Andy McNab, ex-militair van de Britse Special Air Service: 'Een lijk meezeulen is contraproduktief'

Negen jaar lang voerde Andy McNab geheime missies uit voor de Britse elite-eenheid SAS. Hij bespioneerde de IRA, trainde het leger van Botswana en vocht tegen Zuidamerikaanse drugskartels. In twee boeken heeft McNab zijn werk voor 'the Regiment' gedetailleerd beschreven - tot schrik van zijn ex-opdrachtgevers. Over het belang van de man op de grond: 'Als er geen bericht komt, kunnen die raketten worden gelanceerd.'

Het journaal heeft zojuist gemeld dat de Londense politie bij een inval in een huis tien ton explosieven van de IRA heeft aangetroffen. Voormalig SAS-militair Andy McNab is niet onder de indruk. “Een huis binnenvallen is een automatisme, een drill, die je opbouwt door dagenlange training. Op het moment van binnenvallen denk je nergens aan, of er nu explosieven zijn of niet.”

In zijn boeken staat hij afgebeeld met een zwart balkje voor zijn ogen - ze zijn hardblauw, blijkt in een Amsterdams hotel. McNab is in Nederland om over zijn autobiografie Immediate Action te praten. De locatie voor het gesprek is pas kort tevoren door de uitgever bekendgemaakt en McNab behoudt zich - volgens het contract dat vooraf moet worden ondertekend - het recht voor de interviewer te fouilleren.

Andy McNab - een nom-de-guerre - heeft zijn redenen om voorzichtig te zijn. Negen jaar lang voerde hij in de Britse elite-eenheid Special Air Service (SAS) geheime operaties uit. De SAS werd tijdens de Tweede Wereldoorlog opgericht om sabotage-missies achter de Duitse linies uit te voeren. Inmiddels bestaat eenheid uit een paar honderd man die zijn gespecialiseerd in gevaarlijk militair handwerk. “Ik werkte undercover met mensen van wie sommigen nog steeds in dienst van de SAS zijn. Als ik nu herkenbaar in beeld zou worden gebracht, lopen mijn oude collega's het risico om als SAS'er ontmaskerd te worden.”

McNab leidde onder meer een patrouille die tijdens de Golfoorlog een sabotage-opdracht achter de Iraakse linies moest uitvoeren. Over die - mislukte - tocht en zijn gevangenschap in Irak die daarop volgde, schreef hij twee jaar later het boek Bravo Two Zero, naar de codenaam van de missie. Alleen al in Groot-Brittannië werden anderhalf miljoen exemplaren verkocht. Daarna volgde Immediate Action, over andere opdrachten die hij voor de SAS uitvoerde.

Omdat bijna alle missies die McNab voor de SAS uitvoerde het predikaat 'staatsgeheim' hadden - al zijn persoonlijke gegevens werden daarom bij toetreding tot de SAS uit de publieke bestanden gehaald - bracht zijn tweede boek hem in Groot-Brittannië in moeilijkheden. De regering en de top van de SAS waren van mening dat hij teveel onthulde en spanden een proces aan. Maar McNab hoefde van de rechter slechts enkele wijzigingen in het manuscript aan te brengen, zodat het boek een maand later alsnog in de winkels lag. Sindsdien zijn hij en vijf andere SAS'ers die over hun werk hebben gepubliceerd van het SAS-kazerneterrein in het Welshe Hereford verbannen.

Rolex

Sinds 1993 is weg hij uit 'The Regiment', zoals de SAS binnen het Britse leger heet - hij zwaaide vlak voor het verschijnen van zijn boek gewoon af. Schrijven is zijn werk geworden, hoewel hij af en toe 'klusjes' zegt op te knappen voor niet bij name genoemde security companies. Hij heeft nog steeds een huis op een steenworp afstand van de SAS-kazerne, maar woont dankzij de opbrengst van zijn boeken een groot deel van het jaar 'ergens in Zuid-Frankrijk'. McNab is nu halverwege de dertig en inmiddels voor de vierde maal getrouwd. Hij komt over als one of the lads, over zijn SAS-werk praat hij als een profvoetballer: vaak in de tweede persoon enkelvoud. De missies zelf lijkt hij alleen te hebben beleefd in de derde persoon enkelvoud.

Zijn opdrachten in naam van Koningin en Vaderland konden overal ter wereld plaatshebben. Het inzetten van de SAS in den vreemde is vooral een diplomatieke vriendendienst van de Britse regering. “Wij krijgen salaris en een gevarentoeslag. Soms krijg je van een land na een geslaagde missie een aandenken. Een Rolex of zo.”

In de jaren tachtig was hij in Noord-Ierland gedetacheerd als undercover-agent bij een spionage-eenheid, in de Britse strijd tegen het Ierse Republikeinse Leger. Hij trainde het leger van Botswana tegen invallen vanuit Zuid-Afrika. Nam deel aan gewapende acties tegen Zuidamerikaanse drugskartels en was lid van een Britse antiterreureenheid die internationaal opereerde.

De SAS adviseert en participeert ook bij het gewapenderhand oplossen van gijzelingscrises en heeft daartoe liaisons met special forces van verschillende landen, zoals de Nederlandse antiterreurorganisatie Bijzondere Bijstandseenheid (BBE) en sinds het vallen van de Berlijnse Muur zelfs met de Russische Alfa-brigade. Regelmatig krijgt de SAS zelf bijstand uit het buitenland. Zo onderricht het arrestatieteam van de politie van Hongkong, het centrum van de Aziatische drugshandel, de SAS'ers in het binnenvallen van huizen.

Ook tijdens vredesoperaties, zoals in het voormalig Joegoslavië, zijn de gevaarlijkste taken weggelegd voor de SAS. “We zouden de Bosnisch-Servische generaal Mladic nu zo uit zijn hoofdkwartier kunnen plukken”, beaamt McNab. “Maar de NAVO en de VN willen dat niet.”

Keuzes

McNab groeide op in Londen, waar hij deel uitmaakte van een jeugdbende. De gang pleegde winkeldiefstallen en inbraken. Hij werd opgepakt en kreeg van de jeugdrechter een waarschuwing: nog één misdrijf, en je gaat het tuchthuis in. Dan nog liever het leger, besloot hij. “Eerst kwam ik bij bij de infanterie, bij de Green Jackets. Daar had ik het geweldig naar mijn zin.”

In 1977 werd hij gelegerd in Noord-Ierland waar de IRA op dat moment hevig strijd leverde. “Er vielen me daar wat types op die gewoon een trui aanhadden en op slippers liepen. Ze verplaatsten zich in helikopters en je mocht er niet mee praten. Die bleken van de SAS. Dat prikkelde mijn belangstelling. Zij hopten in en uit helikopters en ik stond daar maar een beetje de vloer te bezemen.”

Toen Falkland-oorlog in 1982 uitbrak, was McNab opgeklommen tot legerinstructeur. “Maar de jongens die ik opleidde mochten naar de Falklands en ik moest thuisblijven. Terwijl er maar ongeveer eens in de tien jaar een oorlog is. Ik dacht: ik heb mijn kans gemist.” Hij besloot zich aan te melden voor de selectie van de SAS. “Want dan wordt je doorlopend in allerlei oorlogjes ingezet.” Bij de tweede poging werd McNab toegelaten.

Zeven jaar later brak de Golfoorlog uit en moest McNab met een SAS-eenheid van acht intensief getrainde mannen naar Irak. Daar diende de enige communicatie-verbinding tussen het Iraakse hoofdkwartier in Bagdad en de mobiele lanceer-wagens van Iraakse Scud-raketten in het westen van het land te worden opgeblazen. In het holst van de nacht werd de groep door een helikopter afgezet - vlakbij een Iraakse luchtafweerbatterij, bleek toen het licht werd.

De Iraakse soldaten merkten hun schuilplaats niet op, maar een jongetje dat er geiten hoedde wel. Het kind holde naar het Iraakse kampement, waarna honderden Iraakse soldaten met pantservoertuigen de aanval inzetten op de SAS'ers. McNab: “Als er een ongecompliceerde keuze was geweest tussen: het kind dood, of de patrouille dood, dan was het kind gedood. Maar het neerschieten van die jongen had in de eerste plaats te veel lawaai gemaakt - dat zou die Iraakse eenheid in de nabijheid hebben gealarmeerd. En als we op dat moment gevangen zouden zijn genomen, zouden onze ondervragers ons extra hard hebben behandeld. Bovendien kun je niets achterlaten wat op je aanwezigheid duidt - geen voedselresten, niet eens je eigen pis. We hadden het lijk mee op sjouw hadden moeten nemen. En een lichaam meezeulen is contraproduktief.

“Militaire overwegingen hebben in de SAS altijd de overhand”, zegt McNab. “De veilige terugkeer van de eenheid is heilig. Je weet dan dat je belangen van Groot-Brittannië in vérverspreide gebieden militair gaat behartigen en dat je daarvoor soms onaangename keuzes moet maken. Als je daar problemen mee hebt, even goeie vrienden, maar dan hoor je niet bij de SAS.”

Na een hevig vuurgevecht met de Iraakse soldaten wisten de Britten toch te ontkomen. Te voet vluchtten ze in de richting van de Syrische grens, meer dan 100 kilometer verderop. Niemand reageerde op het noodsignaal dat ze intussen uitzonden en tot overmaat van ramp begon het te sneeuwen. De soldaten verloren elkaar uit het oog en de patrouille viel in tweeën uiteen. McNab kaapte met zijn groepje op de weg van Bagdad naar Damascus een auto. Vlakbij de Syrische grens stuitten ze op een wegversperring van het Iraakse leger. De Britten wachtten rustig tot de soldaten naderbij kwamen. Pas toen een van hen op het raamje van de auto tikte, schoten de SAS'ers tientallen Irakezen neer. Vanaf dat moment was het ieder voor zich naar Syrië. Bijna niemand haalde het. Op minder dan een kilometer van de grens viel McNab alsnog in de handen van soldaten die hem aan de Iraakse geheime dienst uitleverden.

McNab zegt aan zijn ervaringen in Irak geen littekens te hebben overgehouden, althans geen psychische. Wel beweert hij enkele daar opgedane Iraakse 'kennissen' nog zeker “de keel te zullen doorsnijden” mocht hij ze ooit nog tegenkomen. “If I could get away with it.”

“Sommige ondervragers dachten: jij hebt je werk gedaan, ik doe nu mijn werk. Dat is te accepteren. Maar er waren er twee die er echt lol in hadden, voor hen was het een personal thing.” Tijdens de verhoren in de Iraakse gevangenis werd hij in elkaar geslagen en geschopt. Eén beul trok met een tang zijn kiezen uit. McNab zei niets. Nu noemt hij martelingen “een variabele die je bij de voorbereidingen en de training incalculeert”.

“Na jaren van geheime operaties en levensechte trainingen weet je wat er mis kan gaan. Daardoor raak je getraind in angst - ik was doods- en doodsbang, maar heb geleerd die angst deels onder controle te houden.”

Toen de geallieerden naar Bagdad dreigden op te trekken - McNab zat inmiddels vijf weken vast - werden zijn ondervragers minder hardhandig. Na het staakt-het-vuren zijn McNab en drie andere opgepakte en mishandelde leden van de eenheid aan het Rode Kruis overgedragen. Drie SAS-leden zijn gesneuveld, een heeft weten te ontsnappen.

Seintje

Achteraf noemt McNab de missie in Irak 'a total failure'. Zijn dit soort militaire operaties nog wel zinvol in een tijd waarin computers het slagveld lijken te regeren? McNab: “Zonder menselijke verkenningen mist een computergestuurde raket zijn doel. Het geleidingsmechanisme van die Amerikaanse Tomahawk kruisraketten bijvoorbeeld, oriënteert zich op de contouren in het landschap. Maar dat 'landschap' kan ook de bebouwing van Bagdad zijn, en die kan snel veranderen.” Een U-2 spionagevliegtuig, zegt McNab, kan het parcours niet goed controleren; die schiet zijn plaatjes, encrypteert die, stuurt ze naar een grondstation, en dat kost te veel tijd. Om te controleren of de laatste inlichtingen nog kloppen en te voorkomen dat een Tomahawk voortijdig op een obstakel botst, moet daarom soms iemand de route van die raketten op het allerlaatste moment belopen. Waar een raket gaat neerkomen, is dus vaak al een geheime informant aanwezig. McNab: “ Een man op de grond hoeft maar één seintje te geven en de aanval kan worden afgeblazen. Als er geen bericht komt, kunnen die raketten onmiddellijk worden gelanceerd.”

Het is niet het enige voorbeeld van de noodzaak om, zoals McNab het noemt, 'ogen op de grond' te hebben. “Bij het uitschakelen van de Iraakse Scuds gold in de Golfoorlog hetzelfde. De special forces waren de enige eenheden die erop waren getraind om in het achterland naar de ongrijpbare mobiele lanceerwagens van die raketten op zoek te gaan. De vliegtuigen konden ze niet vinden. Die moesten ook veel te hoog blijven om buiten het bereik van de Iraakse luchtafweer te blijven. Wij konden er wèl achteraan.”

Op een van de laatste dagen van de Golfoorlog omsingelde de SAS met een konvooi van zes Landrovers een Iraakse lanceerwagen. “Net als cowboys en indianen. Dat ding kon geen kant meer op.” Vanuit Saoedie-Arabië trok ook een SAS-patrouille per auto door de praktisch verlaten Iraakse woestijn. Daar bevond zich een basis waar Scuds van vaste rails konden worden afgeschoten. “Ze hebben toen die Scud-rails maar met voorhamers stukgeslagen. Ik denk dat je in ieder geval voor dat soort taken tot diep in de volgende eeuw special forces nodig zult hebben. Dan laat de techniek het afweten.”

De kazerne mag dan nog verboden terrein zijn voor McNab, hij maakt inmiddels wel deel uit van een SAS-commissie die moet voorkomen dat eventuele nieuwe publicaties van soldaten uit de Service nog problemen opleveren. Volgens McNab is zijn geschil met de hoge SAS-officieren dan ook nooit zo ernstig geweest als de Britse kranten beweerden. “Die ruzie is een typisch voortbrengsel van de Britse pers. Daarin moeten altijd 'good guys' en 'bad guys' worden opgevoerd.” Zelf wijt hij de controverse rond zijn boek aan een Brits 'klasse-verschil in de academische zin van het woord'. “De lagere rangen in het leger konden vroeger helemaal geen boeken schrijven. Inmiddels weten we wel hoe dat moet, de lacune wordt althans langzamerhand opgevuld. En dat bevalt niet iedereen. Daarom heten de boeken van hoge militairen memoirs heten, en die van ons revelations.”

'Bravo Two Zero' en 'Immediate Action' ('SAS'-commando) verschenen in Nederland bij uitgeverij Unieboek, Houten