Niemand kijkt ooit om zich heen

Sjoerd Kuyper: De rode zwaan. Leopold, 192 blz., ƒ 29,90

Het kan wel even duren voor een verhaal verteld is, maar het is niet moeilijk om een verhaal in enkele ogenblikken voor je te zien 'helemaal, van begin tot eind, zonder dat je iets vergeet', overweegt de dertienjarige hoofdpersoon van Sjoerd Kuypers jeugdroman De rode zwaan. 'Het zijn de woorden die er zo lang over doen', denkt deze Jakob, zeker als iemand ook nog eens zijn best doen om de beelden zo goed mogelijk met die woorden op te roepen. Hij denkt daar iets poëticaals, hij denkt echt een gedachte van zijn schepper Sjoerd Kuyper, die in dit boek aan een stuk door laat zien dat de tijd van woorden niet de tijd van beelden is en dat sowieso ruimte en tijd in verhalen zich heel anders kunnen gedragen dan in 'het echt'.

Jakob maakt verschrikkelijk veel mee in dit boek van bijna tweehonderd bladzijden, een lang verhaal dus, maar het overgrote deel van zijn allesomverwerpende avonturen heeft zich afgespeeld in de reële tijd van ongeveer een uur. Zo gaat dat wel vaker in verhalen, iemand glipt er even tussen uit en is ongehoord ver weg. Jakobs grootvader vertelt ook graag verhalen en hij benadrukt nogal eens dat ze allemaal waar zijn, alleen op een andere manier waar dan we gewend zijn. Niet op de manier die je zo maar nuchter kunt zien. En daar heeft Jakobs grootvader gelijk in. De waarheid van verhalen schuilt in de waarheid van hun beelden, in manieren van zeggen die in de samenhang van het verhaal betekenisvol worden, in de echtheid van gevoelens die erin worden beschreven en opgeroepen. Van die waarheid, de verhalenwaarheid, de literaire waarheid, krijgt Jakob zijn portie. Hij wordt er een stuk wijzer van, al kan wat hij meemaakt nooit 'echt' zijn in de dagelijkse zin.

De tijd waarin Jakob terechtkomt en waarin hij zijn avonturen beleeft, is een heel snelle. Om hem heen gaat de gewone wereld door, maar zo ongelooflijk traag dat het voor Jakob is alsof alles en iedereen stilstaat, behalve de wezens die met hem in deze snelle tijd zitten. De tijd van dat ene uur van Jakob wordt dus enorm opgerekt, elke seconde ervan wordt geleefd tot in de puntjes. Je zou kunnen zeggen dat deze hele vertraging een metafoor is voor intens leven, voor echt helemaal alles meemaken wat er mee te maken valt in plaats van snel vooruitjagen op weg naar de toekomst.

Jakobs grootvader spreekt het verlangen uit om nog één dag weer kind te zijn: 'O, als ik één dag terug zou mogen, wat zou ik goed kijken, wat zou ik goed luisteren, wat zou ik de geuren diep in me opsnuiven! (...) Ik keek niet om mij heen, ik keek alleen naar wat de toekomst mij zou brengen. En nu? Nu kijk ik voornamelijk terug... Niemand kijkt ooit om zich heen - dát is het!' Zijn kleinzoon wordt in de gelegenheid gesteld om eens heel goed om zich heen te kijken.

En wat hij dan te zien krijgt is niet mis. Bloedstollend griezelige karpermannen die proberen alles wat beweegt en kleiner is dan zij te doden, het vriendelijke houtvolk waarvan jongemannen nadat ze voor de eerste keer gevreeën hebben sterven om als bomen te verrijzen, de 'reisgenoot', dat wil zeggen een deel van de geest, van zijn grootvader en bovenal een heel mooi dertienjarig meisje dat verbazend goed de weg weet in deze wereld. Dit is een grensboek, zoals Alice in Wonderland of zoals het onlangs verschenen Het zigzagkind van David Grossman: een boek dat gaat over de grensoverschrijding van kind naar volwassene. Het is een boek dat zich met groeien en grootworden bezighoudt, en met het onachterhaalbare van de tijd die voorbij is en zo snel is gegaan in de terugblik, zo adembenemend snel.

De dingen die Jakob meemaakt, hebben allemaal te maken met de kindertijd tegenover de volwassenheid. Wat hij moet leren, tijdens de overgang van de ene fase naar de andere, is om iets van het kind mee te nemen de nieuwe volwassenwereld in. Het vermogen om zich te verbazen, om in iets te geloven, om niet altijd alleen maar serieus en haastig voor te jakkeren achter een of ander doel aan, zoals de karpermannen doen. Het Houtvolk leeft juist bij het moment en de vriend die Jakob daar vindt, moedigt hem aan ook zo te denken en niet steeds op alles vooruit te lopen met 'straks' en 'later' en 'als': 'Je bederft je eigen plezier, niet het mijne...', zegt zijn nieuwe vriend, 'ik sta hier alleen maar heel, heel erg gelukig te zijn dat ik je heb ontmoet.'

Natuurlijk steekt Jakob daar wat van op. Als hij een poosje later ziet hoe de mooie Neeltje zich uitkleedt, brengt hij het geleerde meteen in praktijk: 'Hij ging rechtop zitten en bekeek Neeltje aandachtig. Zéér aandachtig. Het leek uren te duren.'

De rode zwaan gebruikt veel woorden om een kort moment te laten zien en veel fantasie om de waarheid te tonen. Het is een spannend boek dat je achter elkaar uit wil jakkeren en tegelijkertijd is het een heel wijs boek - en bij wijsheid hoort geen gejakker. Kuyper weet dat te combineren. Hij blijft nuchter bij alle fantasie, hij is zo'n schrijver die een jongen wel stoer een mes laat pakken, maar die die jongen ook meteen de gedachte ingeeft dat hij daar waarschijnlijk weinig mee zal kunnen beginnen: 'Hij durfde nog geen vleugeltje van een gebraden kip af te snijden.' Kuyper heeft overduidelijk plezier in schrijven.

Hij heeft bovendien een talent voor eerlijkheid, hij stelt zich nooit aan in zijn boeken. Dat maakt dat elke lezer, of hij nu een kind is of een volwassene of beide tegelijk zich serieus genomen voelt door deze schrijver. Het kind griezelt en geniet, de volwassene denkt terug aan ooit, aan 'dertien, verrukkelijk dertien' en aan hoe dat toch zo gekomen is, met die volwassenheid. 'Terugkeren naar de plek van je jeugd is gevaarlijker dan je zou denken. Je herinneringen vallen nooit samen met de werkelijkheid van de plek. Want die is veranderd. En als je dat ziet gaat het schuiven in je hoofd. Dat moet je niet hebben, geschuif in je hoofd.' Maar een beetje geschuif in het hoofd kan geen kwaad.

    • Marjoleine de Vos