Prentenboeken in alle soorten en maten; Een beer die zo graag berenvader wil worden

John A. Rowe: Gouden schoenen. De Vier Windstreken, ƒ 24,90

Daan Remmerts de Vries & Ted van Lieshout: Mijn tuin, mijn tuin. Querido, ƒ 27,50

Wolf Erlbruch: Het berenwonder. C. de Vries-Brouwers, ƒ 26,90 Eric Carle: Wolkje. Gottmer, ƒ 21,90

Met een mooie varkenssnuit alleen kom je er niet. Dat blijkt uit het dit seizoen verschenen prentenboek Gouden schoenen getekend en geschreven door John A. Rowe. De eerste bladzijde in het boek is een prachtig geschilderde ode aan de varkensneus. Twintig wroetschijven met neusgaten zien we, en allemaal hebben ze een eigen karakter. Gevoelige en nieuwsgierige varkensneuzen zijn er bij, vochtige, bleke en sommige neuzen steken als wit-roze spookjes met holle ogen af tegen de zwarte achtergrond waarop ze zijn geschilderd.

Maar meer dan een veelbelovend begin is het niet. Want hoe mooi Biggetje, zoals de hoofdfiguur van Gouden schoenen heet, ook geschilderd is, het verhaal sprankelt niet genoeg om de kunstig sfeervolle en surrealistische prenten tot leven te wekken. Ze houden iets geslotens.

Tekst en prent versterken elkaar wel in het boek Mijn tuin, mijn tuin, met platen van Daan Remmerts de Vries en tekst van Ted van Lieshout. Bij de eerste aanblik zijn de op behangpapier geplakte prenten chaotisch. Maar door het lezen van de tekst gaan het geschilderde en uitgeknipte ventje Piet en zijn kat Poezelien leven. Ze lopen samen door de bonte tuin (de behangflarden) en becommentariëren wat ze zien. Piet, een ver neefje van Charlie Brown met zijn bolle kop, knopneus en krul, ziet hele andere dingen dan Poezelien, een zwarte kat met een blauwe kop. Dat is een vondst, die blauwe kop, waarop ook bijna steevast een sardonische grijns zichtbaar is, zodat je kan zien dat Poezelien een nazaat van Krazy Kat is.

De verschillende visies op dezelfde tuin - Piet ziet een mooie bloembak, Poezelien ziet in het zelfde voorwerp een poeppot - werken niet alleen humoristisch. Ze maken ook dat je de tekeningen nauwkeuriger gaat bekijken, de tuin als het ware ontdekt, en kunt genieten van Poezeliens gelukzalige uitdrukking als zij een kruisspin op haar tong legt.

Een van de leukste prentenboeken die de afgelopen jaren verschenen zijn, is Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft, tekst Werner Holzwarth en Wolf Erlbruch. Het is een geestig en dwars prentenboek, dat bovenden educatief is, omdat we uitwerpselen van verschillende dieren gepresenteerd krijgen. De tekeningen van Erlbruch zijn erg leuk, karikaturaal. Van hem is nu Het berenwonder verschenen, in dezelfde stijl getekend als Over een kleine mol... Het verhaal, door Erlbruch zelf geschreven, gaat over een beer die zo graag berenvader wil worden. Maar hoe word je vader als beer? Hij vraagt het aan de haas, de ekster ('Je legt een ei en broedt het uit'), de zalm, maar hij komt er niet echt achter. Tot hij een berin tegenkomt, die ook graag kinderen wil. Zij weet wel een oplossing: 'Als een beetje je best doet, kunnen we het volgende voorjaar prachtige berenkinderen hebben,' vertrouwd ze hem toe, waarna de twee in het hoge gras verdwijnen. Het is een minder brutaal boek dan 'Over een mol...', maar wel leuk.

Eric Carle werd beroemd met kleurige prentenboeken als Rupsje Nooitgenoeg, waarin hij met eenvoudige geknipte en geschilderde vormen het verhaal vertelde van een rupsje dat zich kogelrond eet en een prachtige vlinder wordt. Het is vooral de uitzonderlijke, frisse vormgeving die zijn boeken bijzonder maakt. En de laatste jaren werden ze technisch steeds knapper, met boeken over vuurvliegjes waarin echt lampjes branden en over krekels waaruit echt getsjirp klonk. Met het nu verschenen boek Wolkje lijkt hij teruggekeerd te zijn naar de eenvoud. Geen technische hoogstandjes met tsjirpende boeken: gewoon schilderen en knippen en plakken. Uitgaande van het kinderspelletje 'vormen in wolken ontdekken', maakte hij een prentenboek over een wolkje dat verschillende vormen aanneemt, zoals een vliegtuig, een haai en een clown. De achtergrond is steeds stralend blauw, en Wolkje verschijnt steeds in wit en grijs in verschillende gedaanten. Simpeler kan het haast niet, maar dat is de charme van het boek, dat kinderen zonder de summiere tekst al begrijpen en waarderen.