Rory Block heeft het recht van de sterkste

Concerten: Vocalist/gitarist Boubacar Traoré en idem Rory Block en haar band. Gehoord: 26/9 Soeterijn en Melkweg, Amsterdam.

Rory Block verder: 27/9 Oosterpoort, Groningen, 28/9 Lantaarn, Hellendoorn.

De blues, ooit beschouwd als dé uitdrukking van dé ziel van zwart Amerika is de laatste halve eeuw flink uitgewaaierd. De in de jaren '50 in Chicago ontwikkelde elektrieke varianten van Muddy Waters, Howlin' Wolf en John Lee Hooker bijvoorbeeld oefenden grote invloed uit op de Engelse rockscene van begin jaren zestig. De Rolling Stones, John Mayall en Eric Clapton, ze dronken de blues als moedermelk. Ook minder grote namen als Bukka White, Son House en Sam Hopkins werden ontdekt en ook zij droegen bij aan een stroming die gekscherend 'bleus' werd genoemd, muziek van mensen die zich ondanks hun 'witheid' verbonden voelden met de 'zwarte roots'. Zo hadden wij eind jaren zestig Cuby & The Blizzards, Nederblues met een Drents accent.

Ook in Amerika werd de blues in zijn vele varianten steeds meer een blanke aangelegenheid. De zwarte gemeenschap associeerde de blues met 'cotton pickin' en andere onaangename vormen van manuele arbeid, en hield zich liever bezig met soul, funk en disco, genres die minder besmet leken met een 'verleden'. Het gat werd gevuld door blonde 'blueseuzes', die hun gebrek aan pigment ruimschoots wisten te compenseren met enthousiasme en talent. De vlam van Janis Joplin brandde kort, maar Bonnie Raitt en Rory Block, allebei geboren in '49, houden het al decennia vol.

De laatste, onlangs bevallen van de cd Tornado met daarop ten minste twee ijzersterke songs, 'Like a Shotgun' en het a capella gezongen 'The last Leviathan', demonstreerde gisteren in de Melkweg zeer nadrukkelijk het recht van de sterkste. In solo's van de bandleden is nauwelijks voorzien, de stukken duren zelden langer dan drie minuten. Onterecht is Blocks beslissing echter niet, want ze schittert het meest wanneer de band er helemaal het zwijgen toe doet.

Met name 'Mama's Blues' bevat alles wat een zangeres met gitaar tot een spannende act kan maken: onverwachte stilten, felle accenten en goed getimede uithalen omhoog en omlaag. Dat het stuk qua vorm niets te maken heeft met enigerlei blues kan daarom niemand iets schelen.

Ook de in Mali geboren en getogen vocalist Boubacar Traoré stoort zich niet aan de conventies van de 12- of 16-matige blues, zo bleek in het Soeterijn Theater. Zoals Block haar blues aanvult of vervangt door C&W-muziek, zo kruist deze vijftiger met de koosnaam 'kar kar' de blues met 'het' geluid van zijn eigen 'country'; soepel deinende heel 'ronde' muziek die geen blik werpt op de klok. Het resultaat is een nogal curieus mengsel omdat Traoré's bluesgevoel in de eerste plaats geïnspireerd lijkt door de aanpak van John Lee Hooker: haastig, hoekig en onrustig.

Blues van witte dames en Afrikaanse heren, en wie weet een onbekend talent in een Zwitsers bergdorp, er is in het huidige bluesklimaat maar één ding zeker: er is een blues voor elke bui.