op het punt staat een bijzonder drugskartel te ontmantelen. Een misdaadmultinational die niet alleen gebruik maakt van corrupte dienders maar waarvan de raad van bestuur mede wordt gevormd door opsporingsambtenaren. Vrakking zegt dat er reden is de beschuldigingen “zeer serieus” te nemen. “Goede samenwerking tussen Nederland en België is dringend geboden”, aldus Vrakking die “in het belang van het onderzoek” geen commentaar op de inhoud van het opsporingswerk wil geven.

Enige huiver bekruipt de onderzoekers wel. In het zwartste scenario is de dood van Swennen het bewijs dat deze bende geen enkel middel schuwt. Wie ze voor de voeten loopt moet het met zijn leven bekopen. In ieder geval heeft justitie de idee laten varen dat Swennen aan een onhandige caféruzie is bezweken. De schutter Ton van E., die men aanvankeljk 'slechts' voor doodslag wilde vervolgen, zal later dit jaar door officier van justitie A.C. Maan voor moord worden gedagvaard. Dat betekent voor de verdachte dat hem geen straf van een paar jaar maar mogelijk meer dan tien jaar wacht.

Ton van E. doet er tegenover zijn ondervragers tot nu toe vooral het zwijgen toe. In het criminele milieu vernam de politie dat Van E. een financiële beloning toegezegd kreeg voor de liquidatie. Nu duidelijk is dat hij voorlopig niet van dit bloedgeld zal kunnen genieten, denkt justitie dat hij alsnog gaat praten. “Maar als de zaak werkelijk zo onheilspellend is als we nu vermoeden dan is het heel wel mogelijk dat ook Van E. uit lijfsbehoud geen woord zal loslaten”, aldus een onderzoeker.

De advocaat van Van E., H. Rieske, weet zeker dat zijn cliënt niets zal zeggen om het complot te duiden dat justitie schetst. “Mijn cliënt wist dat Swennen een verklikker was. En daar heeft hij niet veel mee op”.

    • Marcel Haenen
    • Tom-Jan Meeus