President Clinton lijkt zich neutraal op te stellen

WASHINGTON, 27 SEPT. Met zijn oproep aan zowel Israel als de Palestijnen om een einde te maken aan het bloedvergieten, leek de Amerikaanse president Clinton zich gisteren neutraal op te stellen. Beide partijen moeten zich onthouden van “onnodige provocatieve acties', aldus de president. Gevraagd of Israel volgens hem de omstreden tunnel weer zou moeten sluiten zei hij, doelend op beide partijen: “Ik vind dat ze een einde moeten maken aan het geweld en dat ze deze kwesties met elkaar moeten bespreken.”

Met die schijnbaar neutrale opmerkingen drukte Clinton nog eens zijn overtuiging uit dat het vredesproces nieuw leven moet worden ingeblazen. Die boodschap mag hij voor beide partijen hebben uitgesproken, hij zal er in de eerste plaats de Israelische premier Netanyahu mee hebben willen bereiken. Want hoe Netanyahu zich in deze crisis opstelt, zo realiseren de Amerikanen zich, kan bepalend zijn voor het overleven van het vredesproces.

En aan voortgang van dat proces is Clinton veel gelegen. Zeker zes en halve week voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen ziet hij het belang van de historische handdruk tussen Arafat en Rabin in de tuin van het Witte Huis niet graag ondergraven door het oplaaien van heftige gewelddadigheden.

Clinton, die tijdens de campagne voor de Israelische verkiezingen geen geheim maakte van zijn voorkeur voor Shimon Peres, heeft zich toen Netanyahu won niet hard opgesteld ten opzichte van de nieuwe premier. De Amerikaanse regering leek er wel vrede mee te hebben dat er tot de presidentsverkiezingen weinig schot zou zitten in het vredesproces. Natuurlijk beleed Washington het geloof in de voortzetting van het proces, maar als alles rustig zou blijven tot de Amerikaanse verkiezingen leek ze niet van plan nieuwe initiatieven te ontplooien of desnoods enige druk uit te oefenen op onwillige deelnemers.

Of dat binnenskamers nu wel gebeurt om te elfder ure een nog grotere crisis af te wenden is nog niet goed te zeggen - al is wel duidelijk dat de Amerikanen een grote diplomatieke inspanning leveren om Palestijnen en Israeliërs weer met elkaar in gesprek te brengen. Ondertussen valt een iets kritischer toon ten opzichte van Israel te bespeuren in uitlatingen van sommige Amerikaanse regeringsfunctionarissen.

Volgens anonieme bronnen in het ministerie van Buitenlandse Zaken, geciteerd in de Amerikaanse pers, heeft Warren Christopher Netanyahu in een telefoongesprek gevraagd de tunnel weer te sluiten. De Israelische premier zou dat geen haalbare optie hebben gevonden, omdat geweld er door beloond zou worden. De woordvoerder van het Witte Huis, Mike McCurry, zei dat de twee partijen in het conflict geen nieuwe onderwerpen zouden moeten opwerpen. En de kwestie van de tunnel noemde hij “zeker een nieuw onderwerp”.

Clinton beschouwde de ontwikkeling van het vredesproces in het Midden-Oosten als een van de successen van zijn regering in de buitenlandse politiek. Amerikaanse kiezers heten niet geïnteresseerd te zijn in buitenlandse politiek, tenzij er een herkenbare invalshoek bij is. Maar Clinton wist in Haïti, Bosnie en het Midden-Oosten gevaarlijke en gewelddadige situaties te bevriezen, en daarmee zijn status als staatsman op te vijzelen. Maar het mag zo zijn dat men Amerikaanse verkiezingen niet wint met successen in de buitenlandse politiek, omgekeerd kunnen mislukkingen op dat gebied wel bijdragen aan een nederlaag - zoals de vorige Democratische president, Jimmy Carter, in de crisis met de Amerikaanse gijzelaars in Iran in de maanden voor de verkiezingen van 1980 ondervond. Bij het bezweren van de crisis en het vlot trekken van het vredesproces staat de reputatie van Clintons buitenlandse politiek op het spel.