Drempelvrees

Meer dan eens blijken lezers enige weerstand te moeten overwinnen als ze een wildvreemde bank, assurantietussenpersoon, advocaat, makelaar, fiscalist of een van die bijna twintig andere adviseurs/tussenpersonen in de financiële wereld willen benaderen. Ze durven niet goed, hoewel iedere 'verkoper' zijn best zal doen om nieuwe klanten te werven en daar tijd in zal steken. Twee voorbeelden ter illustratie.

Een alleenstaande, kinderloze, gezonde, reislustige lezer van 75 uit Amstelveen ontvangt een pensioen van 90.000 gulden en woont in een onbelast, eigen huis van een half miljoen gulden. Hij heeft 20.000 gulden spaargeld en 20.000 in een beleggingsfonds dat belegt in obligaties en dividend uitkeert. Zo benut hij de beide vrijstellingen van 1.000 gulden. Daarnaast zit er 300.000 in een rentegroeifonds dat belegt in vastrentende waarden, zoals obligaties, met korte looptijden en geen (het is een groeifonds) dividend uitkeert. Wèl betaalt het fonds 35 procent vennootschapsbelasting over koerswinsten en rente. De briefschrijver doet dit om fiscale redenen: 35 procent is immers lager dan 50 procent inkomstenbelasting. Misschien wel slim. Zijn neven en nichten wil hij niets nalaten. Alles mag op.

Hij wil op dit niveau blijven leven, heeft geen behoefte aan risico's en ziet niet graag dat zijn vermogen door koersdalingen onder druk komt te staan. “Geeft het bovenstaande aanleiding om enkele financiële instanties advies te vragen?”, besluit hij. Zeker.

Mensen hebben de neiging hun overlijden voor zich uit te schuiven. Dat is logisch, maar financieel gezien meestal niet verstandig. Je kan dus niet zeggen 'alles mag op', omdat iemand elk moment kan overlijden. Ook de Amstelvener, die dan 9 ton nalaat. Wie krijgt die? Dat moet via de notaris bij testament geregeld zijn, anders vererft de nalatenschap volgens de wet en komt misschien bij de verkeerde bloedverwanten.

Het groeifonds is weliswaar fiscaal vriendelijk, maar zit qua rendement 2,6 procent onder het gemiddelde van vergelijkbare fondsen. Dat kan je zien als een onzichtbare koersdaling op kousenvoeten. Degene die dit ooit heeft aanbevolen, zal nu wellicht met een ander voorstel komen.

Een lezer/vutter uit Meppel schrijft in een p.s.: “Wij houden niet van reizen!” Hij zet zich af tegen die advertenties vol energieke, gebruinde vutters op vakantie. Alsof je alleen daarom stopt met werken. De Meppelaar worstelt met twee problemen.

Op spaarrekeningen bij twee banken heeft hij 300.000 gulden staan tegen 4 procent. Over die 12.000 gulden rente betaalt hij 50 procent belasting. Hij wil meer dan 4 procent, zonder risico te lopen. Kan dat? Zeker. Maar de bank zal niet gauw zelf opbellen met een alternatief. Wanneer de bank deze drie ton uitleent tegen 6 procent, bedraagt de bruto rentewinst 50 procent. De snelste manier om een goed alternatief te horen, wanneer de eigen banken niet reageren, is naar een andere bank te stappen en daar advies te vragen. Financiële dienstverleners nemen graag klanten van concurrenten over.

Er speelt ook een verzekeringsprobleem. Over een paar jaar, als meneer 65 jaar wordt, keert zijn lang geleden gesloten lijfrentepolis 200.000 gulden uit. Daarvoor wil hij een lijfrente kopen die tien jaar loopt. Overlijdt hij in die periode, dan moet de rente overgaan op zijn echtgenote die 10 jaar jonger is. Hoeveel rente ontvang ik dan voor die twee ton vraagt hij? Dat is bij een van de grote verzekeraars circa 25.000 gulden per jaar.

Bepalend voor dit bedrag zijn met name de marktrente en sterftekansen van de partners. Een vrouw van 55 jaar kan, wanneer haar man overlijdt, nog best 30 jaar genieten van die lijfrente. Dat betaalt de verzekeraar uit die 200.000 gulden.

Niet alle verzekeraars bieden evenveel. Dus kan de briefschrijver eens bellen met de bemiddelaar die de polis heeft afgesloten en vragen welke verzekeraar het meeste biedt. Een bemiddelaar beperkt zich als regel tot de maatschappijen die werken met tussenpersonen en informeert niet bij verzekeraars die rechtstreeks zaken doen met het publiek, de direct writers als Ohra, Robein Leven, Centraal Beheer, FBTO en andere.

Overigens kan een bank het lage rendements- en verzekeringsprobleem in samenhang bekijken, want als de 300.000 spaargeld worden omgezet in obligaties, levert de rente voor jaren een aanvullend inkomen op.