Zingende stranden; David Toop over moderne muziek

Walvisgezang en andere natuurgeluiden komen steeds vaker voor in moderne muziek. De Britse muzikant en auteur David Toop probeert in zijn boek Ocean of Sound al de nieuwe, moeilijk grijpbare muziekstromingen, zoals new-age muziek, ambient music, avant-garde jazz en house in perspectief te plaatsen. Volgens Toop begon het bij Debussy.

David Toop: Ocean Of Sound - Aether Talk, Ambient Sound and Imaginary Worlds. Uitg. Serpent's Tail, imp. Nilsson & Lamm, ƒ 35,60. Cd's: Ocean Of Sound, Virgin AMBT10, ƒ 52,90 en Crooning On Venus, Virgin AMBT13, ƒ 54,90.

De Engelse muzikant Brian Eno probeerde eens, bij wijze van experiment, een willekeurig, drieëneenhalve minuut durend deel van een opname van Londense straatgeluiden uit zijn hoofd te leren. Hij zette het op een apart bandje, luisterde er tientallen keren naar, en leerde het alsof het een stuk muziek was: een auto die optrok, geblaf van een hond, een opfladderende duif. Uiteindelijk kende hij het uit zijn hoofd. “Volkomen willekeurige geluiden, zonder enig verband, krijgen, als je er maar vaak genoeg naar luistert, een onderlinge samenhang”, was zijn conclusie. “Ik kon me zelfs voorstellen dat iemand het zo geconstrueerd had: 'Dàt stukje laat hij volgen door dát geluid, en daar start hij een patroon tegelijk met dat andere geluid. Briljant!' Sinds ik dat gedaan heb, kan ik op een heel andere manier naar dingen luisteren. Het is alsof je jezelf de rol van kunstwaarnemer geeft, je beslist gewoon dat je dat op dat moment bent.”

De opvattingen over wat wel en wat niet muziek is zijn de afgelopen honderd jaar sterk veranderd, betoogt de Engelse muzikant/schrijver David Toop, die regelmatig publiceert in Engelse bladen als The Face, The Wire en Mixmag, in zijn boek Ocean Of Sound. Eno's experiment toont aan dat ook omgevingsgeluiden als muziek beschouwd kunnen worden; Eno is de grote initiator geweest van 'omgevingsmuziek', ambient - de afgelopen jaren een erg succesvolle muziekstroming.

De vastomlijnde structuur van de symfonieën of de volksliedjes van de vorige eeuw is in het westen geleidelijk losgelaten. Niet alleen in het betrekkelijk kleine gebied van avant garde-muziek. Toen het zingen van walvissen in de jaren zeventig op plaat werd gezet, werden er honderdduizenden van verkocht; tegenwoordig is geen new age-winkel compleet zonder walvis-cd's, terwijl de dieren ook opduiken in jungle-muziek, de opgefokte grote-stadsdansmuziek uit Londen.

Toop behandelt in zijn boek alle mogelijke manieren waarop wij met geluiden en muziek omgaan. De vreemde geluiden die in de natuur te vinden zijn (zingende stranden), de vreemde geluiden die componisten bedenken of creëren met hulp van elektronica, de vreemde geluiden die wij elke dag horen als we door de stad lopen. Toops boek is ambitieus: in plaats van een simpel, duidelijk onderwerp als een muziekstroming of een artiest heeft hij een boek geschreven over minder grijpbare ontwikkelingen - de 'erosie van categorieën', het 'opener' worden van muziek. Bovendien heeft Toop niet voor een simpele opbouw gekozen: hij doet naar eigen zeggen verslag van een 'nomadische zwerftocht', wat betekent dat hij van de hak op de tak springt, van Miles Davis naar Jimi Hendrix, van Amsterdam naar Tokio, van Düsseldorf naar Atlanta. Het is daardoor soms moeilijk vat te krijgen op het boek: je moet vaak terugbladeren en stukken nog eens overlezen om te begrijpen waar het precies over gaat. Daar staat tegenover dat Ocean Of Sound erg opwindend is om te lezen, omdat het bol staat van originele gedachten, bizarre wetenswaardigheden en prikkelende theorieën. De grootste verdienste van het boek is dat het zeer uiteenlopende muziekstromingen bijeenbrengt in een persoonlijke visie, die soms warrig en zweverig is, maar uiteindelijk belangwekkend.

De muzikale twintigste eeuw begint wat Toop betreft in 1889, als Claude Debussy op de Parijse Tentoonstelling kennismaakt met Javaanse muziek. Debussy stond open voor muziek die zich niet aan (Westerse) regels en conventies hield; zelf speelde hij in 1883 op piano een impressie van koetsen op straat, waarbij hij allerlei ongebruikelijke akkoorden speelde. Zijn kennismaking met Javaanse gamelanmuziek - dromerige klanken die de afgeronde structuur van westerse klassieke muziek ontberen, muziek die door Leonard Huizinga vergeleken werd met 'maanlicht dat over de velden stroomt' - functioneerde als katalysator. Debussy wilde muziek maken die vrij was van motieven, of eigenlijk uit één continu, ononderbroken motief bestond - zoals te horen is in zijn Prélude À L'Après-midi D'un Faune. Na Debussy is volgens Toop muziek ontstaan die 'etherisch' is, vloeiend en ongrijpbaar.

Het luisteren naar muziek heeft ook drastische veranderingen ondergaan. Met de ogen dicht genieten is nog slechts één van de functies: muziek kan 'geluidsbehang' zijn, louter bestemd als achtergrondmuziek, een kalmerende invloed hebben, een extra stimulans zijn bij het nemen van drugs, een manipulatief middel voor filmmakers. Sommige klanken zijn uitermate geschikt om in op te gaan - 'zweven' of 'baden' in geluid - zonder dat ze een emotioneel beroep op je doen.

Veel muziek van nu is even vreemd en desoriënterend als fascinerend. Toops boek geeft inzicht in muziek die voor buitenstaanders moeilijk te doorgronden is, zoals de ambient van Brian Eno en navolgers als Aphex Twin en Mixmaster Morris, de excentrieke space-jazz van Sun Ra, de dubreggae van Lee Perry en King Tubby, de avant-garde-composities van Karlheinz Stockhausen, La Monte Young en Terry Riley en de dansbare computerklanken van Kraftwerk.

Het aardige is dat Toop twee dubbel-cd's heeft samengesteld waarop de muziek te horen is waarover hij schrijft: Ocean Of Sound en Crooning On Venus. De eerste bestaat voornamelijk uit instrumentale stukken, van onder meer King Tubby, Debussy, Herbie Hancock, Aphex Twin, My Bloody Valentine, Erik Satie en Miles Davis. Crooning On Venus is gevuld met gezongen stukken, van bijvoorbeeld Chet Baker, Royal Trux, Yma Sumac, Beach Boys, Massive Attack, David Sylvian, Dr. John en Primal Scream. Het luisteren naar de cd's is een even duizelingwekkende ervaring als het lezen van het boek.

    • Sietse Meijer