Paradiso in nood

Theatergroepen en popbands doen nog al eens hun best een ongewone lokatie te vinden voor hun voorstellingen. Zo gaf Einstürzende Neubauten een paar jaar geleden een concert op een oorlogsbodem in het IJ, en betrekt Toneelgroep Hollandia regelmatig een fabriekshal of autosloperij. Maar gezelschappen die optreden in het Amsterdamse Paradiso krijgen hun vervreemdende omgeving er gratis bij. Paradiso is namelijk een kerk.

Al achtentwintig jaar wordt hier bijna dagelijks gevloekt en getierd, verleid, gevochten, gedanst en ondertussen natuurlijk ook muziek gemaakt - onder de gebrandschilderde ramen, op een podium dat de plaats inneemt van het altaar. Wat er in Paradiso verder ook voor zorgt dat het de aangenaamste concertzaal is die ik kan bedenken, de geest van de clerus draagt er in ieder geval toe bij. Popmuziek wil grenzen overschrijden, in Paradiso wordt die van het onbetamelijke al vast moeiteloos genomen. Of het nou is door Courtney Love die zich aan elektriciteitskabels het balkon ophijst, rapper Ice Cube die met zijn zoontje ('little Ice Cube') naast zich, hel en verdoemenis over de blanke man uitroept, of de Amerikaanse zanger Beck die een dronken kapitein ten tonele voert.

En nu is deze magische plek in gevaar. Door een financiëel tekort van één miljoen is het niet ondenkbaar dat Paradiso binnen twee jaar failliet gaat. De gemeente Amsterdam is gevraagd om een aanvulling van de subsidie tot twee miljoen (in plaats van de gebruikelijke acht ton), maar toont zich vooralsnog ongevoelig voor de nood van de concertzaal.

Misschien zijn B & W van Amsterdam op een dwaalspoor gebracht door het bordje 'Uitverkocht' dat ze minstens een paar keer per week op de deur van Paradiso zien hangen. Ze denken waarschijnlijk 'Paradiso loopt zo goed, daar hoeven we echt niet meer subsidie aan te geven dan die tien procent van het totaalbudget'. Het is een voor de hand liggende gedachte, maar daarom niet minder onwaar. Dat avonden in Paradiso uitverkocht zijn, wil alleen maar zeggen dat er bekende popgroepen optreden, grote namen die iedereen wil zien zoals Tracy Chapman en af en toe de Rolling Stones.

Maar daar is Paradiso nou juist niet voor bedoeld. Paradiso is geen Vredenburg of Ahoy'-hal waar de gevestigde namen zich komen laten toejuichen. Paradiso had achtentwintig jaar lang een voortrekkersfunctie als zaal waar ook de (nog) niet-populairen zich konden uitleven. Waar zich maffe festivals afspeelden voor een handjevol toeschouwers. Waar uit de goot gekropen muzikanten hun liederen konden fluisterden in een omgeving met grandeur. Dat is de laatste jaren al te weinig voorgekomen. De 'kleine' bands, de onverwachte doorbraak, ze moesten plaats maken voor een 'commerciëlere' programmering. Paradiso kon Paradiso niet meer zijn - door geldgebrek.

Burgemeester en wethouders zouden zich moeten realiseren dat 'Uitverkocht' niet altijd een goed teken is. Laat de beroemdste concertzaal van de stad niet doormodderen. Geef de zaal de financiële middelen om de slecht bezochte avonden in ere te herstellen.