Samen in een kofferbak

Elmore Leonard: Out of Sight. Viking, 296 blz., ƒ 35,65

Het werk van de Elmore Leonard is de laatste jaren zo vaak geprezen en geïmiteerd, dat je bij ieder nieuw boek van hem onwillekeurig de neiging krijgt te beoordelen of Leonard nog steeds de beste misdaadschrijver van Amerika is. De ironische school waarvan hij zich de aartsvader mag noemen, is alomtegenwoordig, vooral door het succes van de films van Quentin Tarentino, die zich ruiterlijk schatplichtig aan Leonard heeft verklaard. Maar in handen van anderen wordt de stijl van Leonard pijnlijk vaak een toontje, de onderkoelde humor uitvergroot tot hysterische hilariteiten, de milde ironie over de streep van het cynisme getrokken. Er zijn tegenwoordig zoveel misdaadromans en films met onderwereldfiguren die keihard geweld combineren met een komische wezenloosheid, dat je je begint af te vragen of het werk van Leonard zelf wel tegen zijn navolgers bestand is.

Gelukkig wel. Out of Sight had alleen door Leonard zelf geschreven kunnen zijn. Hoe moeilijk het is uit te leggen waarom, blijkt uit de foto op het omslag van de Engelse editie: een mooi vrouwelijk fotomodel met veel sjiek gekapt haar in een Chanel-pakje met een hand op een heup en op haar andere een reusachtig geweer, omringd door de silhouetten van palmbomen. Die foto klopt tot in de details, hij moet Karen Sisco voorstellen, een knappe meid die ook nog eens U.S. Marshall is en de hoofdpersoon van Out of Sight, maar hij lijkt van geen kanten. Wat op de foto gewild leuk aandoet, een paar uitzinnige elementen die samen een personage moeten voorstellen, spreekt in het boek vanzelf. Hoe vreemd of absurd de mannen en vrouwen die Leonards boeken bevolken ook zijn, ze zijn altijd mensen, geen figuren.

Door stom toeval, altijd een belangrijke factor in Leonards verhalen, belandt Sisco midden in een uitbraakpoging van gevangenen. Ze wordt korstondig ontvoerd door Jack Foley, een bankrover die het niet kan laten en gezworen heeft zijn straf, opgelopen tot dertig jaar, niet uit te zitten. Ze belanden samen in de kofferbak van de vluchtwagen en hoewel Sisco Foley beroepshalve het liefst meteen zou arresteren en zonodig neerschieten, insinueert Leonard handig dat er onder andere omstandigheden iets moois tussen hen zou kunnen ontstaan.

Die suggestie van een onmogelijke romance moet de intrige van Out of Sight voortstuwen, want net als in Leonards laatste twee boeken, Pronto en Riding the Rap, hapert deze regelmatig en lijkt het of de oude schrijver - dit is zijn 33ste boek - zich liever met zijn personages bezighoudt dan met het verhaal. Halverwege verplaatst de handeling zich zonder veel noodzaak van Miami naar Detroit; de onstnapte Foley raakt betrokken bij een plan van een ex-gevangene om een witte-boorden crimineel een paar miljoen dollar lichter te maken, wat ouderwets uit de hand loopt. Foley belandt in het gezelschap van criminelen vergeleken waarbij hij een oppassend burger is. De finale, waarin iedereen elkaar met getrokken pistool naar het leven staat, eindigt met een staaltje van zuivere Leonardiaanse ironie - te leuk om na te vertellen.

De opbouw van Out of Sight mag weinig dwingend zijn, het meesterschap van Leonard laat zich zien in de afzonderlijke scènes. De onstnapping van Foley is subliem, net als de beschrijvingen van de sportschoolentourage van depsychopathische ex-boxer Maurice, die toen hij nog in de ring stond Mad Dog als bijnaam had, maar eenmaal in de gevangenis al snel Snoopy werd genoemd. En dan zijn er natuurlijk de dialogen: prachtig is die waarin Foley en zijn bajesvriend nagaan hoe je het beroven van banken geen sleur kunt laten worden. Wanneer de zus van die vriend een gewezen non blijkt te zijn, merkt een van de personages op: 'I always liked nuns. They're so clean. They never seem to sweat'.

Elmore Leonard is nog steeds onnavolgbaar.