Sanering van BKR-collectie in 1997 voltooid

AMSTERDAM, 27 SEPT. Het Stedelijk Museum in Amsterdam zal binnenkort opnieuw oud BKR-kunstenaars oproepen hun kunstwerk(en) te komen ophalen. Het museum beheert in een depot op de Oostelijke Eilanden in Amsterdam tienduizenden schilderijen, tekeningen, foto's, etsen en beeldhouwwerken die tussen 1948 en 1988 in het kader van de Beeldende Kunstenaars Regeling (BKR) werden gemaakt.

De sanering van die collectie is vorig jaar al begonnen en verloopt voorspoedig, aldus Hugo Bongers, hoofd algemene zaken van het Stedelijk Museum. Aanvankelijk bestond deze voorraad uit naar schatting 45 à 60.000 stukken. Veel werken zijn inmiddels teruggekeerd naar de makers. Andere zijn of worden verkocht aan de instellingen waar ze hangen.

Alle 650 ziekenhuizen, kantoren, scholen en andere instellingen die een dergelijk kunstwerk in huis hebben, kunnen dit voor tweehonderd gulden per stuk overnemen. Dit bedrag moet de administratiekosten dekken. Van de 15 à 20.000 roulerende werken zijn er nu tweeduizend verkocht, en dat acht Bongers boven verwachting.

In januari 1997 wil het Stedelijk zijn actie afronden. Hoe groot de BKR-verzameling dan zal zijn, is onvoorspelbaar. Bongers vermoedt dat er circa 10.000 stukken overblijven. De hoofdstedelijke VVD opperde vorig jaar dit restant te veilen of in het IJ te dumpen. Het Stedelijk vindt dat geen goed idee. Kunstwerken moeten niet worden vernietigd of op de markt worden gebracht, vindt het Stedelijk Museum. “Een eventuele veiling zou een negatief effect hebben op de kunstuitleen in Amsterdam”, zegt Bongers. “We zouden de markt bederven, terwijl de artotheken het al moeilijk genoeg hebben.” Samen met de Stichting Beeldende Kunst in Amsterdam zoekt het Stedelijk naar een roulatie-mogelijkheid. Over een à twee maanden zal het museum daarover een voorstel indienen bij cultuurwethouder Bakker.

Het Stedelijk Museum heeft zich de afgelopen jaren zo'n vijfhonderd tot duizend werken uit de BKR-voorraad van in totaal vierduizend kunstenaars toegeëigend. Ongeveer zestig procent van de makers is inmiddels opgespoord. Bijna iedereen was volgens Bongers blij het werk te kunnen ophalen. Een tot twee procent weigerde. Hoeveel werk inmiddels is teruggenomen kan Bongers niet precies zeggen. Hij vermoedt dat het gaat om ongeveer 15.000 kunstwerken. Een deel van de kunstenaars blijft onvindbaar. Ze zijn overleden, de erfgenamen zijn niet te traceren of ze wonen in het buitenland.