Door het plafond

'DE JUF IN DE kleuterklas dacht dat ik alleen maar plaatjes zat te kijken, maar ik kon alles al lezen. Dat hield ik voor haar geheim, want ze was heel streng. Ze deed of ik nog heel klein was met leren, maar eigenlijk was ik al heel ver. Toen ik vier was kon ik de krant al lezen.''

Ariane, zes jaar, spreekt in volzinnen en heeft een volwassen woordkeus. Ze praat met haar ouders over de Troonrede en ze vraagt zich af hoe de theorie van de oerknal zich verhoudt tot het scheppingsverhaal. Als ze even niets te doen heeft pakt ze haar viool om een menuet van Bach of een swingende boogie-woogie te spelen. Toen klasgenootjes op school leerden schrijven deed ze net alsof ze het nog niet kon: “Ik ging toen snuiven en nephoesten omdat ik zag dat kinderen die het moeilijk vonden dat ook deden”, legt ze uit.

De ouders van Ariane zitten met de handen in het haar, want hun dochter is zo slim dat ze volgens hen niet in 'het corset van de basisschool' past. Dat heeft er al in geresulteerd dat Ariane vorig jaar vijf maanden werd thuisgehouden.

Uit een enquête die de Oudervereniging voor hoogbegaafde kinderen, Pharos, onlangs onder haar leden heeft verricht, blijkt dat het thuishouden van hoogbegaafde kinderen zeer regelmatig voorkomt. “Er kan rustig gesteld worden dat het onderwijs aan hoogbegaafden nog in de kinderschoenen staat”, concludeert Pharos in het rapport 'Ik wil niet naar school!' Op scholen waar ernst gemaakt wordt met het aanbieden van verrijking en verdieping van de leerstof en de kinderen de mogelijkheid krijgen om sneller door te stomen, doen deze problemen zich aanzienlijk minder vaak voor. Ook nu hun dochter twee groepen heeft overgeslagen komt ze vaak nog 'geestelijk uitgehongerd' uit school, vertellen Marjorie Hulschbosch en Paul Driehuis, de ouders van Ariane. Ze laten het onderzoeksrapport van het Centrum begaafdheidsonderzoek (CBO) in Nijmegen zien, waaruit blijkt dat Ariane met haar IQ tot het hoogste half procent van de begaafden behoort. “Ze schoot met haar vier jaar dwars door het plafond van de pre-schooltest heen”, aldus de ouders, die dachten met dit rapport in handen een betere opvang voor hun dochter op de basisschool te krijgen. Niets was minder waar. De leerkrachten op de school bij hen in de buurt vonden dat Ariane vooral moest 'doorkleuteren' en dat de ouders op moesten houden met hun kind te 'pushen'. De boeken die hun dochter las moesten achter slot en grendel, de kennis die ze vergaarde over onderwerpen als de Romeinen was taboe. “De Romeinen worden pas in groep vijf behandeld”, meldden ze droog.

Marjorie Hulschbosch en Paul Driehuis zijn wanhopig over het basisonderwijs waar kinderen uitsluitend op kalenderleeftijd worden beoordeeld. “Alles wordt aan de groep afgemeten”, zegt vader Driehuis. “Maar, net zomin als je de lichamelijk groei van een kind kunt belemmeren, kun je de geestelijke ontwikkeling tegenhouden.” En dat terwijl de wet op het basisonderwijs spreekt van een “ononderbroken ontwikkeling van het kind”, zo stellen de ouders teleurgesteld vast. In de dagelijkse praktijk merken ze er weinig van.

Ze verwijten de school bij hen in de buurt “onwil en onkunde”, ze liepen tegen een muur van tegenwerking op. Hun dochter, die inmiddels na veel soebatten naar groep drie was gegaan, kreeg mondjesmaat verrijkingsstof aangeboden en een vervroegde overstap naar groep vier was onbespreekbaar. Het rapport van het CBO in Nijmegen en zelfs de persoonlijke bemoeienis van professor Mönks, de deskundige op het gebied van hoogdbegaafdheid, bracht geen beweging in de starre houding van de school. Ariane zou het sociaal-emotioneel niet aankunnen, kregen de ouders te horen. In het Nijmeegse rapport werd echter vastgesteld, dat hun dochter de uitdaging van versnelling en 'massieve verbreding' juist nodig had voor haar ontwikkeling. Anders bestond het gevaar van onderpresteren, een inmiddels bekend verschijnsel bij kinderen die te slim zijn voor hun omgeving.

“We hebben gezegd dat de school niet meer mocht experimenteren met onze dochter”, zegt vader Driehuis. “Ze is overspannen gemeld en we zijn op zoek gegaan naar een andere school.” De leerplichtambtenaar, de inspectie en zelfs de wethouder wisten van deze situatie af, niemand deed wat. “We hoopten dat de inspectie actie zou ondernemen”, zegt Marjorie Hulschbosch, “maar er gebeurde niets”. Ariane werd aangemeld op een school waarvan bekend was dat deze speciale aandacht besteedt aan hoogbegaafde kinderen, maar toen men het onderzoeksrapport uit Nijmegen had gelezen kregen de ouders onverhoeds een telefoontje met de mededeling 'dat het team het niet aandurfde'. Na vijf maanden zoeken werd een school bereid gevonden om, mèt begeleiding van het Nijmeegse Centrum Begaafdheidsonderzoek, Ariane in groep vijf te plaatsen. Op voorwaarde dat de ouders Ariane niet meer zouden 'pushen' en dat ze geen klas meer zou overslaan, want met zes jaar in groep vijf was sociaal-emotioneel gezien al op het randje. “Hoogbegaafdheid is een handicap op de basisschool”, verzuchten de ouders.

Uit de 143 geretourneerde enquêtes die bij Pharos binnenkwamen, bleek dat 56,5 procent van de ouders hun hoogbegaafde kind af en toe of vaker thuishoudt. Dit ondanks het feit dat bijna veertig procent van deze kinderen op school wel degelijk verrijkings- of verdiepingsstof krijgt aangeboden en de school de mogelijkheid tot versnelling biedt. Blijkbaar sluit dit aanbod dus onvoldoende aan op de behoefte van het kind. Ruim zestig procent van de thuisgehouden kinderen krijgt helemaal geen speciale aandacht op school. Van de hoogbegaafde kinderen die niet van school thuis worden gehouden krijgt daarentegen 93,5 procent wel verrijking, verdieping en versnelling aangeboden.

In het rapport wordt dan ook geconcludeerd: “Het aanbieden van verrijking en/of verdieping of versnelling of een combinatie hiervan blijkt een positief resultaat te hebben voor het niet-thuishouden van hoogbegaafde leerlingen.” In 12 procent van de gevallen waarin kinderen korter of langer thuiszitten is de leerplichtambtenaar hiervan op de hoogte. Het niveau van onderwijs aan hoogbegaafden varieert per school sterk, zo concluderen de samenstellers van het rapport. Op de meeste scholen wordt de situatie echter “duidelijk onvoldoende” beoordeeld. Ouders worden in een defensieve houding gedrongen, zo blijkt uit de enquêteformulieren, die veel ouders aangrepen om hun hart te luchten. Paul Driehuis en Marjorie Hulschbosch weten daar inmiddels alles van. “We praten op school niet meer over Ariane zonder dat de begeleiders uit Nijmegen erbij zijn. Dat durven we niet meer aan. De leerkrachten zijn immers de specialisten, je moet niet te veel op hun terrein komen.”