Wis het woord uit; William S. Burroughs als beeldend kunstenaar

Voor William S. Burroughs was de beeldende kunst een antidotum tegen de taal. Met zijn schilderijen en collages probeerde hij het denken in woorden tegen te gaan. In Los Angeles is voor het eerst een overzicht van Burroughs' beeldende werk te zien. “Overal zijn de krachten zichtbaar van het verval, van de dood, van goden, geesten en buitenaardse wezens.”

Ports of Entry: William S. Burroughs and the Arts. Los Angeles County Museum of Art (LACMA). T/m 6 okt. Website: http://www.lacma.org/. Catalogus, (samenst. Robert A. Sobieszek) 192 blz, prijs ƒ 52,40.

Het Los Angeles County Museum of Art (LACMA) heeft het als eerste museum aangedurfd een retrospectief te wijden aan William S. Burroughs (82) als beeldend kunstenaar. Curator Robert A. Sobieszek is vier jaar lang bezig geweest om de interessantste werken van Burroughs bijeen te brengen. Het resultaat is een verbluffende expositie die inzicht geeft in de hallucinerende wereld van één van Amerika's meest originele geesten.

Toen de expositie geopend werd, op 16 juli, ontstond er, zoals gebruikelijk bij Burroughs, een hoop heibel. Terwijl de inmiddels 82-jarige schrijver/kunstenaar vanaf een filmscherm met zijn karakteristieke nasale, droge, krakende stem het Amerikaanse volk bedankte voor (onder anderen) 'schiet-een-flikker-neer-voor-Christus-stickers-en-de-oorlog-tegen-drugs ' deelden in het gebouw mensen van de Patriot Action League pamfletten uit waarop stond: 'Sinners Repent!' De actievoerders werden door een ordedienst het gebouw uitgewerkt en gaven later een verklaring uit waarin geëist werd dat het museum zich distantieerde van Burroughs' 'homoseksuele propaganda' en dat de 'levensgevaarlijke en verslavende Droomachine', een kaleidoscopisch apparaat met een roterende lichtbron waardoor droombeelden opgewekt zouden kunnen worden, van de tentoonstelling werd verwijderd.

De directie heeft de eisen van de Liga niet ingewilligd, maar bij de ingang van de expositieruimte is wel een waarschuwend bordje opgehangen dat meldt dat de teksten en beelden van de tentoonstelling niet geschikt zijn voor kinderen.

De expositie begint met de vroege werken van Burroughs, gemaakt naar aanleiding van zijn verblijf in Zuid-Amerika, Europa en Noord-Afrika. Het grootste gedeelte is onderdeel van een ambitieus project dat Burroughs en de Canadese kunstenaar Brion Gysin in 1963 begonnen, en waarnaar ze zelf verwezen als The Third Mind. Burroughs en Gysin, die in de jaren zestig in het Beat Hotel in de Rue Gît-le-Coeur in Parijs verbleven, hebben negen jaar lang aan het project gewerkt. Het totale aantal kunstwerken dat ervoor bestemd was, is nog altijd onbekend. Het LACMA heeft in ieder geval meer dan zeventig kunstwerken en ongeveer honderd originele teksten kunnen achterhalen.

The Third Mind bestaat uit acht plakboeken met cut-ups, samengesteld uit delen van agenda's, landkaarten, schets- en notitieboeken gevuld met getypte teksten, fragmenten van krantenartikelen (vooral verslagen van natuurrampen) en krantenkoppen, tekeningen, columns uit Time en Newsweek, strips, foto's van Burroughs zelf (vooral kiekjes uit zijn periode in Marokko) en advertenties. Met de plakboeken beoogde Burroughs 'het denken in associatieblokken in plaats van in woorden te bevorderen'. Het materiaal dat de schrijver gebruikte was volgens hemzelf 'vergelijkbaar met dat van dromen'.

Munitie

De Franse kunstcriticus Gerard-Georges Lemaire schreef in het voorwoord van de zeer beperkte en onvolmaakte zwart-wit uitgave die er van The Third Mind is gekomen (Viking 1977), dat de collectie 'een strategisch wapen beoogt te zijn tegen semiotische aanvallen'. Wat Lemaire hiermee wilde zeggen is waarschijnlijk dat Burroughs ons met deze plakboeken dwingt om met een nieuwe blik naar de berichten en beelden te kijken die ons dagelijks overspoelen. De plakboeken zijn als het ware een vorm van munitie, een ontvlambaar kruit dat Burroughs gebruikte in zijn stijd tegen 'the word and image mob'. Niet voor niets hadden Burroughs en Gysin hun projekt ook voorzien van de ondertitel: A Guerilla Manual.

Een van de werken in het guerillahandboek is Rub out the word, een schilderij waarop een steeds vager wordende tekst het beeldvlak vormt. 'Wis uit het woord' is ook een devies van Burroughs, die de beeldende kunst ontdekte als antidotum tegen het 'virus' van de taal. Al in 1963 beschreef hij in het essay 'The Photo Collage', hoe collages volgens hem de mogelijkheid boden om 'reizen te maken door ruimte en tijd en het oude verbale huisvuil achter te laten: godspraat, landspraat, moederpraat, liefdespraat en partypraat. (-) Je moet leren om alleen te leven in stilte.'

Ergens in The Third Mind schrijft Burroughs dat 'schilderen en schrijven ooit, in het verleden, één en dezelfde handeling waren'. De holenmens, zo meent hij, schilderde vooral wat hij wilde laten gebeuren. Het maken van symbolische afbeeldingen was van oorsprong dus een vorm van evocatieve magie. Burroughs heeft getracht zijn eigen kunst in die termen te blijven zien. Een kunstenaar is een magiër die 'zijn antenne gericht houdt op kosmische lengtegolven' en die met zijn eigen verbeeldingskracht het bewustzijn van anderen verruimt. 'Kunstenaars dromen voor de mensen die geen eigen dromen hebben om zich in leven mee te houden', aldus de schrijver-kunstenaar.

De visie van Burroughs zoals die uit zijn literaire en artistieke werk blijkt, is animistisch, duister en apocalyptisch. Overal zijn de krachten zichtbaar van het verval, van de dood, van goden, geesten en buitenaardse wezens die Burroughs' persoonlijke, hallucinogene pantheon bevolken. Allereerst zijn er de werken van hout en multiplex die door Burroughs zijn doorzeefd met kogels uit zijn dubbelloops Rossi-jachtgeweer tijdens schietsessies op zijn terrein in Kansas. In de patronen die de kogelgaten in het hout hebben gemaakt, meende Burroughs hele visioenen te kunnen ontwaren; legers die hun einde tegemoet marcheren, schreeuwende geesten, oeroude vosapen. Wat Burroughs in deze schietschilderijen fascineert, is het toeval dat het uiteindelijke resultaat bepaalt. De felle kleurexplosies op veel van deze ruwe, machoïde werken zijn veroorzaakt door kogels die Burroughs op spuitbussen en verfpotten heeft afgevuurd. De werken dragen titels als Escape from Centipede Troughs, The Curse of Bast en The Red Death en lijken soms, al is het nooit expliciet, te verwijzen naar de tragische gebeurtenis in 1951, toen Burroughs tijdens een drinkgelag in Mexico City per ongeluk zijn vrouw doodschoot. Humor ontbreekt in deze werken niet. Eén schilderij heet Sore Shoulder en een doek met de contouren van een agent heet Shot Sherriff.

Crazy Man

Na de dood van Brion Gysin, in 1986, begon Burroughs voor het eerst op doek te schilderen. Dat resulteerde in een serie onrustbarende, manisch-expressionistische schilderijen, met namen als The Door in the Mountain Side through Which the Piper Led the Children of Hamelin en Alien Penetration. In zijn essay 'The Creative Observer' (1992) schreef Burroughs: 'Ik wil dat mijn schilderijen letterlijk van het vervloekte doek aflopen om een wezen te worden. Een gevaarlijk wezen. Mijn schilderijen moeten direct tot de kijker kunnen spreken.' Een voorbeeld van zo'n wezen op de tentoonstelling is 'Crazy Man', een uit karton gesneden ruimtewezen met een gat op de plek waar bij mensen het hart te vinden is. Het wezen lijkt ieder moment uit zijn glazen museumvitrine de ruimte in te kunnen verdwijnen.

Omdat Burroughs, net als de Franse schrijver Jean Cocteau, op het gebied van de beeldende kunst een dilettant is die zich niet lijkt af te vragen of iets al eerder door iemand is geprobeerd, hebben de meeste werken tegelijkertijd iets fris en iets ouderwets. Een groot gedeelte van de expositie wordt gekenmerkt door een oud-avantgardistische zucht naar ontregeling en experiment, terwijl de bewuste genrevermenging en contextverandering van de cut-ups weer erg postmodern aandoet. De invloed van Gysin blijft sterk voelbaar. Burroughs beoogt net als hij de kijker steeds binnen te trekken in zijn wereld van fantasmen via een bepaalde ingang, een 'port of entry'. Soms moet je dat letterlijk nemen en gaat het om door Burroughs beschilderde, beplakte of beschoten deuren.

William Burroughs oefent al lange tijd een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit op diegenen die een voorliefde koesteren voor het buitenissige, op mensen die geloven in grote samenzweringen en in onzichtbare krachten. Sinds de jaren zestig hebben al minstens drie generaties in Burroughs een orakelende meester gevonden; de hippies die de beat-poets op handen droegen, de deelnemers aan de linkse tegenculturen van de jaren zeventig en tachtig, en nu de jongste generatie van de cyber- en technocultuur. De stem van Burroughs heb ik onlangs nog gehoord op een houseparty in Paradiso in Amsterdam (verwerkt in samples van de Engelse technoproducer Scanner), en zijn beeltenis spreekt transcontinentaal via Internet- of videoverbindingen die tijdens exposities, lezingen of congressen vaak live tot stand gebracht worden.

Gelukkig is ook in het LACMA Burroughs ruimschoots aanwezig als intermediaire geestverschijning. Zijn nasale, droge, krakende stem en zijn bitterzwarte humor zijn te beluisteren op een audio-sampler die banden afspeelt met geluidsexperimenten en opnames van de 'grandpa from Hell', zoals de bejaarde Burroughs zichzelf spottend noemt. Wie op een zwart knopje in de muur drukt hoort onder andere de tekst Words of Advice for Young People (met een disco mix door Pete Arden) en fragmenten uit The Do Rights: 'Ze vragen me wat de Amerikaanse vlag voor mij betekent. Ik zeg dan: drenk het kreng in heroïne, en ik zal eraan zuigen.' Daarnaast worden er korte films vertoond gebaseerd op scenario's en teksten van Burroughs: het experimentele Towers open fire uit 1963 en het hilarische, als een videoclip gestyleerde Thanksgiving prayer uit 1990 (regie: Gus van Sant, bekend van Drugstore Cowboy). Het 'gebed' is één grote, sarcastische aanklacht tegen de Amerikaanse Droom, met op de achtergrond heroïsche en bombastische marsmuziek. Andere films zijn het apocalyptische Ah Pook is here ('Death needs time like a junky needs junk') en het documentaire-achtige Pantropon Rose uit 1995. In deze laatste film is te zien is hoe een stokoude Burroughs in Kansas met oorbeschermers een vuurwapen leegschiet.

Delirium

Van de vele kunstenaars en artiesten die zich door Burroughs hebben laten inspireren of die met hem hebben samengewerkt, is werk op de tentoonstelling te zien, onder anderen van Philip Taaffe, Jean-Michel Basquiat, Robert Wilson, Laurie Anderson en Robert Rauschenberg. Vooral de portfolio van Keith Haring (Apocalyps, 1988) is huiveringwekkend mooi. Haring werkte samen met Burroughs aan tien levensgrote lithografische platen die een delirium uitbeelden van spermatozoïden met hoorntjes, bloedspuitende fallussen, copulerende monsters en een door de televisie uitgebraakte nucleaire holocaust. Haring was idolaat van Burroughs, en zijn heldergekleurde stifttekeningen werken extra goed in contrast met de donkere, Jeroen Bosch-achtige visioenen van Burroughs.

Het huis van Burroughs in Kansas is het laatste decennium een waar bedevaartsoord geworden voor de Amerikaanse linkse artistieke gemeenschap. Dat de 'hedendaagse Dante', zoals drugs-goeroe Timothy Leary zijn vriend Burroughs noemde, er in geschrifte de laatste tijd het zwijgen toe doet, lijkt de bezoekers niet te deren in hun pogingen een woord of een glimp op te vangen van deze laat-twintigste eeuwse mannelijke Pythia die meestentijds in de kelder van zijn woning leeft, omringd door katten. In 1993 reisde de leadzanger van Nirvana, Kurt Cobain, in navolging van Tom Waits, Hal Warner en de groepen Ministry en Material, nog naar Lawrence voor opnames van het album The 'Priest' They Called Him, waarop te horen is hoe Burroughs voorleest en Cobain gitaar speelt.

Cobain raakte in Lawrence bevangen door de door Brion Gysin en Burroughs ontwikkelde 'Dreamachine', het kaleidoscopische apparaat waarvoor de Patriottische Actie Liga bij de opening van de expositie zo bevreesd was. PAL meent dat de machine verantwoordelijk is voor de dood van Kurt Cobain omdat in de buurt van het lijk van de zanger (die in 1994 zelfmoord pleegde) zo'n apparaat is aangetroffen. William Burroughs zou, door het gebruik ervan te promoten, bloed aan zijn handen hebben.

'Thanks for a country where nobody is allowed to mind his own business', één van de regels uit Thanksgiving Prayer, zou kunnen dienen als een sarcastisch commentaar op de aantijgingen van de Amerikaanse patriotten. Toch is het misschien niet helemaal onjuist om Burroughs te zien als een magiër van het zwart, een priester van de krachten der vernietiging. Het woord moet worden uitgewist, de liefde moet sterven, de schilderijen moeten beschoten. De waarschuwing bij de ingang van het museum is terecht: William S. Burroughs schildert met de wapens van de dood.