Nieuw hoofdstuk in roerige historie

Bijna twee jaar na hun plotselinge opkomst lijken de Talibaan, de islamitische militie van radicaal fundamentalistische strijders, er in geslaagd hun bewind over heel Afghanistan te vestigen. De val van de hoofdstad Kabul voegt een nieuw bewogen hoofdstuk toe aan de toch al zo roerige geschiedenis van het land. Hieronder een overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen in de afgelopen decennia:

1973 - Een militaire coup maakt na twee eeuwen een eind aan de (constitutionele) monarchie in Afghanistan. Koning Zahir Shah wordt van de troon gestoten. De vroegere premier, luitenant-generaal Muhammed Daud, wordt president. 1978 - Een militaire coup, waarbij president Daud en zijn gevolg worden gedood, brengt een 'Revolutionaire Raad' aan de macht met Nur Muhammed Taraki als eerste man. Islamitische groeperingen beginnen zich te roeren tegen de communistische koers.

1979 - De regering van Taraki wordt belaagd door interne strijd. Minister van Buitenlandse zaken, Hafizullah Amin, wordt premier en president nadat Taraki is vermoord. Amin volgt een harde, radikaal communistische lijn, maar hij krijgt geen controle over rebellerende (islamitische) groeperingen. Steeds meer vluchtelingen verlaten het land (uiteindelijk oplopend tot naar schatting vijf miljoen). De relatie met de Sovjet-Unie, dat aandringt op een gematigder beleid, verslechtert. In december geeft Moskou militaire hulp bij een coup. Amin wordt geëxecuteerd en als president vervangen door Babrak Karmal. Sovjet-troepen trekken Afganistan binnen om steun te geven in de strijd tegen islamitische verzetsstrijders.

1980 - De VN vragen om onmiddellijke terugtrekking van 'buitenlandse' troepen. Afghaanse guerilla-strijders in Pakistan vormen een (wankele) alliantie en krijgen hulp van onder andere Pakistan, de VS, Egypte en China.

1986 - Het vroegere hoofd van de inlichtingendienst, Najibullah, neemt de taken over van Karmal.

1988 - Sovjet-leider Gorbatsjov kondigt het vertrek van de Sovjet-troepen aan. Pakistan, Afghanistan, de Sovjet-Unie en de VS tekenen daarover in Geneve een akkoord.

1989 - De laatste Sovjet-soldaten vertrekken op 15 februari 1989. President Najibullah houdt langer stand tegen de guerilla van de mujahidin dan verwacht.

1992 - In april ziet Najibullah zich ten lange leste gedwongen zijn communistische regime op te geven. Op het vliegveld van Kabul wordt hij tegen gehouden en hij zoekt zijn toevlucht in een gebouw van de VN.

Rivaliserende groeperingen van de mujahidin betwisten onderling de macht in Kabul, ze sluiten een regeringsakkoord, maar de verdeeldheid blijft groot. Aantreden van president Burhanuddin Rabbani. Afghanistan wordt een 'islamitische staat'.

1993/1994 - Aanhoudende strijd tussen facties van met name van premier Gulbuddin Hekmatyar, een vroegere rebellenleider, en president Rabbani. De burgeroorlog leidt in 1994 tot zware gevechten in onder andere Kabul.

Later in het jaar beginnen de Talibaan hun opmars in het zuidoosten van Afganistan.

1995 - In maart 1995 worden de strijders van Talibaan roemloos teruggeslagen voor de poorten van Kabul door de ervaren regeringstroepen onder commmando van Ahmed Shah Massoud. Maar in september boeken ze opnieuw een belangrijk militair en psychologisch succes met de inname van de stad Herat in het westen.

1996 - In juni sluit Hekmatyar een verrasend verbond met zijn aartsrivaal, president Rabbani en wordt hij zelfs premier in diens regering.

De Talibaan willen niets weten van vredesvoorstellen. Een nieuw offensief leidt in september tot een snelle opmars richting Kabul. Jalabad wordt ingenomen en de hoofdstad Kabul valt op 27 september in handen van de islamitische studenten-strijders. Oud-president Najibullah wordt opgehangen. President Rabbani zou zijn gevlucht.