'Motorstoring kan ramp met Dakota niet verklaren'

ROTTERDAM/DEN HELDER, 27 SEPT.Deskundigen achten het uitgesloten dat alleen een motorstoring de ramp met de DC-3 Dakota heeft veroorzaakt. “Er moet nog iets anders zijn geweest”, zei vooronderzoeker B. Groenendijk van de Raad voor de Luchtvaart gisteren na een inspectie op de plaats van het ongeluk.

Bij dit ongeluk op het Wad kwamen alle 32 inzittenden om het leven. Ervaren Dakota-piloten achten het waarschijnlijk dat de bemanning te veel in beslag is genomen door de technische problemen en niet heeft gelet op het snelle hoogteverlies. De Delftse hoogleraar lucht- en ruimtevaarttechniek J.A. Mulder, tevens piloot op een Boeing, sluit niet uit dat de crash veroorzaakt is door wat hij noemt “de werkbelasting in de cockpit”. “De aandacht wordt afgeleid, bijvoorbeeld door het uitvallen van de motor. De piloten concentreren zich op het rechthouden van de neus, proberen de horizon op zicht in de gaten te houden. Door de nevel onderscheiden ze de grens van lucht en water onvoldoende, ze letten niet op de instrumenten die aangeven dat ze hoogte verliezen”, aldus Mulder.

De Raad voor de Luchtvaart heeft besloten om voor het technische onderzoek buitenlandse deskundigen aan te trekken om zo de onafhankelijkheid te garanderen. Daarbij zal in ieder geval de vraag aan de orde komen of de Dutch Dakota Association als eigenaar en beheerder van het 'antieke' toestel zich aan de vergunningen heeft gehouden. De vereniging van hobbyisten heeft geen vervoersvergunning zoals de Luchtvaartwet voorschrijft. In december 1991 heeft de club ontheffing gekregen voor “niet-commercieel vervoer van geringe omvang”. Daaronder valt vervoer voor het eigen bedrijf (zakenvluchten) en voor stichtingen. Volgens het ministerie van Verkeer en Waterstaat kan daartoe ook worden gerekend het maken van rondvluchten voor de vele sponsors.