Verhalen van Maxim Biller over wraak; Weg met de schijnvrede

Maxim Biller: Land van vaders en verraders. Uit het Duits vertaald door Paul van Westing. Meulenhoff, 332 blz. ƒ 45,-

Het is niet zozeer de holocaust zelf waarover Maxim Biller zich het hoofd breekt. De 35-jarige zoon van twee joodse ouders schrijft vooral over dat wat er na de genocide gebeurde met de overlevenden en hun nageslacht. De zonen in Billers verhalenbundel Land van vaders en verraders reageren hun woede af op degenen die per ongeluk bleven leven. Verbitterd bevechten deze zonen hun eigen vaders (de moeders doen er kennelijk niet toe), ja, ze bijten zich in hen vast alsof het om zware criminelen gaat die nu eindelijk eens moeten worden bestraft. En inderdaad: sommige van die vaders hèbben misdaden gepleegd, uit lijfsbehoud en uit haat.

En toen het grote moorden voorbij was, bouwden zij een huis van leugens en halve waarheden om zich heen waar ook hun kinderen in moesten wonen. In Billers bundel hebben de kinderen het zo benauwd gekregen dat ze de muren van het huis proberen te rammen. Weg met de schijnveiligheid en de schijnvrede, vinden zij. Voordat de jongere generatie van haar vrijheid kan genieten, moeten eerst de illusies van de oudere uit de weg worden geruimd. Die illusies zijn snel gelokaliseerd, alleen: waar vind je de waarheid?

Billers waarheidszoekers deinzen er niet voor terug om verdachte figuren met veel verbaal geweld tot spreken te dwingen - maar woorden vormen slechts een verhaal en een verhaal is te zeer gebonden aan de persoonlijke belangen van de verteller om als deugdelijk bewijsmateriaal dienst te doen. Zoveel mensen, zoveel verhalen. Achter de waarheid komen de speurders van Maxim Biller dus niet, maar ze vangen wel een glimp op van het geheim dat de vaders zo zorgvuldig hebben verborgen.

In het openingsverhaal bijvoorbeeld heeft de zoon thuis altijd te horen gekregen dat het leven van zijn pa verwoest is door de schoft Milan Holub. Dat is binnen de familie Pollok de officiële interpretatie. Maar op een dag krijgt de zoon het verhaal van de schoft zelf te horen. Razend gecompliceerd en verwarrend wordt de schuldvraag daardoor opeens, want Milan Holub blijkt vader Pollok destijds te hebben verraden, omdat Pollok hem op zijn beurt verraden had. Toen de twee intieme vrienden, op een afgelegen boerderij in oorlogstijd, verliefd werden op hetzelfde meisje gingen zij elkaar naar het leven staan.

De zestien raamvertellingen van Maxim Biller hebben net zo'n ingewikkelde plot als thrillers en het verlangen naar een bevredigende ontknoping drijft zowel de hoofdpersonen als de lezer voort. Maar anders dan in een thriller veranderen alle onthullingen hier eigenlijk weinig: de jongeren blijven boos en de ouderen blijven hun leugenbastion verdedigen, alsof er niks gebeurd is. Zo gaat het ook met de mannen in het verhaal 'De perfecte roman'. De een heeft over de ander een boek geschreven waarin hij wordt ontmaskerd als een bedrieger die zijn kapo-verleden zorgvuldig zou hebben verdonkeremaand. Maar de beschuldigde jood, een beroemd schrijver en criticus, maakt fluks het boek van de andere jood onschadelijk door het de hemel in te prijzen.

Aangezien bijna alle personages in Billers boek schrijvers zijn, komt er behalve gepeins over de zin van het verhalenschrijven ook commentaar van Biller op Biller zelf tot ons. Maxim Biller dekt zich in tegen kritiek door via zijn schrijversfiguren alvast op te sommen wat er op zijn proza aan te merken valt. Deze zelfkritiek (ook over zijn eigendunk schept Biller op) maakt een nogal zelfvoldane indruk, temeer daar zij net als de rest geformuleerd is in genoeglijk golvende zinnen. Billers welluidende vertelkunst is intelligent en meeslepend maar zelden aangrijpend: daarvoor lijken zijn verhalen te zeer op bravourestukjes, op een trotse demonstratie van zijn eigen welbespraaktheid.

'Het geheim van mijn succes', mijmert de Ik in het slotverhaal, 'zal dan wel geweest zijn dat mijn eigen mensen er bij mij uiteindelijk veel slechter af kwamen dan de Duitsers.' Daarmee verwijst de auteur vooral naar zijn in 1990 gelanceerde debuutbundel Als ik toch eens rijk en dood was, een bundel die ook al over schuld ging en over joods-joods verraad, onder de nazi's en onder het naoorlogse communistische bewind in Oost-Europa. Deze neiging tot verraad is maar een van de vele door vervolging en onderdrukking toegebrachte psychische letsels die Biller signaleert.

De Duitse critici hadden geen oog voor de universele strekking van Billers boek. Zij vergeleken de daarin beschreven slechtheid van de joden angstvallig met die van de Duitsers. In zoverre klopt de door Biller geformuleerde analyse van zijn eigen succes denk ik wel, maar hij zwijgt over de fixatie van de Duitsers op de uitbranders die ook zij weleens van Biller kregen. Liefkozend noemden zij de van Praag naar München geëmigreerde jonge schrijver hun 'enfant terrible'. Men handelde zoals de criticus in 'De perfecte roman': zij die zich gekwetst voelden, trachtten hem dood te knuffelen. Maar anders dan de tragische held uit dat verhaal is Biller niet verstomd.

Integendeel, het bijna vuistdikke, inmiddels twee jaar geleden verschenen Land der Väter und Verräter barst zowat uit z'n jasje, zo groot was de mededelingsdrang van de auteur. Daarbij is Biller er als schrijver alleen maar op vooruitgegaan. Hij doet minder aan namedropping en koketteert niet meer zo hinderlijk met zijn afkeer van de Duitse culturele elite. De glamour is goeddeels verdwenen. En nu maar hopen dat Maxim Biller in zijn volgende boek ook de bravoure van zich af zal gooien, opdat zijn beslist niet geringe gevoeligheid wat meer ruimte krijgt.