In een chocoladeroes

Sophie D. Coe & Michael D. Coe: The True History of Chocolate. Thames and Hudson, 286 blz., ƒ 53,40

In de achttiende eeuw had het drinken van chocola iets zuidelijks, katholieks en aristocratisch; koffiedrinken was noordelijk, protestants en burgerlijk. Zulke onderscheidingen zijn geschikt om een gesprek op gang te brengen, thuis en bij de machine op kantoor. Het is jammer dat ze niet vaker voorkomen in het boek van het echtpaar Coe. De lezer wordt aanvankelijk leeslustig door het smakelijke donkerbruin van het omslag, en vervolgens geanimeerd door het verhaal van de totstandkoming. Sophie Coe was de chocoladekundige die het materiaal bijeengebracht heeft en de eerste twee hoofdstukken geschreven; toen is zij overleden en haar echtgenoot, gepensioneerd antropoloog van Yale, heeft het werk afgemaakt.

Ook chocolafielen zullen merken dat het onderwerp van zichzelf te weinig betekenis heeft om de aandacht door drieduizend jaar heen gaande te houden. Als er geen chocola geweest was hadden wij iets anders gedronken en later geknabbeld (chocolaadjes zijn er pas sinds de vorige eeuw). Zonder graan of vlees of tabak of wijn zou de geschiedenis misschien anders verlopen zijn en in ieder geval anders gesmaakt hebben. De vleugjes chocoladelucht die wij ons bij de Mayas en de Azteken en de Spanjaarden, en bij Pepys en Voltaire mogen voorstellen vervliegen te vlug om verschil te maken.

Al is Michael Coe geen chocolakundige, hij heeft veel over Midden-Amerika gepubliceerd en had daardoor een goede achtergrond voor deze studie. Totdat Columbus ze ontdekte hadden alleen de Midden-Amerikanen chocola gedronken. Daarna hebben andere werelddelen hun smaak overgenomen, en nu komt nog maar anderhalf procent van het product uit het oude gebied.

Zulke informatie steekt de lezer bij Coe op, en ook heel wat over de oude Amerikaanse beschavingen: Olmtec, Maya, Azteken. Het is een leerzame tekst op sommige punten, maar er ontbreekt zoveel aan de kennis van die oude geschiedenis dat het achtergrondverhaal geen vorm krijgt. Laat Europa gauw aan de beurt komen, denkt de lezer; en als het zover is valt het tegen. Even klopt het Nederlandse hart sneller wanneer Coenraad Johannes van Houten in het beeld verschijnt, met zijn procédé van 1828 voor het maken van chocola in poedervorm. Daarna had een sociaal-historicus meer kunnen maken van de verhalen over Fry en Cadbury en Rowntree, over Suchard en Lindt, en Droste en Ringers, en vooral over Hershey en de stad die ontstond om zijn fabriek heen en eveneens Hershey genoemd werd.

Michael Coe, hoewel een uitstekende geleerde, heeft dit boek meer geschreven als een gids voor het denkbeeldige chocolademuseum dan als een verteller. Er is eens een Spaanse minnares geweest die haar ontrouwe minnaar chocolade met vergif liet drinken en er bij bleef staan terwijl hij crepeerde. Dat maakt even indruk, maar minder dan het verhaal over Lord Arlington die in White's, de club in St. James' Street, met een medelid ¢8 3000 verwedde dat de ene en niet de andere regendruppel op het raam het eerst beneden zou zijn. Of dat in een chocoladeroes gebeurde, staat niet vast.