Advies tot hertelling in Bosnië meteen verworpen

SARAJEVO, 28 SEPT. De organisatie die de verkiezingen in Bosnië heeft georganiseerd, heeft gisteren een advies van haar eigen beroepscommissie tot een hertelling van alle stemmen in de verkiezingen, van de hand gewezen.

Het provisionele Verkiezingscomité (PEC) van de Europese Veiligheidsorganisatie OVSE meldde in een in Sarajevo vrijgegeven verklaring dat een hertelling “niet praktisch is en evenmin een noodzakelijk antwoord vormt op de gemelde zorgen”.

De subcommissie voor Hoger Beroep bij de Verkiezingen in Bosnië (EASC) kwam met haar advies nadat de Bosnische Partij van Democratische Actie (SDA) en de non-gouvernementele Internationale Crisisgroep (ICG) een officiële klacht hadden ingediend over onregelmatigheden in de resultaten. Volgens de huidige cijfers heeft 2,4 miljoen Bosniërs gestemd. Als wordt uitgegaan van een electoraat van 2,9 miljoen Bosniërs en daar het aantal vluchtelingen wordt afgetrokken dat niet heeft kunnen stemmen, was de opkomst volgens berekeningen van de ICG bijna 104 procent.

Het hoofd van de OVSE-missie in Bosnië, Robert Frowick, verklaarde gisteren dat de onregelmatigheden bij de telling hun oorsprong vinden in de afwezigheid van precieze gegevens over het bevolkingsaantal en het aantal stemgerechtigden in Bosnië. Frowick zei dat het op cijfers van de VN gebaseerde getal van 2,9 miljoen stemgerechtigden niet juist is.

Volgens hem moet worden uitgegaan van de census van 1991, toen 4,7 miljoen Bosniërs werden geteld van wie rond de 3,5 miljoen stemgerechtigd waren. Als het aantal slachtoffers tijdens de oorlog daarvan wordt afgetrokken, blijft een electoraat over van 3,2 miljoen, aldus Frowick. De opkomst van 2,4 miljoen kiezers zou procentueel dan minder hoog zijn. “Ik neem de volle verantwoordelijkheid voor de fout van de OVSE om de berekeningen aanvankelijk te baseren op het onderschatte aantal kiesgerechtigden”, zei Frowick in zijn verklaring.

Sir Terence Clark, de directeur van de ICG, zei gisteren echter dat ook als wordt uitgegaan van 3,2 miljoen stemgerechtigden de opkomst bij de verkiezingen in Bosnië ongeloofwaardig hoog zou zijn. Er is immers al vastgesteld dat 600.000 vluchtelingen niet hebben kunnen stemmen omdat ze zich niet hebben ingeschreven en wegens het gebrek aan bewegingsvrijheid in Bosnië. “We komen dan nog uit op een opkomst van 95 procent en dat kan niets anders betekenen dan dat er is gefraudeerd met stembiljetten”, aldus Clark.

Ed van Thijn, hoofd van de waarnemersmissie van de OVSE, zei deze week dat hij geen reden heeft aan te nemen dat op de verkiezingsdag met cijfers is geknoeid. “De verkiezingen zijn technisch goed verlopen”, aldus Van Thijn. De onregelmatigheden waren volgens hem te wijten aan het feit dat de telling te haastig is uitgevoerd.

Clark: “Van Thijn heeft gelijk als hij zegt dat op basis van wat de waarnemers hebben gezien, er geen sprake is geweest van fraude. Maar wat te denken van wat de waarnemers niet hebben kunnen zien?” Clark meende dat de ruim 1.000 waarnemers van Van Thijn op verkiezingsdag op 14 september onvoldoende in aantal waren om de meer dan 4.000 stembureaus in Bosnië te controleren.

Volgens Clark zou opnieuw moeten worden geteld en, als dan het aantal getelde stemmen niet aanmerkelijk lager uitvalt, de uitslag ongeldig moeten worden verklaard. De verkiezingen zouden dan opnieuw moeten worden gehouden. De ICG, die toeziet op de tenuitvoerlegging van het Dayton-akkoord, heeft steeds verklaard dat de voorwaarden voor vrije en eerlijke verkiezingen in Bosnië niet bestaan en dat het te vroeg is om de verkiezingen te houden.