Beatrix laat koloniaal Zuid-Afrika rusten

De Franse president Mitterand bezocht Zuid-Afrika al in juli 1994, koningin Elisabeth II volgde in maart 1995. En komende week brengt Beatrix voor het eerst een officieel bezoek aan het land.

PRETORIA, 28 SEPT. “Oranje is het snoepje van de maand”, heet het in Zuid-Afrikaanse politieke kring. Het komen en gaan van staatshoofden en zakenlieden wordt met lichte ironie gevolgd door een land dat tot voor enkele jaren geleden nog de paria van de internationale gemeenschap was. Toch wordt het bezoek van Beatrix anders dan van de andere monarchen, stelt dr. Zach de Beer, ambassadeur van de Zuid-Afrikaanse republiek in Nederland.

De oud-parlementariër die tot de blanke oppositie behoorde gedurende het apartheidstijdperk, werd enkele jaren geleden door president Mandela gevraagd de nieuwe betrekkingen met Nederland vorm te geven. “Beatrix is de eerste vorstin die consequent kennis wil maken met het huidige, nieuwe Zuid-Afrika in zijn diverse verschijningsvormen”, zegt hij. “Queen Elisabeth was bij wijze van spreken ook geïnteresseerd wat er van het cricket in de townships was overgebleven.”

Koningin Margaretha van Denemarken kwam vooral Deense projecten in Zuid-Afrika bekijken. Maar Beatrix zal met bezoeken aan onder meer het constitutionele hof in Johannesburg, enkele sociale vernieuwings-projecten in dezelfde plaats en gesprekken met Zuid-Afrikaanse schrijvers, afstand houden van het eigen koloniale verleden, aldus De Beer.

Deze aanpak sluit aan bij de houding die de Oranjes deze eeuw tegenover Zuid-Afrika hebben aangenomen. Weliswaar was Wilhelmina in 1900 nog rotsvast in haar trouw aan Paul Kruger door de bedreigde president van de Boerenrepubliek in Transvaal in een schip naar Nederland te halen, maar haar dochter en kleindochter hebben altijd een veel afstandelijker houding aangenomen tegenover Zuid-Afrika. Juliana betoonde zich een apartheidsstrijdster van het eerste uur door reeds in 1948 de Zuid-Afrikaanse president Malan - op bezoek in Nederland - toe te voegen dat zij nooit naar zijn land zou komen “zolang daar de apartheid heerst”.

Dat de Nederlandse koningin later dan andere staatshoofden naar Zuid-Afrika komt, schrijft ambassadeur De Beer dan ook toe aan de actieve strijd in Nederland tegen diezelfde apartheid. “Toen ik hier kwam moest ik er zelf op uit om vrienden te maken”, aldus de Zuid-Afrikaanse diplomaat, “want op dat moment kwam men op z'n zachtst gezegd niet automatisch naar mij toe.” Nederland en Zuid-Afrika moesten eerst wat aan elkaar “snuffelen”, zo meent De Beer - de toenmalige premier Lubbers ging begin 1994 naar Pretoria, kroonprins Willem-Alexander volgde even later bij de inauguratie van Mandela tot president. Dezelfde Mandela bezocht, net als de de huidige vice-president T. Mbeki, eveneens in 1994 ons land, en oud-president F.W. de Klerk volgde een jaar later. Ontmoetingen als deze maakten langzamerhand de geesten in Nederland rijp voor een staatsbezoek.

Dat Beatrix volgende week het koloniaal verleden grotendeels negeert, betekent niet dat datzelfde verleden de majesteit met rust laat. Vorige maand werd al bekend dat enkele extreem-rechtse Afrikaander splintergroeperingen er bij de Nederlandse ambassade op hadden aangedrongen dat de koningin tenminste een deel van haar speech tijdens het staatsbanket, komende maandag, in het Nederlands zal houden, om zo de historische banden met het Afrikaans te illustreren. En eergisteren berichtte een Zuid-Afrikaanse krant dat Robert van Tonder, beijveraar van de oprichting van een nieuwe Boerenstaat, de koningin om een audiëntie heeft gevraagd. Van Tonder wil bij Beatrix de heroprichting van de oude boerenrepublieken bepleiten.

Dat laatste verzoek kan de majesteit relatief gemakkelijk negeren. Monarchen hebben zich nog nooit beziggehouden met de oprichting van republieken. Maar de taalkwestie is een lastiger te hanteren issue. Dat dit onderwerp gevoelig ligt, was ook al in Nederland gebleken tijdens het bezoek van oud-president F.W. de Klerk. Hij gaf in november 1995 een lezing aan de Vrije Universiteit. Omdat velen in Nederland het Afrikaans als de taal van de apartheid beschouwen, was hem gevraagd zijn lezing, de Abraham Kuyper-voordracht, in het Engels te houden. De Klerk weigerde dit. Bij wijze van compromis hield de Zuid-Afrikaanse politicus zijn voordracht uiteindelijk deels in het Engels en deels in het Afrikaans.

Ambassadeur de Beer wijst erop dat het Afrikaans niet alleen door drie miljoen blanken, maar ook nog eens door zo'n drie miljoen kleurlingen als voertaal wordt gebruikt. Dat zo'n zes miljoen van de ongeveer 43 miljoen Zuid-Afrikanen een taal spreken die grote verwantschap met het Nederlands vertoont, vindt De Beer een gegeven dat komende maandag, bij het uitspreken van de diverse redes tijdens het staatsbanket in Pretoria, best een rol mag spelen.