DE ARBITER DIE ZIJN FINALE MISLIEP

De Haagse jeugdwedstrijd Spoorwijk 9-Die Haghe 11 was in 1966 zijn eerste wedstrijd, Roda-Fortuna in de eredivisie vanavond zijn laatste. Aan de lange loopbaan van John Blankenstein als scheidsrechter is een einde gekomen. 'Het zal pijn doen om mijn collega's straks te zien fluiten.'

Hij zegt “een tevreden gevoel” te hebben over zijn loopbaan als scheidsrechter. “En als ik Barcelona-Milan had gefloten en ook nog voor een wereldkampioenschap zou zijn uitgenodigd, dan zou ik zelfs zéér tevreden zijn geweest”, zegt John Blankenstein.

De Europa-Cupfinale van 1994 tussen Barcelona en AC Milan werd hem vijf dagen voor de wedstrijd ontnomen. Er zouden bij de Europese voetbalunie UEFA dreigementen zijn binnengekomen van mensen die Blankenstein wilden vermoorden. Eerder hadden de Italianen al geprotesteerd tegen de aanstelling van de Nederlander, omdat hij een vriendje zou zijn van Cruijff en Koeman die destijds nog bij Barcelona zaten. “Ik ben toen vermorzeld in een machtsspel”, is twee jaar later de stellige mening van de 47-jarige scheidsrechter. “Als iemand met macht zoals Berlusconi twijfelt aan een arbiter, dan is het met je gebeurt. Dan sneuvelt Blankenstein.”

De wedstrijd in Athene zou het hoogtepunt uit zijn loopbaan zijn geweest. Daarom hoopt Blankenstein nog steeds te horen wat er destijds precies is gebeurd. “Ik wil weten hoe hard het allemaal was. De KNVB heeft destijds de UEFA om uitleg gevraagd. Maar die brief is nooit beantwoord. Nu ga ik zelfs eens kijken of ik er achter kan komen. Het laat me niet los. Deze kwestie is nog steeds uniek.”

Hij was jarenlang de beste arbiter van Nederland, maar toch floot hij nooit op een WK. Eén EK, dat was alles. Hij werd door de UEFA wel voor het WK van 1990 genomineerd. De wereldvoetbalbond FIFA nam de voordracht echter niet over. “Er werd een of ander schimmig verhaal verteld over mijn prestaties. Dat was onzin. Mijn prestaties waren goed. Nee, dit ging om persoonlijke aspecten. Ik denk dat mijn geaardheid bij de FIFA een rol heeft gespeeld. Ik kan niets anders bedenken.”

Blankenstein heeft nooit een geheim gemaakt van zijn homosexualiteit. In het Nederlandse voetbal leverde hem dat, op wat honende supporters na, geen problemen op. In het buitenland werd er soms wel een punt van gemaakt. De dag van de EK-wedstrijd Denemarken-Engeland in 1990 stond in de Daily Mirror met vette letters dat de scheidsrechter van die avond “gay” was. Blankenstein: “Daar moest ik vreselijk om lachen. Ik heb medelijden met de homo's in zo'n samenleving.” Wel ging de arbiter in Nederland een keer verhaal halen bij John de Wolf die in een vraaggesprek had gezegd, dat hij zou weigeren met een homofiele speler onder de douche te gaan staan. “Zoiets pik ik niet. Veel mensen nemen alles aan van een figuur als De Wolf. Daarom is zo'n opmerking zo dom.”

Toen de 17-jarige Blankenstein in 1966 met fluiten begon, telde Nederland 20.000 geregistreerde voetbalscheidsrechters. Nu zijn het er minder dan 9.000. Blankenstein wijt die terugval aan “een gebrek aan tolerantie en acceptatie”. “Vroeger was de scheidsrechter nog een autoriteit. Daar hoorde je met je fikken af te blijven. En als je een keer hondelul naar een scheidsrechter riep, zoals Piet Romeijn destijds, dan was dat wereldnieuws. Tegenwoordig is dat allemaal heel normaal. Het respect ontbreekt. Het is niet erg aantrekkelijk meer om scheidsrechter te zijn.”

Blankenstein is zorgelijk over de toekomst van de arbitrage. “Je kan wel allerlei acties en maatregelen nemen, maar de mentaliteitsverandering moet toch bij de mensen zelf vandaan komen. En dat zie ik niet zo maar gebeuren. Het is een maatschappelijk probleem. Soms moet er een oorlog komen om alles er in één klap uit te laten knallen. Natuurlijk hoop ik er niet op, maar een periode van oorlog is wel het enige middel gebleken om iedereen weer het besef te geven van tevredenheid en verdraagzaamheid.”

Oorlog is het weleens op het voetbalveld. Blankenstein maakte het onder meer in 1990 mee bij de wedstrijd tussen Kaiserslautern en Sampdoria. Hij gaf tien gele en twee rode kaarten, zijn persoonlijke record. “Dat was echt een mission impossible. Als voetbalwedstrijd was het een totale mislukking. Er stonden 22 onwillige honden op het veld. Ze hadden beter niet kunnen spelen. Het begon met een doodschop van meneer Vierchowod. Dan heb ik een vervelende avond, bah.”

Niet bekend

Fluiten is door de jaren om verschillende redenen minder leuk geworden, zegt Blankenstein. Tot zijn spijt heeft hij de voetballerij zakelijker zien worden. “Je hebt in de stadions nu al die sponsorhomes. In de ene sectie mag je wel gratis drinken, in de andere niet. Zo gaat dat tegenwoordig. Het voetbalgevoel is bij mij minder dan vroeger. Dat is allemaal nog tot daar aan toe, maar er zijn ook sponsors die zich met mijn beslissingen bemoeien. Die komen je na afloop even vertellen dat je die strafschop beter niet had kunnen geven. Ze hebben iets over zich van: je komt aan mijn poen.”

Door het geld zijn de belangen in de voetballerij veel groter geworden. Dat legt een zwaardere druk op de scheidsrechters. Daarom moet als steun voor de arbitrage gebruik gemaakt worden van elektronica, zegt Blankenstein. Hij denkt allereerst, zoals in het tennis, aan de 'bewaking' van de lijnen. Is de bal wel of niet over de doellijn? Is de overtreding wel of niet binnen het strafschopgebied? Een elektronisch oog kan helpen dat te beoordelen. “Zet er een sirene of blauw zwaailicht naast”, aldus Blankenstein. “Dat lijkt me simpel.”

Hij is er ook voor om bij “hele evidente spelmomenten” de hulp van de vierde official aan de zijlijn in te roepen. “Dan bedoel ik gevallen als de Maradona-handsbal of een actie waarbij de bal van de doellijn wordt geslagen. Zo'n man aan de kant kan de scheidsrechter in zulke gevallen met behulp van een zender iets in het oor fluisteren. Het is toch te gek dat die vierde official een speler achter de rug van de arbiter een klap ziet uitdelen en toch niet mag ingrijpen. Hij moet er na afloop wel een rapport over maken. De KNVB heeft de wereldvoetbalbond een voorstel gedaan om dat te veranderen, maar de FIFA wil er nog niet aan. Toch zal het gebeuren. De druk zal groter worden.”

In het spel om de miljoenen wordt ook weleens geprobeerd de arbitrage om te kopen. Blankenstein zegt dat hem nooit geld is aangeboden. Wel is er het smeuïge verhaal van de bontjassen die hij en zijn grensrechters voor een Europa-Cupwedstrijd in Kiev kregen aangeboden. “We werden in limousines naar een groot, kaal gebouw gebracht. Daar stonden in een kamer drie rekken met bontjassen. Dit gaat dus niet door, zei ik meteen tegen mijn collega's. Eerst zie je die mensen van de club van oor tot oor grijnzen, omdat ze iets moois aan te bieden hebben. Later, als je blijft weigeren, slaat dat om in quasi-verontwaardiging. Want je maakt, zo zeggen ze, misbruik van hun gastvrijheid. Schitterend. Daarna zijn ze natuurlijk bang dat het in de wedstrijd juist tegen hun ploeg gaat werken. Dat is onzin, want die spelers mogen daar niet de dupe van worden.”

Vorig jaar werd hetzelfde Dinamo Kiev geschorst wegens poging tot omkoping van de Spaanse scheidsrechter Lopez Nieto. Hij had wel een bontjas aangenomen en dat aan de UEFA gemeld. Blankenstein: “Ik wil geen collega's beschuldigen, maar het geeft toch te denken dat ze daar nog steeds met die jassen lopen te leuren. Als iedereen, zoals ik, zou hebben geweigerd, dan schei je daar als club toch snel mee uit, lijkt me. En dat van mij was in 1991. Kan je nagaan wat er intussen is gebeurd. Kijk, iedereen bepaalt zijn eigen grenzen. Met mij valt niets te regelen. Een cadeautje, prima. Een stropdas, een horloge, een beeldje, maar meer niet. Nooit! In andere landen denken ze daar wat anders over dan bij ons. Zo'n affaire met Bolkestein zou in Azië niet eens de zijkant van de krant halen.”

Blankenstein treedt de laatste jaren regelmatig in de publiciteit. Zo was de Hagenaar jarenlang jurylid bij een amusementsprogramma op tv en maakte hij onlangs met drie collega's voor de camera zelfs zijn debuut als zanger. “Vroeger mocht je als scheidsrechter in het betaald voetbal geen enkel commentaar geven. Die tijden zijn gelukkig veranderd. Nu kunnen we tonen dat wij ook een menselijk gezicht hebben. Dat we geen eikels of autoritaire kwallen zijn. Als scheidsrechter moet je nooit schromen een fout toe te geven. De een heeft het daar moeilijker mee dan de ander. Maar je wordt er niet minder van. Wij hebben echt niet altijd gelijk.”

Door de huidige openheid kon iedereen op televisie zien dat Blankenstein aan het begin van het seizoen 27 meter te kort kwam tijdens de verplichte Coopertest. Hij werd ter plekke van de lijst afgevoerd. Er dreigde een dramatisch afscheid na dertig jaar als fluitist. Blankenstein reageerde furieus. Hij vond het onzin dat hij op grond van die ontbrekende meters ineens niet meer mocht fluiten. Dat vindt hij nog steeds. Aanleiding om het hoog te spelen was er echter niet. Snel na zijn afkeuring kreeg hij van de KNVB per 1 oktober de functie van hoofd scheidsrechterszaken aangeboden. “Dus zou ik ook zijn gestopt als ik dit seizoen wel had mogen fluiten.”

Blankenstein vroeg wel om “een fatsoenlijk afscheid”. Dat kreeg hij. Hij mocht nog een maand wedstrijden leiden en had inspraak in de samenstelling van zijn eigen afscheidstoernee. Het werd, zoals hij zelf gekscherend zegt, een Tour de Pays Bas. Hij floot in september in Groningen, in de nieuwe Amsterdamse Arena, in Tilburg en hij eindigt vanavond in Kerkrade bij de Limburgse derby tussen Roda en Fortuna, zijn 502de wedstrijd in het Nederlandse profvoetbal. “Ik heb gevoelsmatig voor Roda gekozen. Ik heb me daar altijd prettig gevoeld. In de provincie leeft het pure clubgevoel nog. Daar zie je de kleuren van het shirt nog door de mensen heenlopen in plaats van bankbiljetten.”

Wordt het op Kaalheide een spetterend afscheid met de nodige rode- en gele kaarten? “Zeg ga je heen”, reageert John Blankenstein. “Ik hoor de reacties al. Hij kon toch nooit orde houden. Nee, het mooiste zou een wedstrijd zonder kaarten zijn. Maar dat kan je niet forceren. Als ik maar geen rood hoef te geven. Dat doet me denken aan Simon Tahamata die in zijn laatste wedstrijd bij Feyenoord uit het veld werd gestuurd. Afschuwelijk!”