Kinderen op de bres voor eigen leuke voorstellen

UTRECHT, 27 SEPT. De Utrechtse raadzaal leek gisteren af en toe op een Poolse Landdag. Terwijl ambtenaren onverstoorbaar stembriefjes telden, vermaakten de afgevaardigden zich met een kreun- en gromconcert via de geluidsinstallatie, terwijl her en der ballonnen knapten. Maar dat waren dan ook de enige momenten dat de leden van de Utrechtse Kinderraad uit de band sprongen.

De beraadslagingen waren bloedserieus, want er stond veel op het spel. Onder leiding van burgemeester Opstelten vergaderden veertig kinderen uit de acht stadswijken over de besteding van veertigduizend gulden. Elke wijk was vertegenwoordigd door een fractie van vijf kinderen uit de hoogste groepen van de basisschool. Iedere fractie moest haar eigen voorstel verdedigen.

Het werd al snel duidelijk dat het idee van de fractie Binnenstad voor een eenmalig sport- en spelfestijn weinig kansen maakte. “Dat is maar één keer”, vond Remco. “Bij de andere voorstellen blijft het staan en kun je er nog eens spelen.”

Jonneke gaf zich niet gewonnen. “Dat is wel zo, maar nu heb je één keer heel veel pret.”

De raadsleden waren meesters in het bedenken van praktische bezwaren en inventieve oplossingen. De houtsnippers in de speeltuin langs de Kromme Rijn zinden Maarten niet. “Die kunnen ze toch in de fik steken?” De fractie van Utrecht-Oost bleef nuchter. “Het regent meestal. En er zit een beetje blubberig laagje onder.”

Sommige voorstellen overstegen het beschikbare budget ruimschoots, maar ook daarvoor was een oplossing. Tessa: “Dan vragen we toch wat bij Jantje Beton of we gaan naar het wijkbureau?”

“Dat laatste zeggen wij ook altijd”, mompelde Opstelten.

Een enkel vraagstuk was onoplosbaar. “Wat doe je als een hond alleen komt?” wilde Naïma weten. “Hij weet toch niet dat hij naar een honden-WC moet?”

Na een eerste stemronde ging de strijd tussen Noord-Oost (een klim-, klauter- en speelmuur) en Zuid (twee containers met speelmaterialen, beheerd door bewoners).

Indringende vragen werden gesteld over veiligheid en onderhoud. “Speelgoed moet onderhouden worden. Hebben jullie dat geld?”

Uiteindelijk won het containerplan van Zuid. Het mobiele karakter van de spelvoorziening bekoorde veel afgevaardigden. “Je kunt hem op een trekker zetten en ergens anders plaatsen”, betoogde fractiewoordvoerster Diana. “Toen bleek dat het andere voorstel 13.000 gulden te duur was, brak het lijntje en wist ik dat we konden winnen”, zegt Diana na afloop. Argumenten hoefde ze niet te verzinnen. “We hadden alles voorbereid.”

De Kinderraad is een vervolg op de kinderconferenties die Utrecht in 1993 belegde. De stad zoekt meer ruimte voor de jeugd, want jonge gezinnen trekken nu nog te vaak naar de randgemeenten. De inspanningen hadden tot gevolg dat Utrecht in 1993 het predikaat Jeugdstad verwierf. Dat schiep verplichtingen en de komende drie jaar is er nu een budget van veertigduizend gulden waarover een Kinderraad mag beslissen.

Ook elders krijgen kinderen meer te zeggen. In Leiden was begin dit jaar een Kinderraad, die een bedrag van vijfduizend gulden te besteden had. Binnenkort volgt Het Bildt in Friesland en volgend jaar Steenwijk, Nijmegen, Uden en Enschede. Het Instituut voor Publiek en Politiek (IPP) begeleidt de kinderinspraak. “Het moet een normale werkwijze worden om kinderen bij plannen te betrekken”, vindt IPP-medewerker E. Otger. “Kinderen zijn ook burgers van de stad.”

Het streven van het IPP is in Utrecht bijna gerealiseerd. Het ambtelijk apparaat van de gemeente had de Kinderraad nu zelf georganiseerd, zonder hulp van het IPP, maar nog niet alles ging vlekkeloos. Drie weken voor de zomervakantie hoorden de wijken pas wat de bedoeling was.

C. Vleeschhouwer, kinderwerkster bij de welzijnsstichting Utrecht-Noord-Oost, is enthousiast over de Kinderraad, maar zij wil meer. “Als je bezig gaat met kinderparticipatie, is één keer per jaar wat weinig. Het is nu bovendien alles of niets. Je zou dit per wijk moeten organiseren, zodat daar de afweging wordt gemaakt. Laat ze daar aan de slag gaan met veiligheid, speelplaatsen en groenvoorzieningen. Als je kinderen gebruikt voor de politiek oogt dat heel leuk, maar mogen de kinderen er dan ook iets aan hebben?”

Bloedserieuze beraadslagingen in Kinderraad

    • Bert Determeijer