'Jij komt toch uit het rijke Duitsland'

Vanaf 1 oktober wil de Duitse regering een begin maken met de terugzending van 325.000 Bosnische vluchtelingen. “We kunnen niet terug. Ik heb helemaal geen Heimat meer. Ons land is bezet”, zegt een van hen.

GÖTTINGEN, 27 SEPT. Nazif Meho is net terug uit Sarajevo. Hij heeft poolshoogte genomen. Nazif wilde weten of zijn vrienden er nog waren, en of zijn huis er nog stond. Hij is somber. Het huis is verwoest, ingestort. Mensen hebben honger, er is bijna niets te eten. “Hoe kunnen we terug? Er is thuis geen werk, geen eten, geen huis”, zegt Nazif zorgelijk.

Hij is weer in de kazerne, in Göttingen. Een stad in het zuiden van Nedersaksen, beroemd om zijn worst en universiteit schreef de dichter Heine vorige eeuw al in zijn Harzreise. Het ronde, romantische Bismarckhäuschen uit 1833 herinnert aan de studentenjaren van de man die later kanselier zou worden, en als student wegens deelname aan 'drinkgelagen' uit de binnenstad werd verbannen.

In de koude kazerne zit Nazifs kamer vol met familie, alleenstaande moeders, kleine kinderen en een groepje jongens. Er komen steeds meer mensen bij. Allemaal vluchtelingen, uit Bosnië, dat er als zelfstandige republiek nog niet was toen zij het land ontvluchtten. Gespannen en met angstige ogen luisteren ze naar de verhalen van Nazif, zelf vader van acht kinderen. “Veel huizen zijn bezet door vluchtelingen met pistolen. Ze schieten je dood voor een stuk brood. En 's nachts wordt er met granaten gegooid.”

Nazif is in Sarajevo naar het gemeentehuis gegaan. Op de radio had hij gehoord dat vluchtelingen hulp konden krijgen. Maar bij de gemeente kreeg hij alleen een rijbewijs en een nieuw paspoort van de jonge republiek die zich nu Bosnië-Herzegovina noemt. We hebben niets, zeiden ze, je moet jezelf maar zien te redden. Je komt toch uit het rijke Duitsland.

Nazif en zijn familie horen bij de 325.000 Bosniërs in Duitsland die weer terugmoeten. Maar waarheen, wat is hun thuis? Bijna tachtig procent van de Bosniërs in Duitsland komt uit gebieden die inmiddels door de Serviërs worden beheerst.

Nu de oorlog formeel is beëindigd en de verkiezingen achter de rug zijn is de tijd rijp om te helpen bij de wederopbouw, hebben de ministers van binnenlandse zaken van alle zestien Duitse deelstaten vorige week besloten. En er wordt vaart achter gezet. De eerste vluchtelingen moeten volgende week, op 1 oktober, Duitsland verlaten.

In eerste instantie wordt de Bosniërs gevraagd vrijwillig te vertrekken. Eerst de alleenstaanden en kinderloze echtparen. Daarna de gezinnen. Een aantal vluchtelingen heeft een brief gekregen waarin staat dat “hun verblijf in Duitsland uiterlijk over drie maanden moet worden beëindigd”.

“We willen bereiken dat de vluchtelingen vrijwillig gaan. Als dat niet lukt, zullen we ze moeten dwingen. Harde maatregelen gaan we niet uit de weg. Desnoods worden ze door de politie op het vliegtuig gezet”, zegt Kai Niemetz, werkzaam bij de afdeling vluchtelingenzaken van de gemeente Hildesheim in Nedersaksen, even ten noorden van Göttingen. Deze noordelijke deelstaat, die aan Nederland grenst, is volop bezig met de voorbereidingen om de vluchtelingen te laten vertrekken. Net als Beieren, Baden-Württemberg, Saksen en Berlijn.

Zo besloot Nedersaksen deze week meteen de financiële steun aan de Bosniërs te verminderen. De bijstand wordt met twintig procent gekort. Tot grote verontwaardiging van de vele vluchtelingenorganisaties.

“Het is schandalig”, zegt Matthias Langel van het adviescentrum voor vluchtelingen in Göttingen. “Het ministerie beweert dat ze aanstuurt op vrijwillig vertrek van de Bosniërs. Het zakgeld dat de vluchtelingen krijgen is al een minimum. Nu hier ook nog op wordt gekort, blijft er vrijwel niets over.” Van medische hulp kan ook geen gebruik meer worden gemaakt, weet hij. “Dat heeft weinig met vrijwilligheid te maken. Het wordt de Bosniërs onmogelijk gemaakt hier verder te leven”, aldus Langel.

In het adviescentrum voor vluchtelingen zitten groepjes Bosniërs bij elkaar. Wat staat hun te wachten? vragen ze zich af. Duizend heeft Göttingen er de afgelopen jaren opgenomen. De meesten komen uit het deel van Bosnië dat nu Servische Republiek heet.

“We kunnen niet terug. Ik heb helemaal geen Heimat meer. Ons land is bezet”, zegt Amira Djurdjevic. Ze is 35 jaar en woont al vier jaar in Göttingen met haar man en een kindje. Ze komt uit het dorpje Bijeljina, vlakbij Tuzla. Het was het eerste dorp dat de Serviërs in beslag namen.

“We worden gedwongen naar een gebied te gaan waar wij vreemd zijn. In het huidige Bosnië zijn we opnieuw vluchtelingen. Wat moeten we daar?”

De nieuwe republiek wordt overstroomd door vluchtelingen, weet Amira. In Göttingen heeft ze een parttime baan als vertaalster gevonden, ze krijgt veel brieven van teruggekeerde Bosniërs onder ogen. “In Bosnië worden de vluchtelingen ondergebracht in scholen, sporthallen, kelders. Het zijn er veel te veel. Ze zien ons daar al aankomen. Jullie zijn gevlucht, jullie hebben ons in de steek gelaten, zullen ze zeggen.”

Amira heeft weinig vertrouwen in de situatie in Bosnië. De verkiezingen zijn gewonnen door dezelfde mensen die aan de oorlog hebben meegedaan, zegt ze schamper. Er wordt nog steeds uitsluitend in etnische groepen gedacht: je bent moslim, Kroaat of Serviër, en daarvoor moet je desnoods weer willen vechten. “De vijandigheid tegenover elkaar is nog lang niet verdwenen. De situatie in veel steden is angstaanjagend', zegt Amira.

“Gisteren kreeg ik een brief van een vrouw uit Mostar. Zij woont in het moslimdeel van de stad. Ze schrijft dat de situatie nog steeds gevaarlijk is. Dagelijks worden er mensen gedood. Onbekenden gooien handgranaten. Gezegd wordt dat het saboteurs zijn. Ook verdwijnen 's nachts plotseling mensen. De oorlog gaat in geringere vorm gewoon door”, meent Amira.

De CDU-politicus Christian Schwarz-Schilling heeft de aankondiging van de Duitse regering om de Bosniërs zo nodig met harde hand terug te sturen onaanvaardbaar genoemd. Meer dan twee derde van de 325.000 Bosnische vluchtelingen zijn moslims die uit de Servische republiek in Bosnië komen. Deze mensen dreigt bij terugkeer “gevaar voor lijf en leden”, zei Schwarz-Schilling.

Minister Manfred Kanther (CDU) van binnenlandse zaken in Bonn maakte deze week duidelijk dat Duitsland voet bij stuk houdt. De Bondsrepubliek heeft “als geen ander land in Europa” de vluchtelingen jarenlang bescherming geboden. Daar waren hoge kosten aan verbonden. De helft van alle Bosnische vluchtelingen in Europa (686.533) is in Duitsland terecht gekomen. Kanther: “We hebben altijd onderstreept dat het om tijdelijke gasten ging, en dat het geen verkapte immigratie kan betekenen.”

De liberale politica Cornelia Schmalz-Jacobsen (FDP) waarschuwde sommige deelstaten ervoor niet overhaast te werk te gaan. “Als de Bosniërs op stel en sprong naar het voormalige oorlogsgebied worden gezonden, ontstaat het 'draaideur-effect' en komen ze illegaal weer terug naar Duitsland”, aldus Schmalz-Jacobsen. Zij is de speciale gevolmachtigde van de Duitse regering voor de belangen van buitenlanders. Volgens Schmalz-Jacobsen is het reëler om in maart aan terugkeer te denken, als de winter voorbij is.

Verschillende gemeenten hebben de vluchtelingen in de gelegenheid gesteld een korte oriëntatiereis naar Bosnië te maken om te onderzoeken waar ze kunnen wonen en werken. “Er moet toch een begin worden gemaakt met de wederopbouw van het land”, zegt Kai Niemetz van de gemeente Hildesheim. “In hun eigen land zijn de vluchtelingen hard nodig om bij de wederopbouw te helpen.”

Niemetz heeft alle Bosniërs in Hildesheim en omgeving een brief gestuurd en wacht nu verdere instructies van het ministerie van binnenlandse zaken af. De Bosniërs in Göttingen hebben er weinig fiducie in. “Ik wil niet terug. De haat zich nog zo diep in de hoofden van alle mensen daar. Ik hoor het van mijn broer in Zenica”, zegt Indira Zukan. Ze is 36 jaar. Met haar man heeft ze een kledingzaak opgezet, gesteund door de gemeente Göttingen. Ze is nerveus van alle onzekerheid. Binnenkort loopt haar verblijfsvergunning af. Wat dan?

“Mijn huis in Zenica is door anderen in beslag genomen. Als ik terugga heb ik geen woning, ik heb geen baan en mijn twee kinderen hebben geen toekomst. Hier in Göttingen kunnen we onszelf bedruipen. Ik kan mijn broer in Zenica toch beter helpen door hem geld te sturen zodat hij iets kan opbouwen?”