Olympisch stadion

Eén feit vergeet redacteur Ribbens categorisch in zijn artikel 'Het Olympisch Stadion moet tegen de vlakte' (25 september). Sinds 1992 heeft het stadion de status van Rijksmonument op grond van de drie belangrijkste redenen die in de Monumentenwet genoemd worden: cultuurhistorisch belang, architectuur en stedebouwkundige waarde. In alle categorieën achtte het ministerie van WVC het stadion van een bijzondere waarde.

Met alle respect voor de persoonlijke opvattingen en smaak van Ribbens, deze doen er niet meer toe. Elke discussie over of het gebouw mooi of lelijk, waardevol of niet is sinds 1992 achterhaald. Ik kan nog zo hard vinden dat het Paleis op de Dam gesloopt moet worden omdat ik het lelijk vind en het nauwelijks gebruikt wordt. Maar het zou vreselijk zijn als ik mijn zin kreeg, want wat is dan nog de waarde van een monument in dit land?

Ongekend retorisch (waar komt die ergenis toch vandaan bij de auteur?) is de beginzin van het artikel: het stadion is 'verroest en verrot (...) en rijp voor de sloop'. Dat is onzin. Fundament en casco van het stadion zijn goed. Talloze onafhankelijke deskundigen hebben het onderzocht. Op hun expertise zijn de plannen van de stuurgroep gebaseerd. Er is geen betonrot van betekenis, anders had het stadion de afgelopen seizoenen niet mogen functioneren. Alle rapportages, ook recente, zijn openbaar gemaakt. Kent Ribbens deze niet? Waarom toch steeds deze tendentieuze beweringen?