Vuilniszakken met dollars in kantoor Nusse

De voormalige beurshandelaren Nusse en Brink staan vandaag voor de strafrechter. Het politiedossier versterkt geeft een indruk van een “gouden witwas-constructie”.

AMSTERDAM, 27 SEPT. In het statige pand van het inmiddels failliete effectenhuis Nusse Brink Commissionairs (NBC) aan de Herengracht in Amsterdam kreeg het personeel ergens in 1992 een onalledaags karweitje te doen. “Een vreemd voorval was dat plotseling een aantal vuilniszakken aanwezig was, welke gevuld waren met Amerikaanse en Engelse valuta. Wij, het personeel van NBC, moesten dit geld tellen. Ik dacht dat het toen omgerekend ging om een bedrag van tussen de 1 en 1,5 miljoen gulden”, vertelde de voormalige medewerker F. de Vries in 1994 aan de politie.

De zakken met geld duiken op in de politieverhoren met verschillende medewerkers van Nusse Brink, variërend van plunjezakken tot vuilniszakken en van Canadese en Amerikaanse dollars tot Engelse ponden. Het is een van de aanwijzingen dat het openbaar ministerie en de Economische Controle Dienst (ECD) intensief hebben gezocht naar sporen van het 'witten' van criminele gelden bij NBC - hoewel het nooit formeel deel uitmaakte van het justitieel onderzoek. Contant geld geldt als het alpha en omega van het witwassen.

In de strafzaak tegen de NBC-directeuren Robert Nusse en Eric Brink, die vandaag wordt voorgezet, komt het witwassen echter niet ter sprake. De voormalige beurshandelaren staan alleen terecht voor de verduistering van een obligatie van een cliënt en het onttrekken van waardepapieren aan de failliete boedel. De officier van justitie, L. Plas, zou vanmiddag toelichten waarom hij het element 'schuldheling', het juridische begrip waaronder witwassen valt, uiteindelijk niet heeft opgenomen in de dagvaarding. Volgens ingewijden hebben vooral de complexiteit van de zaak en interne strubbelingen bij Justitie daarbij een rol gespeeld.

Nusse Brink Commissionairs (NBC) ging in augustus 1993 failliet na grootscheepse en riskante speculaties op dalingen van de aandelenkoersen. De ondergang van NBC is de meest geruchtmakende affaire op de Amsterdamse effectenbeurs in de laatste dertig jaar. Naast de strafzaak spelen er ook al jaren civiele procedures, terwijl nieuwe in de maak zijn. De minister van Financiën heeft onlangs een nieuw onderzoek gelast naar het beurstoezicht. De beurs zelf schorste de NBC-directeuren voor het leven, de zwaarste straf die ooit is uitgedeeld aan beurshandelaren.

Nusse Brink versterkte bovenal de vrees van financiële deskundigen dat zwart geld via de beurs de legale economie kan worden ingesluisd. Het controlebureau van de beurs vond onder de klanten een Volendamse hasjhandelaar en M.V., “een cliënt met een criminele achtergrond” die later dood werd aangetroffen in een uitgebrande auto. Deze cliënten brachten contant geld op het kantoor van NBC, de eerste stap in het witwassen van de illegaal verworven gelden.

Kort na het failissement van NBC in augustus 1993 trof het controlebureau van de beurs in de administratie van het kantoor behalve de namen van criminele cliënten ook andere zaken aan die zeer sterk wezen in de richting van witwassen. Er was sprake van een van een op Jersey gevestigde brievenbusmaatschappij Seacat, van opgespaarde effectennota's en van contante kasstortingen door directeur Nusse bij de Kas-Associatie (Kas-Ass), de bank van de beurs.

Pag.16: 'Een gouden constructie'

De kern van de vermoedelijke witwasserij, al eerder in deze krant beschreven (zie illustratie), werd gevormd door het toedelen van transactie-winsten aan enkele cliënten. Deze criminele cliënten konden zo een legale winst tonen met behulp van nota's en betaalden hiervoor met contant geld.

De verliesgevende transacties kwamen op de 'vuilnisvatrekening' van de brievenbusmaatschappij Seacat bij de Kas-Ass, die aangezuiverd moest worden met contante geldstortingen bij de Kas-Ass. Doordat dit 'zwarte geld' ongehinderd op een rekening kon komen, kon het vanaf dat moment met nieuwe transacties worden 'verwerkt'.

De brievenbusmaatschappij Seacat vormde de spin in het web, maar tot dusver was er niet veel meer bekend dan dat deze is gevestigd op het Kanaaleiland Jersey, ten burele van het accountantskantoor Ernst & Young.

Dergelijke off shore-maatschappijen worden veel gebruikt voor belastingontduikers of criminelen, omdat de aandeelhouders anoniem kunnen blijven. Uit naspeuringen van Justitie op onder meer Jersey en verklaringen van Nusse blijkt nu dat Seacat een beleggingmaatschappij was, waarin Nusse zelf directeur was.

Seacat bestond al voordat Nusse in 1991 met Brink het commissionairshuis opzette. Nusse had de maatschappij in 1984 laten oprichten door een bevriende boekhouder met “de bedoeling om voor cliënten van mij geld te beleggen in het buitenland” zoals hijzelf verklaart. Sindsdien nam hij zijn maatschappij mee naar nieuwe werkgevers, zoals de effectenkantoren De Haan in 1986 en Keijser & Co in 1989, en uiteindelijk NBC. “Nusse heeft Seacat als klant ingebracht en ook weer meegenomen bij zijn vertrek, tesamen met andere klanten in zijn portefeuille”, verklaart eigenaar-directeur De Haan.

De beleggers in Seacat hadden de gewoonte hun inleg niet giraal over te boeken. “Dit geld werd contant op kantoor gebracht en vervolgens naar de Kas-Ass gebracht. Het is normaal dat cliënten contant geld brengen om te beleggen”, vertelt Nusse.

Onder de klanten van Seacat bevonden zich volgens Nusse de Rotterdamse supermarkteigenaar Den Toom, de voormalige eigenaar van de Vleeschmeesters, De Kroes, de miljonair De Koster en Bronkhorst, een medewerker van de Ryad Bank.

“Ik had wat geld dat ik in het buitenland had verdiend op een aparte rekening staan en ik wilde dat anoniem beleggen. (...) Op 16 januari 1991 had ik een bespreking met Rob Nusse op zijn kantoor. Van tevoren was afgesproken dat ik ƒ 125.000 in coupures van ƒ 1000 zou meebrengen. Tijdens die bespreking heb ik dat geld aan Rob Nusse overhandigd”, vertelt Bronkhorst. Als niet-inwoner was Bronkhorst overigens in Nederland niet belastingplichtig. “Uit dit stapeltje nota's op naam van Seacat kunt u afleiden dat door mij vanaf 16 januari 1991 beleggingen zijn gedaan.”

Normaalgesproken kunnen klanten van een niet-bancaire beurshandelaar zoals NBC alleen transancties verrichten via een eigen rekening bij de Kas-Ass. Om klanten toch anoniem te kunnen laten handelen via Seacat, had Nusse een ingenieuze constructie verzonnen. Nusse verrichtte effectentransacties namens Seacat, dat als klant een rekening aanhield bij de Kas-Ass. Pas later gaf Nusse aan welk percentage elke belegger kreeg van de transacties op naam van Seacat. “Als ik met een bepaald voorstel instemde kreeg ik vervolgens een fotokopie van een aan Seacat geadresseerde nota waarop met de hand M. Bronkhorst geschreven was en veelal was ook aangegeven hoeveel stuks mij toekwamen”, legt Bronkhorst uit.

Bronkhorst geeft als voorbeeld een nota van vier november 1991, waaruit blijkt dat Seacat 3.000 aandelen Management Share heeft gekocht: “Rechts op de copie staat met de hand '1.000 M. Bronkhorst'. Daarmee wordt bedoeld dat van die 3.000 aandelen er 1.000 van mij waren. Uit de nota's blijkt dat soms 1/3, soms 1/6 of soms het geheel van de door Seacat gedane transacties aan mij zijn toebedeeld.”

De Seacat-transacties hebben de beleggers die de anonimiteit zochten voornamelijk windeieren gelegd. Nusse Brink boekte naar believen verliesgevende transacties op de rekening van Seacat en naarmate de koersen verder stegen liepen de verliezen verder op als gevolg van de speculaties op koersdalingen.

Bij het faillissement van Nusse Brink vertoonde Seacat een niet invorderbaar verlies van zes miljoen gulden. Bronkhorst verloor uiteindelijk ongeveer 90.000 gulden. Ook de erven van de criminele cliënt V. claimen nog een door de curator betwist bedrag van 1,7 miljoen gulden bij de boedel van Nusse Brink. Nusse zelf zegt “dat ik V. heb belazerd voor circa 700.000 tot 900.000 gulden”.

Onderzoeker dr. A. Hoogenboom van de Stichting Maatschappij en Politie (SMP) heeft het strafrechtelijk onderzoek bekeken en gesprekken gevoerd met de opsporingsautoriteiten. “Een gouden witwasconstructie via de effectenbeurs”, noemt een ECD-rechercheur de Nusse Brink-constructie in het dit voorjaar al verschenen rapport. Hoogenboom constateerde onder meer een slechte samenwerking tussen het politieteam dat de moord op V. onderzocht en het team dat onderzoek deed naar Nusse Brink.

Voor het Openbaar Ministerie waren mede als gevolg van het moeizame onderzoek de bevindingen uiteindelijk onvoldoende om Nusse te vervolgen voor schuldheling. Een rechtzaak had meer helderheid kunnen verschaffen over de transacties bij Nusse Brink en had waarschijnlijk veel interessant materiaal opgeleverd over andere effectenhuizen.

De ECD-rechercheur zegt in het SMP-rapport nog twee andere gevallen van witwassen te zijn tegengekomen op de aandelenbeurs en bovendien nog een op de optiebeurs. Ook de voormalige Nusse Brink-medewerker H. van der Tier laat zich iets dergelijks ontvallen tijdens een verhoor. De rechercheur noteert: “Volgens Van der Tier wordt zeer waarschijnlijk ook geld witgewassen via andere commissionairs”. Hij noemt hierbij de naam van van een effectenkantoor waar Nusse ooit heeft gewerkt.